Home / Industrienieuws / Conjunctuur in de Belgische meubelindustrie – 3 m 2026

Conjunctuur in de Belgische meubelindustrie – 3 m 2026

OMZET DAALT, MAAR NIET IN ALLE PRODUCTGROEPEN

De omzet van de Belgische meubelindustrie daalde in 2025 voor het derde jaar op rij en lag 4,3% lager dan in 2024. Ook in het eerste kwartaal van 2026 zette deze neerwaartse trend zich voort, met een omzetdaling van 2,7% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De evolutie verschilde echter sterk naargelang de productgroep. Bij het woonmeubilair was de terugval het grootst, met een daling van 7,9%. De omzet van kantoor- en winkelmeubelen nam met 1,3% af. Keukenmeubelen en matrassen en bedbodems lieten daarentegen een positieve ontwikkeling zien, met een omzetgroei van respectievelijk 2,0% en 5,1%.

 

 

UITVOER STIJGT, TERWIJL INVOER DAALT

De Belgische meubeluitvoer (incl. doorvoer) steeg tijdens de eerste vijf maanden van 2026 met 5,4% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Ongeveer 90% van de uitvoer is bestemd voor de EU, waar de leveringen met 6,2% toenamen. Buiten de EU werd het Verenigd Koninkrijk (aandeel 2,6%) de belangrijkste afzetmarkt en stak het de Verenigde Staten (2,5%) nipt voorbij. De uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk nam met 6,9% toe, terwijl die naar de Verenigde Staten nagenoeg stabiel bleef (-0,8%). De Amerikaanse handelsmaatregelen blijven daarbij een belangrijke belemmering voor de export naar de VS.

Aan de invoerzijde was er een daling met 2,6% tijdens de eerste vijf maanden van 2026. China verstevigde niettemin zijn positie als belangrijkste leverancier: de invoer uit China steeg met 9%, waardoor het land goed was voor 31,8% van de totale meubelinvoer.

BELGISCHE EN EUROPESE MARKT: CONSUMENTENVERTROUWEN KRIJGT OPNIEUW EEN DEUK

In april 2025 bereikte het consumentenvertrouwen in België en Europa een dieptepunt, waarna een geleidelijk herstel inzette. De oorlog in het Midden-Oosten gaf het vertrouwen echter opnieuw een knauw. In maart 2026 zakte het terug tot ongeveer hetzelfde lage niveau als een jaar eerder. Sindsdien blijft het consumentenvertrouwen zwak, wat kan wegen op de vraag naar meubelen in België en Europa. Bovendien verschuift het bestedingspatroon van de consument: een kleiner deel van het budget gaat naar interieur, terwijl meer wordt besteed aan onder meer reizen en andere vormen van beleving.

 

BELGISCHE BEDRIJVEN VERLIEZEN AAN CONCURRENTIEKRACHT

Hoewel het Midden-Oosten voor Belgische bedrijven als afzetmarkt relatief beperkt is, heeft het conflict in de regio toch een aanzienlijke economische impact. Vooral de stijgende energie-, grondstoffen- en transportkosten wegen op de bedrijfsresultaten. Daar komt de impact van de hogere inflatie nog bij. Via de automatische loonindexering vertaalt die zich rechtstreeks in hogere loonkosten, die in België al relatief hoog liggen. Voor een open economie als de Belgische vormt dat een bijkomende uitdaging. De nieuwe energieschok weegt door op de concurrentiekracht van Belgische ondernemingen. Bedrijven staan voor een moeilijke afweging: rekenen ze de hogere kosten volledig door in hun verkoopprijzen, dan dreigen ze marktaandeel te verliezen, zowel op de binnenlandse markt als in het buitenland. Houden ze de prijsstijgingen daarentegen beperkt, dan zullen ze een deel van de hogere kosten zelf moeten dragen, met een daling van hun winstmarges als gevolg.  Voor bedrijven betekenen deze hogere kosten een toenemende druk op zowel hun marges als hun concurrentiepositie.

Lees de volledige conjunctuurnota hier

Was dit artikel nuttig?