Zonder loonnorm, geen automatische loonindexering

Opinie van 08/10/2021 door Fa Quix

De socialistische vakbond ABVV eist ‘een fundamentele hervorming van de wet van ‘96’. Wat de vakbond in deze wet vooral stoort, is de zogenaamde loonnorm en het mechanisme dat leidt tot de berekening ervan door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Volgens hen “werkt die wet niet”.

Als de vakbonden de loonnorm-wet wegwillen, dan kan ook de automatische loonindexering niet blijven.

Lees: de vakbond zou hogere looneisen willen stellen bovenop de grens die om de twee jaar berekend wordt op basis van die wet van ‘96. Maar die wet is er niet zonder reden en draagt niet voor niets de titel van “Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen”. De wet van ’96 grondig hervormen, zoals het ABVV (maar evengoed ACV en ACLVB) het wenst, zou ongetwijfeld grote negatieve gevolgen hebben voor onze economie, en zeker voor onze sterk exportgerichte industrie die blootgesteld is aan scherpe internationale concurrentie.

Die wet is er ook niet zomaar gekomen. Door de loonkostenontsporingen in de jaren ’70 en daarna gingen vele bedrijven failliet en daarmee ook tienduizenden jobs. Maar in de aanloop naar de euro (de Europese Monetaire Unie) van 1999 kon België niet langer met wisselkoerscorrecties een aangetaste concurrentiepositie herstellen. De Belgische loonkosten dienden daarom te sporen met de loonkostenontwikkeling bij onze belangrijkste handelspartners (Duitsland, Frankrijk en Nederland). Vandaar de wet van ‘96 die ervoor moest zorgen dat de Belgische loonkostenontwikkelingen beheersbaar bleven, en zeker in de pas bleven met de genoemde drie buurlanden.

België is immers (naast Luxemburg en Cyprus) het enige land met een veralgemeende automatische loonindexering. Bij een inflatie-opstoot, zoals nu weer het geval is, dreigt een loon-prijsspiraal in gang te worden gezet die onze bedrijven meteen in een nadelige positie brengt. We mogen ook niet vergeten dat we bij de start van de wet van ’96 reeds met een absolute loonkostenhandicap van circa 17 % zaten (en eind 2020 nog steeds circa 10 %) ten opzichte van het gemiddelde van de drie buurlanden.

In 2017 werd de wet verfijnd om haar doelstelling van concurrentiebehoud beter te kunnen bereiken. Daarin werden ook compenserende mechanismen voorzien; mechanismen die in werking treden bij dreigende loonkostenontsporingen. De wet en haar verbetering van 2017 werkt, vermits tussen eind 2016 en eind 2019, vlak vóór de uitbraak van Covid-19, er in de privésector 194.500 jobs bij kwamen, een gemiddelde groei van 1,65 % per jaar.

Het VBO stelt daarom terecht dat de vakbonden moeten kiezen of delen: als ze de loonnorm-wet wegwillen, dan kan ook de automatische loonindexering niet blijven. Want anders komt er gegarandeerd een loonkostenontsporing. Het is dus ofwel de wet én de indexering, ofwel geen wet maar dan ook geen automatische loonindexering. En in dat laatste geval wordt er om de twee jaar onderhandeld over het volledige loonpakket – de reële loonstijging én de compensatie voor inflatie – zoals dat in de meeste Europese landen gebeurt. Dus stelt het VBO terecht: zonder loonnorm, géén automatische loonindexering.

Fa Quix, directeur-generaal