Home / Industrienieuws / Groei zonder illusies

Groei zonder illusies

Véronique Goossens (Belfius) over productiviteit, industrie en veerkracht

De Belgische economie groeit, maar blijft de komende jaren steken rond 1 à 1,2 %. Dat is te weinig om het huidige welvaartsmodel te ondersteunen en heeft belangrijke gevolgen voor industriële bedrijven. In dit interview deelt Véronique Goossens, hoofdeconoom bij Belfius, haar analyse van de economische vooruitzichten en gaat ze in op productiviteit, concurrentiekracht en de uitdagingen voor de hout-, meubel- en textielindustrie.

In het huidige debat over economische groei klinkt de ambitie om opnieuw 2% te halen aantrekkelijk. Maar volgens Véronique Goossens, hoofdeconoom bij Belfius, is ze vandaag niet realistisch. België zal de komende jaren eerder rond 1 à 1,2% groei blijven hangen. Dat is onvoldoende om het huidige welvaartsmodel comfortabel te blijven dragen, en vooral voor de industrie is dat een fundamentele uitdaging.

“2% groei? Dat ligt absoluut niet in onze kaarten.”

Hoewel de economische context vaak als onzeker wordt omschreven, bevinden we ons volgens Goossens niet in een klassieke crisis. Ondanks geopolitieke spanningen en berichten over handelstarieven bleef de economische activiteit tot nu toe relatief stabiel. Maar net die stabiliteit maskeert een dieperliggend probleem.

Geen crisis, wel structurele traagheid

Er was geen plotse schok of terugval. Wat we wel zien, is een economie die blijft draaien, maar structureel te weinig snelheid maakt. Goossens spreekt van een ‘slow motion’-realiteit: normale economische activiteit, maar op een te laag niveau om echte vooruitgang te boeken.

Die trage groei maakt duidelijk waarom de sprong naar 2% buiten bereik blijft.

De achilleshiel van onze economie

De kern van het probleem ligt bij de productiviteit, en dan vooral in de industrie. België is een uitgesproken exportland: ongeveer 70% van onze uitvoer bestaat uit industriële producten. Net daar liep het de jongste jaren fout.

Terwijl de productiviteit in de dienstensector nog vooruitging, kende de industrie zelfs een negatieve evolutie. Dat contrast wordt extra pijnlijk door de forse loonstijgingen waarmee de hele economie werd geconfronteerd.

“Bij ons is de productiviteit, en zeker in de industrie, niet mee geëvolueerd. Daar moeten we een inhaalbeweging maken.”

Het resultaat is zichtbaar: België verloor de voorbije jaren een aanzienlijk deel van zijn marktaandeel. En dat verlies laat zich niet snel herstellen.

Kunnen hervormingen het verschil maken?

De recente hervormingen ziet Goossens als noodzakelijk, maar niet zaligmakend. Ze kunnen de productiviteit ondersteunen en de arbeidsmarkt flexibeler maken. Dat is essentieel voor bedrijven die vandaag niet botsen op een gebrek aan vraag, maar op een tekort aan geschikte profielen.

Een hogere arbeidsparticipatie kan opnieuw groeiruimte creëren. Tegelijk blijft de binnenlandse consumptie gematigd. De automatische indexatie wordt niet volledig doorgerekend, terwijl hogere btw-tarieven en duurdere energie de koopkracht aantasten.

De conclusie is helder: voor de industrie wacht nog veel werk.

Hoe kan de industrie opnieuw vooruit?

De richting is volgens Goossens duidelijk: productiever worden. Dat vraagt gerichte investeringen in modernisering, digitalisering en innovatie. Artificiële intelligentie speelt daarin een steeds belangrijkere rol.

“AI kan de productiviteit naar een hoger niveau tillen. Bedrijven moeten daar geen schrik van hebben, maar er effectief mee aan de slag gaan.”

Het zal niet alleen van AI moeten komen. Ons systeem kampt met veel rigiditeit en complexiteit, wat bedrijven afremt.

Vereenvoudiging en meer soepelheid in de regelgeving zijn noodzakelijk, net zoals een efficiënter vergunningenbeleid. Trage procedures vormen vandaag een reële drempel voor ondernemers. Innovatie blijft daarbij een sleutelelement: nieuwe, commerciële producten zijn cruciaal om de productiviteit op te drijven.

Ook het beperkte aanbod aan arbeidskrachten weegt op de productiviteit. Maar volgens Goossens begint het probleem nog vroeger: bij het ondernemerschap zelf. Internationaal gezien telt België te weinig starters, terwijl tegelijk meer ondernemers afhaken.

Dat gebrek aan ondernemingsdynamiek ondergraaft op termijn de groeicapaciteit van de economie.

Voorzichtig herstel, geen euforie

In sectoren zoals meubel en hout zijn er tekenen van stabilisatie. Ook in andere delen van de industrie is er voorzichtig herstel nadat de Belgische export de voorbije 3 jaar flink marktaandeel verloor in de exportmarkten ten opzichte van andere Europese landen.

Marktaandeel terugwinnen is vaak een proces van vele jaren.

Energie, China en handel: realisme boven slogans

De hoge energiekosten blijven zwaar wegen op industriële bedrijven. De tijdelijke steunmaatregelen zijn welkom, maar lossen het structurele probleem niet op. Zeker niet wanneer energie in de VS drie tot vier keer goedkoper is.

Ook geopolitiek is realisme nodig. China blijft een onmisbare handelspartner, maar tegelijk een strategische uitdager. Europese bedrijven zijn minder naïef geworden, onder meer door ervaringen met technologische kopieën. Binnen Europa lopen de accenten bovendien uiteen. Duitsland beschouwde China lange tijd als een cruciale exportmarkt, maar ziet die vraag vandaag terugvallen en wil de relatie niet bruusk onder druk zetten. Frankrijk hanteert dan weer een meer protectionistische benadering.

Volgens Goossens zal de Europese Unie daarom als geheel een duidelijkere positie moeten innemen. Instrumenten zoals de CBAM, een koolstofheffing op CO2-gevoelige import, zijn een stap, maar volstaan niet. De EU zal zich moeten beraden over zijn relatie met China en vermijden dat de Europese industrie het slachtoffer wordt van massale dumping.

Het is ook cruciaal om nieuwe markten te blijven openen via vrijhandelsakkoorden zoals India.

Wat betekent dit voor onze bedrijven?

Voor exportgerichte KMO’s komt alles samen in één sleutelwoord: veerkracht. Dat begint bij een robuuste supply chain, met een goed inzicht in risico’s en kosten. Het vraagt ook om het regelmatig herbekijken en diversifiëren van exportmarkten. En bovenal: blijven inzetten op innovatie en productiviteit.

“De juiste mix van globaal denken en lokaal organiseren wordt cruciaal.”

Was dit artikel nuttig?