Reactie Fedustria op Vrijhandelsakkoord met India.

Bedrijfsnieuws van 27/01/2026

“India is vandaag de snelst groeiende grote economie ter wereld en beschikt over een enorm markpotentieel. België exporteert nu al voor 4,2 miljard euro naar India, voornamelijk in edelsteen-, chemie- en machineproducten. Een vrijhandelsakkoord kan dus kansen bieden om onze handel verder te diversifiëren.

Vrijhandelsakkoord India

Maar we mogen niet naïef zijn. Voor Europa, en zeker voor de Belgische textielindustrie, zijn er grote risico’s. India is één van ’s werelds grootste producenten van textiel en kleding en is de vierde grootste leverancier van textielproducten in Europa. Het akkoord zal onvermijdelijk leiden tot een aanzienlijke toename van de invoer van Indiase textiel- en kledingproducten – volgens ramingen zelfs tot 8,4 miljard euro, terwijl de Europese export naar India slechts met 1,4 miljard euro zou toenemen. Het staat in de sterren geschreven dat dit tot druk op onze bedrijven en banenverlies zal leiden.

Tegelijk stellen wij ons ernstige vragen bij de werkelijke markttoegang voor Belgische en Europese bedrijven in India. Die lijkt vandaag zeer beperkt. India is een complexe federale markt waarin machtige deelstaten bepalend zijn, en waar het maar de vraag is of de principes van een vrije handelszone effectief zullen worden gerespecteerd. Een handelsovereenkomst heeft alleen waarde als ze wederkerig is en gelijke kansen biedt aan beide kanten.

Voor India is de textielsector strategisch: ze creëert massaal tewerkstelling, vooral voor laag- en middengeschoolden en voor vrouwen in rurale regio’s. India beschermt die sector sterk. De Verenigde Staten hanteren ondertussen invoerrechten tot 50% op Indiase textiel en kleding, wat illustreert hoe kwetsbaar de Europese markt in vergelijking is.

Daarom vraagt Fedustria dat het vrijhandelsakkoord met India aan vier essentiële voorwaarden voldoet:

1. Gelijke concurrentievoorwaarden

Indiase producten die onze markt binnenkomen, moeten voldoen aan dezelfde duurzaamheidsvereisten, productnormen, milieustandaarden en sociale verplichtingen als Europese producenten. Onze bedrijven werken onder strenge regels en kunnen enkel concurreren wanneer dezelfde standaarden gelden voor iedereen.
Vandaag laat de ondermaatse marktcontrole in de EU al te vaak toe dat goedkoop en niet conform textiel ongecontroleerd binnenkomt – dat risico dreigt nu verder toe te nemen.

2. Echte en afdwingbare markttoegang in India

Alle regionale of deelstaatgebonden heffingen, aanvullende rechten en belastingen die alleen gelden voor buitenlandse bedrijven moeten worden afgeschaft. Markttoegang mag geen papieren belofte zijn, maar moet effectief voelbaar zijn voor onze ondernemers.

3. Eliminatie van niet-tarifaire handelsbelemmeringen

Europese bedrijven mogen niet worden geconfronteerd met bureaucratische, administratieve of technische obstakels die de Indische markt in de praktijk ontoegankelijk maken. Ook worden Indiase textielbedrijven veelal gesubsidieerd. Om een gelijk speelveld te creëren met Europese bedrijven mag dit ook niet langer het geval zijn.

4. Een geleidelijke en realistische afbouw van Europese invoerrechten op Indiase kleding en textiel

Liberaliseringsstappen moeten gecontroleerd en gefaseerd verlopen. Een te snelle afbouw zou onze textielindustrie zwaar onder druk zetten en de concurrentiekracht van onze bedrijven ondermijnen. Enkel een stapsgewijze aanpak geeft onze sector de tijd om zich aan te passen, te investeren en competitief te blijven.

Fedustria steunt open en eerlijke wereldhandel — maar alleen wanneer die gebaseerd is op wederkerigheid, duurzaamheid en eerlijke concurrentie. Een vrijhandelsakkoord mag nooit leiden tot een situatie waarin Europese bedrijven de regels volgen en concurreren, terwijl buitenlandse producenten daarvan kunnen afwijken.

Voor Fedustria moet dit akkoord dan ook uitmonden in een werkelijk evenwichtige en faire handelsrelatie, waarin Belgische en Europese bedrijven op dezelfde basis kunnen concurreren als hun Indische tegenhangers.”