Home / Industrienieuws / Conjunctuur in de Belgische houtverwerkende industrie – 3 m 2026

Conjunctuur in de Belgische houtverwerkende industrie – 3 m 2026

ACTIVITEIT IN DE HOUTINDUSTRIE BLIJFT POSITIEF EVOLUEREN

Na een forse omzetdaling van 12,3% in 2023 herstelde de Belgische houtverwerkende industrie zich in 2024 en 2025, met een groei van respectievelijk 3,4% en 2,8%. In het eerste kwartaal van 2026 zette dit herstel zich voort en steeg de omzet met 2,7%. Nagenoeg alle productgroepen lieten groei optekenen. Alleen het kleinere segment van de overige houtverwerking, waaronder kaders en borstels, kende een omzetdaling van 21,2%. De sterkste groei kwam van de verpakkingssector, en dan vooral van paletten, met een omzetstijging van 8,5%. Ook de segmenten bouwelementen (+4,8%) en plaatmateriaal (+3,1%) presteerden duidelijk beter dan in het eerste kwartaal van 2025.

 

 

EXPORT STEEG TERWIJL IMPORT DAALDE

De Belgische houtexport steeg tijdens de eerste vijf maanden van 2026 met 2% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Ongeveer 80% van de uitvoer is bestemd voor de EU-markt, waar de leveringen met 5,7% toenamen. Buiten de EU bleef het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste afzetmarkt, met een aandeel van 4,0%, ondanks een daling van de uitvoer met 12,1%. China volgde op de tweede plaats met een aandeel van 3,5%, maar ook daar viel de export sterk terug (-16%). De export naar de Verenigde Staten kreeg een zware klap. De VS waren tijdens de eerste vijf maanden van 2026 nog goed voor 1,8% van de Belgische houtexport, terwijl de leveringen er met 32,3% terugvielen. De Amerikaanse invoerheffingen blijven duidelijk wegen op de Belgische export naar de VS.

De Belgische houtinvoer daalde tijdens de eerste vijf maanden van 2026 met 3,3%. De invoer uit China, het vijfde belangrijkste leveranciersland met een aandeel van 4,7%, viel fors terug (-38,8%). Dat is onder meer het gevolg van de hoge antidumpingrechten op Chinees hardhouten multiplex en parket, die de invoer vanuit China in 2025 al duidelijk afremden.

 

 

BELGISCHE BEDRIJVEN VERLIEZEN AAN CONCURRENTIEKRACHT

Hoewel het Midden-Oosten voor Belgische bedrijven als afzetmarkt relatief beperkt is, heeft het conflict in de regio toch een aanzienlijke economische impact. Vooral de stijgende energie-, grondstoffen- en transportkosten wegen op de bedrijfsresultaten. Daar komt de impact van de hogere inflatie nog bij. Via de automatische loonindexering vertaalt die zich rechtstreeks in hogere loonkosten, die in België al relatief hoog liggen. Voor een open economie als de Belgische vormt dat een bijkomende uitdaging. De nieuwe energieschok weegt door op de concurrentiekracht van Belgische ondernemingen. Bedrijven staan voor een moeilijke afweging: rekenen ze de hogere kosten volledig door in hun verkoopprijzen, dan dreigen ze marktaandeel te verliezen, zowel op de binnenlandse markt als in het buitenland. Houden ze de prijsstijgingen daarentegen beperkt, dan zullen ze een deel van de hogere kosten zelf moeten dragen, met een daling van hun winstmarges als gevolg.  Voor bedrijven betekenen deze hogere kosten een toenemende druk op zowel hun marges als hun concurrentiepositie.

Lees de volledige conjunctuurnota hier

Was dit artikel nuttig?