De maakindustrie in Oost-Vlaanderen” – Missie geslaagd!

Op dinsdag 19 mei 2015 vond in onze site te Sint-Denijs-Westrem de slotsessie plaats van de Oost-Vlaamse studietoer “De maakindustrie in Oost-Vlaanderen”, een initiatief van Fedus-tria in samenwerking met Creamoda en de Economische Raad voor Oost-Vlaanderen (EROV) met de steun van de Hogeschool Gent. 

Mix 6993
(vlnr) Brecht Carels (Directeur EROV), Jozef Dauwe (gedeputeerde CD&V Provincie Oost-Vlaanderen en voorzitter EROV), Fa Quix (Fedustria) en Siegfried Bracke (voorzitter van de kamer en fractieleider N-VA in Gent)
Mix 6938
Jozef Dauwe

Tijdens deze slotsessie werd het eindverslag voorgesteld van de recente studietoer bij vijf toonaangevende topbedrijven uit de textiel-, mode-, hout- en meubelindustrie: De Saedeleir (Dendermonde), Alsico (Ronse), Van Hoecke (Sint-Niklaas), Ontex (Eeklo) en Wycor (Wetteren).

Jozef Dauwe, gedeputeerde en voorzitter EROV, mocht de spits afbijten tijdens het slotevenement op 19 mei. Op zijn eigen gedreven manier gaf hij aan dat er nog een mooie toekomst is weggelegd voor de maakindustrie in Oost-Vlaanderen. 


Mix 6964
Alexandra De Raeve

Vervolgens presenteerde Alexandra De Raeve, vakgroepvoorzitter mode-, textiel- en houttechnologie aan de HoGent, het eindverslag van de studietoer. Ze verwees naar het gegeven dat er 200 jaar geleden in Oost-Vlaanderen een enorme concentratie aan textiel-, mode-, hout- en meubelbedrijven waren, en “hoewel deze Oost-Vlaamse industrieën een aanzienlijk aandeel van hun productie verloren hebben aan Azië, hebben de bezoeken die werden gebracht aan vijf pareltjes van bedrijven bewezen dat deze sectoren nog steeds tot de top behoren, en over de noodzakelijke machines, mensen en systemen beschikken om ook in de toekomst succesvol te zijn”.

TRANSFORMATIE

Voor de maakindustrie in Vlaanderen is het noodzakelijk om zich te transformeren om te overleven en te focussen op een nieuwe logica van sociaal-economische duurzaamheid. Daarbij wordt gestreefd naar economisch succes, het welzijn van de mensen, het behoud van het milieu en het besparen op grondstoffen. De stijgende transportkosten, de nood aan efficiënter en productiever werken, de vraag naar producten die milieuvriendelijk zijn, de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen en de daaraan verbonden instabiliteit van de grondstof- en energieprijzen en de steeds korter wordende doorlooptijden in de productie, dwingen de industrie om op een andere manier te werken. De textiel-, mode-, hout- en meubelbedrijven dienen te onderzoeken op welke manier ze de productie-efficiëntie in hun bestaande units duurzaam kunnen verhogen, de time-to-market kunnen versnellen en de druk kunnen wegnemen van de loonkost.

Volgens Alexandra De Raeve is het cruciaal dat de innovatiecapaciteit en de competitiviteit van de Oost-Vlaamse maakindustrie verder ontwikkeld worden om te verzekeren dat ze een rol kunnen blijven spelen in de groeiende globale markt. “Om competitief te zijn is het belangrijk dat de maakindustrie in staat is om waardeketens vanaf R&D tot en met specifieke volumemarkten aan te sturen. Oost-Vlaanderen kan niet overleven op R&D en diensten alleen, want als de volgende stappen in de waardeketen ontbreken zullen R&D en diensten op termijn ook verdwijnen. Zonder productietechnologie en infrastructuur zal de ontwikkeling van innovatieve producten beperkt zijn en zullen we niet verder kunnen inspelen op de maatschappelijke noden.”

DE KAART VAN INNOVATIE TREKKEN

Met het oog op het creëren van een duurzaam toekomstperspectief voor de Oost-Vlaamse maakindustrie van textiel-, mode-, hout- en meubelbedrijven, moeten de productiefaciliteiten worden omgevormd tot nieuwe, wendbare en hoogtechnologische organisaties door ten volle de kaart te trekken van innovatie (het implementeren van technologische innovaties die de snelheid en efficiëntie verhogen zoals bv. digitaliseren), proliferatie (het opstarten van kleine flexibele productie-units dicht bij de klant zodat sneller kan ingepikt worden op zijn wensen) en samenwerking (door nauwere banden te smeden met alle leveranciers, klanten en met kenniscentra). Dit alles kan gerealiseerd worden met de hulp van geavanceerde, adaptieve en slimme productieprocessen, de inbreng van ICT en mechatronica, het invoeren van systemen voor modellering, simulatie en voorspelling onder het moto ‘keep it virtual as long as possible’ en last but not least: hoogopgeleide werknemers.

De vijf bezochte Oost-Vlaamse bedrijven zijn stuk voor stuk toonaangevende voorbeelden van die transformatie binnen de textiel-, mode-, hout- en meubelindustrie. Een overzicht.

De Saedeleir (Dendermonde)

Mix 4309

De Saedeleir is o.a. gespecialiseerd in beurs- en eventtapijt. Zij zorgen onder meer voor de rode loper in Cannes, het tapijt op Tomorrowland en de vloerbekleding van de vele hallen van Messe Frankfurt tijdens beursevents.

De tapijten zijn flinterdun en vederlicht, maar beschikken over de juiste eigenschappen op vlak van akoestiek en veiligheid. Na gebruik wordt alles teruggenomen en gerecycleerd waarbij gezocht wordt naar lokale, waardengedreven recyclers. Zo werd het tapijt dat gebruikt werd tijdens het WK in Zuid-Afrika hergebruikt in de Townships.
Ook wat betreft de gebruikte grondstoffen wordt resoluut de kaart van eco-design en eco-productie getrokken.
Naast tapijt is ook technisch textiel met specifieke functies voor infrastructuurwerken en tuinbouw een belangrijke markt. De Saedeleir is immers pionier met zijn composteerbare vilten uit biopolymeren voor gebruik in tuinbouw (onkruidwerend doek). De Saedeleir is erin geslaagd om de materialenkringloop te sluiten en het energieverbruik drastisch terug te dringen en te investeren in hernieuwbare energiebronnen. Innovatie is bij De Saedeleir een continu proces waar alle medewerkers en klanten bij betrokken worden. 

Alsico (Ronse)

Mix 5789
Eric Magnus (Creamoda), Bernard Siau (Alsico) en Bob Vander Beke (Centexbel)

Alsico is actief in de drie domeinen van workwear, nl. care waaronder ziekenhuizen, rust- en verzorgingsinstellingen en thuiszorg vallen, beschermkledij voor de industrie, en imagokledij. 
De productontwikkeling gebeurt vanuit drie invalshoeken, nl. veiligheid en bescherming, innovatie en duurzaam ondernemen. Door deze aanpak van end-to-end engineering slaagt Alsico erin om producten en diensten aan te bieden in functie van de volledige waardeketen. Dit is mogelijk dankzij een integrale projectmatige aanpak van processen zoals ontwerp, productie, verkoop, onderhoud en recyclage.
Om te kunnen inspelen op de sterk veranderende marktvraag (gemiddelde ordergrootte bedraagt 28 stuks) heeft Alsico ervoor gezorgd dat zijn productiesystemen flexibel en adaptief zijn met als ultieme doel een rendabele productie van producten met… lotgrootte 1. Vandaag slagen zij hier reeds in met hun lijn “Style your shape” waar resoluut de weg is ingeslagen naar de groeiende markt van massacustomized products.
Ook duurzaam ondernemen en eco-productie zijn niet vreemd aan Alsico. Hun duurzame productiesystemen hebben oog voor elke fase in de levenscyclus van hun producten, van de aankoop van materialen zoals biokatoen, over de productie en het eigenlijke gebruik, tot aan de afvalverwerking waar Alsico een exclusief partnership heeft met Le Relais – Minot Recyclage Textile en er akkoorden zijn met de Europese wasserijen en linnenverhuurders voor het groeperen en wassen van de versleten kledij, inclusief traceerbaarheid en recyclagecertificaat.
Tevens gebeuren er aanzienlijke investeringen in duurzame en hernieuwbare energiebronnen en is er een transparante communicatie rond duurzaam ondernemen naar alle stakeholders via het Global Reporting Initiative.

Van Hoecke (Sint-Niklaas)

20150317 105158
Peter Van Hoecke

Van Hoecke is expert in functioneel meubelbeslag. Zij beleveren de meubelindustrie van de kleine schrijnwerker tot de industriële bouwbedrijven. Hiervoor hanteren ze een specifieke strategie door ook de consument te gaan benaderen waardoor een ‘pull’-effect op de markt wordt gecreëerd. Ze beschikken hiervoor over een uitgekiende toonzaal waar de consument als het ware een ‘keukenproefrit’ kan maken. Om de groei te waarborgen heeft Van Hoecke de stap gezet van handelaar/distributeur naar assembleur en vervolgens naar producent. Zij assembleren, volledig op maat, metalen laden voor gebruik in keukens en badkamers en zijn marktleider in België geworden.
Onder het motto van Antoine de Saint-Exupéry “De toekomst moet je niet voorspellen, maar maken” gingen ze aan de slag om met behulp van hun knowhow van metalen laden zich te specialiseren in gecustomiseerde houten laden (laden op maat). TA’OR of ‘The Art of Organizing’ was geboren. Het TA’OR-concept heeft alles in zich van wat je van een ‘Factory of the Future’ mag verwachten. 
Het productieapparaat is regelrechte state-of-the-art en laat toe om concurrentieel te blijven. Het ontwerpproces is zo opgevat dat de volledige waardeketen en alle stakeholders aan bod komen, alle operationele processen zijn volledig gedigitaliseerd en verbonden via het internet.
De medewerkers spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de organisatie en de producten en er is oog voor hun autonomie en persoonlijke ontwikkeling. Hun netwerk van toeleveranciers en partners is geoptimaliseerd en in elke fase van de levenscyclus van het product is er oog voor duurzaamheid, dit vanaf de grondstofkeuze (FSC- of PEFC-gecertificeerd) tot en met het compact transport en de uiteindelijke recyclage. De productconfigurator laat toe om elke lade volledig te customiseren en te produceren in een one-piece-flow. 

Ontex (Eeklo)

Mix 7169
(vlnr) Jef Monballyu (Ontex), Kris Van Peteghem (Fedustria), Herman Paridaens (IVC), Filip De Leyn (Meubar), André Cochaux (Fedustria), Geert Behaegel (De Zetel) en Manu Tuytens (Concordia Textiles)

Het productgamma van Ontex omvat babyluiers, incontinentiemateriaal en dameshygiëne. Ontex heeft een zeer sterke focus op innovatie. De R&D-afdelingen leveren jaarlijks gemiddeld zo’n 5 tot 6 innovaties af waarmee ze zich enerzijds kunnen positioneren als fast followers van de A-brands en anderzijds differentiëren ten opzichte van de concurrentie. 
Om een constante groei te blijven genereren wordt vooral uitgekeken naar de groeimarkten. Vandaag worden in een aantal (lagelonen)landen dameshygiëne en luiers enkel gebruikt voor zogenaamde ‘speciale gelegenheden’, bv. feesten. Hierop wordt ingespeeld door in die landen hun producten aan te bieden in aangepaste kleine verpakkingen. In de geïndustrialiseerde landen zit omwille van de vergrijzing ook incontinentiemateriaal sterk in de lift. In Japan worden immers al meer incontinentieproducten dan luiers verkocht. 
Naast innovatie kent ook duurzaamheid een sterke focus binnen Ontex en dit zowel op niveau van de organisatie, de producten en de knowhow. Ontex beschikt over de modernste productietechnologieën waardoor de groep competitief kan blijven in een sterk globaliserende markt. Deze doorgedreven automatisering leidde in geen geval tot jobverlies, maar vereist wel hoger opgeleide mensen. Bij de aankoop van materialen kiest Ontex voor > 95 % ecogelabelde fluff pulp, en het ecodesign principe is gericht op grondstoffenbesparing. Door een efficiënt transportsysteem, waar alleen maar met volle trucks wordt gereden, werd de CO2-uitstoot drastisch verminderd. Door het creëren van partnerships met leveranciers en klanten wordt ruimte vrijgemaakt voor een geoptimaliseerd ecosysteem. Het productieafval wordt ge-upcycled en verkocht als grondstof voor o.a. de productie van cd-rom doosjes.

Wycor (Wetteren)

Fotomix 24
(vlnr) Jozef Dauwe (gedeputeerde en voorzitter EROV), Minister van Staat Herman De Croo, Rik Hinnens, Chris Decaesstecker, Hilde Willemyns (alle drie Wycor) en Brecht Carels (Directeur EROV)

Wycor is ontstaan als een houtverwerkend bedrijf. Zij zijn vooral actief op vlak van binnenrenovatie en afwerking van gebouwen en dit vooral in de openbare sector. In 1998 werd de divisie ComTec®, gespecialiseerd in brandcompartimenteringstechnieken, opgericht. In 2011 werd dit nog uitgebreid met de oprichting van WycoTec, gespecialiseerd in stalen en inox deuromlijstingen en in 2014 was er de acquisitie van Afinco die gespecialiseerd is in laag-energie en passief schrijnwerk. 
Wycor heeft een erkenning klasse 8 voor bouwwerken, wat betekent dat het bedrijf overheidsopdrachten van meer dan 5.330.000 euro mag uitvoeren. De medewerkers spelen een belangrijke rol binnen Wycor. Er wordt dan ook sterk geïnvesteerd in opleidingen, welke 50 % hoger liggen dan het wettelijk verplichte. De innovaties worden sterk aangestuurd vanuit de ervaring van de medewerkers en situeren zich vooral op niveau van veiligheid, zijnde brandwerende en inbraakwerende producten. Ook in dit bedrijf zijn de operationele en logistieke processen geautomatiseerd, gedigitaliseerd en verbonden via een geïntegreerd netwerk. Wycor nam reeds verschillende initiatieven om zijn productiesystemen te verduurzamen en het energieverbruik drastisch te verminderen.

Verschillende strategieën, toch ook rode draden

Tijdens deze vijf bedrijfsbezoeken detecteerde Alexandra De Raeve een aantal gelijklopende thema’s. 

Bij alle bedrijven spelen de medewerkers een belangrijke rol in de lokale verankering. Elke onderneming heeft aandacht voor de creativiteit, de betrokkenheid en de kansen op autonomie van het personeel. Hiervoor hebben ze nood aan personeel dat van bij de basis goed opgeleid is en waarvoor in het bedrijf een life long learning programma uitgewerkt is. Deze medewerkers vormen samen met de toeleveranciers en klanten netwerken die kunnen instaan voor een integrale innovatieaanpak op niveau van zowel de processen als de producten.

De bezochte bedrijven kunnen ook als toonaangevend beschouwd worden op gebied van flexibele, geautomatiseerde productiesystemen en gedigitaliseerde operationele processen. Bij enkele is hierbij het ultieme doel de rendabele productie van gepersonaliseerde producten met lotgrootte 1. Voor andere dient het juist om zeer grote volumes te kunnen produceren.
En last but not least, constateerde Alexandra De Raeve in ieder bedrijf duurzame productiesystemen met oog voor elke fase in de levenscyclus van een product, vanaf het sourcen van de grondstoffen, over de productie en het eigenlijke gebruik, tot aan het recycleren en het uiteindelijke end-of-life-afhandelen. Een aantal bedrijven slaagde er reeds in om hun materialenkringloop volledig te sluiten en het energieverbruik drastisch te verminderen.

Tot slot verwees Alexandra De Raeve naar de toenemende evolutie van massaproductie naar massacustomisatie, waarbij gestreefd wordt naar producten met een hoge toegevoegde waarde en naar specialisatie/kwaliteit voor benadering van nichemarkten. Voor de HoGent ziet zij naast de rol van demonstrator  (bv. aantonen digitale mogelijkheden) ook een rol van facilitator weggelegd. Zij pleitte voor voldoende middelen om de evolutie van de maakindustrie naar ‘Factories of the Future’ te faciliteren. 

Toch over de paradigmashift

Key note speaker Herman Toch gaf vervolgens zijn visie op de toekomst. Volgens deze toekomstdenker moeten de bedrijven hun eigen ‘nieuwe lente’ creëren. Volgens hem breekt een nieuw tijdperk aan waar afleren belangrijker is dan bijleren, en waar bedrijven moeten streven naar beter in plaats van naar meer: een paradigmashift. Hij ziet de evolutie van een economie waar de goederen centraal stonden (BNP) naar een maatschappij waar de mensen centraal staan (BNG = bruto nationaal geluk). Als consultant voor meerdere bedrijven, geeft hij vaak volgende tip: “Als uw bedrijf er morgen niet meer is, wat gaan uw klanten dan missen?” is een vraag die elke bedrijfsleider zich zou moeten stellen. Herman Toch vindt het belangrijk dat bedrijven connecteren met de veranderende klant.

Hij raadt bedrijven aan om een nieuw groeimodel te omarmen, waarbij het beste uit het oude groeimodel wordt gecombineerd met het nieuwe. Winst wordt volgens hem een beloning en is geen doel op zich. Hij merkt de evolutie van ‘bad profit’ (pure streven naar winst) naar ‘good profit’ (streven naar winst met respect voor mens en milieu) naar ‘happy profit’ (winst is een beloning). 

Toch gaf volgende tips mee aan de aanwezige bedrijfsleiders:

  • geef uw bedrijf een bestaansrecht (“waarom doen we de dingen die we doen?”);
  • vertrek vanuit uw klant en de eigen werknemers;
  • bouw een netwerk, deel kennis, knowhow en talent.

Volgens hem zijn bedrijven systemen die dienen te transformeren op verschillende domeinen (‘brand, value, culture, organisational structure’). Hij onderscheidt vijf paradigmawissels bij het evolueren van bedrijven naar ‘Fabrieken van de Toekomst’:

  • evolutie van denken op korte termijn naar denken op lange termijn;
  • evolutie van lineair denken naar systeemdenken of circulair denken;
  • evolutie van centralisatie naar decentralisatie (bv. ‘open source’: iedereen wordt maker);
  • evolutie van massaproducten naar gepersonaliseerde producten (‘mass customization’);
  • evolutie van gesloten systemen naar open systemen.

Volgens hem wordt de toekomst het zoeken naar het juiste evenwicht tussen loslaten van oude gewoonten, houden aan bepaalde zaken en zoeken naar nieuwe businessmodellen. 

Fa Quix nam vervolgens het slotwoord, waarin hij aangaf dat hij het geruststellend vond dat de vijf bezochte bedrijven uit de textiel-, mode-, hout- en meubelindustrie goede voorbeelden zijn van de evolutie naar de ‘Fabrieken van de Toekomst’ en hiermee toonaangevend zijn. Maar daarnaast zijn er nog tientallen andere bedrijven die de noodzakelijke transformaties succesvol aan het doorvoeren zijn. Het is geen gemakkelijke weg, maar de enig mogelijke om in de toekomst nog succesvol te zijn.

Binnenkort zal de studie zoals die werd opgemaakt door Alexandra De Raeve ook online beschikbaar zijn.

De boeiende avond werd afgesloten – hoe kan het ook anders – met een receptie met Oost-Vlaamse streekproducten, met dank aan de Economische Raad voor Oost-Vlaanderen (EROV).