Fedustria is voorstander van een geplafonneerde index, ook wel centenindex genoemd (zie ons memorandum voor de verkiezingen van juni 2024). In ons voorstel zou de integrale index worden toegepast op de lonen tot een bepaald bedrag (voorstel: mediaanloon van ca. 3500 euro), maar de lonen boven dat grensbedrag zouden slechts verhogen met de index toegepast op dat grensbedrag. Wat ons betreft is dat een maatregel die voor onbepaalde duur zou moeten worden toegepast.
Bij de opstelling van de begroting 2026 (in het najaar van 2025) kwam de regering ook met een voorstel van een centenindex, maar inhoudelijk zijn er zeer grote verschillen tussen ons voorstel en wat de regering voorstelt.
De centenindex die de regering in gedachten heeft zou niet voor onbepaalde duur gelden, maar slechts 2 keer ten belope van max. 2%, worden toegepast op lonen vanaf 4000 euro. Omwille van de verschillende sectorale indexmechanismen dreigt dit een administratieve nachtmerrie te worden voor de bedrijven en de sociale secretariaten.
Bovendien zal de werkgever, tijdens de toepassing van de centenindex, de helft van de besparing moeten doorstorten aan de overheid, en zal na afloop van de toepassing van de centenindex de werkgever een loonmatigingsbijdrage moeten blijven betalen.
Als deze loonmatigingsbijdrage onbeperkt is in de tijd zal deze maatregel de bedrijven op termijn overigens veel meer kosten dan het ooit voor hen kan opleveren. Ook voor werknemers die pas na afloop van de loonmatigingsperiodes in dienst komen (en meer verdienen dan 4000 euro) zal de loonmatigingsbijdrage verschuldigd zijn, hoewel de werkgever voor hen nooit een indexaftopping heeft kunnen toepassen. Bovendien: de matiging van de index zelf speelt enkel op het contractuele of baremieke basisloon; de geconsolideerde bijdrage zou echter worden toegepast op de volledige RSZ-looncode 1, die ruimer is dan enkel het basisloon.
Ook door de niet-neutralisering van de centenindex in de berekening van de loonnorm, dreigt dit voor de werkgevers een vergiftigd geschenk te worden: de toepassing van de centenindex zou immers extra marge doen ontstaan voor mogelijke loonsopslag.
Wat de werkgevers met de ene hand kunnen besparen, zouden ze dus met de andere hand dubbel en dik moeten teruggeven! Het is duidelijk dat de versie van de centenindex die de regering in gedachten heeft puur budgettair gedreven is en geen competitiviteitsvoordeel voor de bedrijven inhoudt.
Het voorstel van de centenindex van de regering zit vervat in het ontwerp van Programmawet, die momenteel in de Kamer nog altijd voorligt ter bespreking en ter stemming.
Omwille van de geopolitieke situatie zijn de elektriciteits- en gasprijzen de laatste weken fors gestegen. Deze jagen op hun beurt de inflatie en dus het indexcijfer aan. De lonen dreigen daardoor sneller dan voorzien te worden geïndexeerd.
Het is daarom zeer goed dat de Groep van 10 (waarin de interprofessionele vakbonden en werkgeversorganisatie zetelen) met een eigen voorstel zijn gekomen: enerzijds vragen ze aan de regering om de centenindex (en de loonmatigingsbijdrage) niet door te voeren in deze vorm, maar om een aanpassing door te voeren aan de indexkorf. Concreet stelt de Groep van 10 voor om bij de berekening van de inflatie rekening te houden met lopende gas- en elektriciteitscontracten met een vast tarief (veel gezinnen ondervinden daardoor immers niet onmiddellijk de gevolgen van de stijging van de energieprijzen). De Groep van 10 stelt ook voor om de energieprijzen over 12 maanden uit te middelen (lissage) zodat plotse en hevige opstoten van die energieprijzen niet onmiddellijk en integraal in de inflatie en de index (en dus finaal in de lonen) doorwerken.
Momenteel is het echter nog afwachten of de regering dat akkoord van de G10 zal aanvaarden.
Als Fedustria onderschrijven wij het akkoord van de G10 en hopen dat het gezond verstand zal zegevieren.
Was dit artikel nuttig?