De partners van het interfederale platform MAKE2025-2030 — het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), Voka, Beci en Akt de industriefederaties Agoria, essenscia, Fedustria en Fevia — maken de stand van zaken op na een jaar samenwerking met de federale en regionale overheden. Drie dossiers vragen nu prioritaire actie: de energiekosten en -infrastructuur, de administratieve lastendruk en de vergunningverlening.
Een jaar na de lancering van MAKE2025-2030 erkennen de partners dat deze regering, in goede samenwerking met de regio’s, de zware problemen waarmee onze industrie kampt eindelijk ten volle erkent en hiervoor verschillende werkgroepen heeft opgezet om ze structureel aan te pakken. Tegelijk blijft de situatie van de Belgische industrie precair: de internationale concurrentiepositie staat onder druk, investeringen worden uitgesteld en productie verdwijnt steeds vaker naar het buitenland. Hoewel in de werkgroepen degelijk werk wordt geleverd, zijn de resultaten vandaag nog onvoldoende zichtbaar op het terrein. De partners vragen daarom meer sense of urgency en een versnelling van de uitvoering. De uitdagingen zijn te groot en te dringend om te blijven steken in analyse en overleg alleen. Vandaar deze tussentijdse balans, met aandacht voor de drie domeinen die het verschil moeten maken voor onze bedrijven.
Energie: kostprijs en netcapaciteit blijven knelpunt
De werkgroep Energie bekrachtigde in januari 2026 een actieplan dat de energiekost voor de industrie moet verlagen en de uitbouw van energie-infrastructuur moet versnellen, via een combinatie van Europese financiering, een vereenvoudigd capaciteitsvergoedingsmechanisme en een verfijnde prijsmonitoring. Voor de energienorm raakte intussen een budget van 944 miljoen euro bevestigd. De partners erkennen dat dit een belangrijke stap is richting herstel van het concurrentievermogen van de Belgische industrie. Tegelijk roepen zij de federale en regionale regeringen op om snel over concrete maatregelen te beslissen. De huidige onzekerheid en vertraging, onder meer door de discussie rond burden sharing, zorgen ervoor dat investeringen — ook in decarbonisatie — onder druk komen te staan of worden uitgesteld.
De partners stellen daarnaast ook vast dat de netcongestie alsmaar nijpender wordt en dat enkele cruciale federale dossiers, zoals de energienorm, de offshore-tender en de langetermijnvisie op nucleaire energie, vandaag buiten MAKE2025-2030 blijven. Zij vragen een interfederale energievisie op lange termijn, met duidelijke prioritering, wachtrijbeheer en bijkomende financiering om de aansluitcapaciteit snel te vergroten.
Administratieve vereenvoudiging: actieplan is klaar, uitvoering moet volgen
Binnen de werkgroep Interne Markt, die de Belgische vertaling maakt van de “Terrible Ten”-belemmeringen die de Europese Commissie identificeerde, ligt sinds half juni een actieplan met 38 acties op tafel. Het plan pakt onder meer administratieve complexiteit en versnipperde regelgeving aan, maar is voorlopig vooral procedureel van aard.
De partners onderstrepen dat een uitgewerkt actieplan een belangrijke stap is, maar geen eindpunt. Zij vragen een scherpere Belgische strategie ter versterking van de interne markt voor de industrie, een beperkte lijst van prioritaire maatregelen, en een snelle, merkbare vooruitgang voor bedrijven die vandaag nog steeds hinder ondervinden van uiteenlopende nationale interpretaties en regeldruk.
Ook vragen zij om efficiëntieredenen dat de verschillende MAKE 2025-2030-activiteiten rond Europese dossiers zouden worden samengebracht binnen de ene nieuwe raadplegingsstructuur die vorig jaar tijdens en na fase 1 van MAKE 2025-2030 is opgestart. Zo kan die structuur uitgroeien tot één vast overlegplatform waar industrie, politiek, regio’s en diplomatie tijdig prioriteiten bepalen, economische input bundelen en Belgische industriële belangen coherenter verdedigen op Europees niveau.
Vergunningen: nood aan snelheid en rechtszekerheid
De werkgroep Vergunningen, gestart in april 2026, bracht de partners en de regio’s samen rond de toenemende druk op de vergunningverlening in België. De eerste twee subwerkgroepen wezen complexe en overlappende regelgeving, lange beroepsprocedures en een gebrek aan rechtszekerheid aan als belangrijkste knelpunten, met de cumulatieve impact van Europese regelgeving als rode draad.
De partners pleiten voor een fundamentele Europese “Omnibus on Permitting” die de bestaande Europese vergunningskaders beter op elkaar afstemt en meer flexibiliteit en proportionaliteit invoert. Zij roepen de federale overheid en de gewesten ook op om de werkzaamheden voort te zetten om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te versnellen, onder meer rekening houdend met de aanbevelingen van de Gemengde Expertencommissie Vergunningen van de Vlaamse overheid en het routeplan “Permis” van de Waalse regering.
Was dit artikel nuttig?