Zonder hervorming dreigt een sluipende verhoging van de vennootschapsbelasting

Opinie van 12/05/2017 door Fa Quix

Na de VS (35 %) kent België (33,99 %) het hoogste nominale tarief in de vennootschapsbelasting in de Westerse wereld (cijfers OESO) – het is zelfs 53 % op de uitgekeerde winsten omdat de roerende voorheffing gestegen is tot 30 %.

Wereldwijd is er een beweging van lagere nominale belastingtarieven op bedrijfswinsten aan de gang. De Amerikaanse president Trump wil een daling tot zelfs 15 %, al lijkt dat onrealistisch laag. De nieuwe Franse president Macron wil zakken tot 25 %. En wat merken we bij ons?

De scenario’s in België variëren, maar straks zal deze federale regering duizend dagen aan de macht zijn en van de beloofde hervorming van de vennootschapsbelasting is nog steeds niets in huis gekomen.

En dat schept méér dan één probleem. Vooreerst schrikt de nakende koppositie van België inzake vennootschapsbelastingtarieven potentiële investeerders af. Ons land geraakt zo nog moeilijk op hun shortlist.

Vervolgens blijft het huidige ingewikkelde belastingstelsel onveranderd. Een eenvoudiger belastingsysteem is in principe een meer rechtvaardig systeem omdat het minder ruimte laat voor ‘fiscal engineering’. 

Maar vooral is de niet-hervorming van de Belgische vennootschapsbelasting een sluipende verhoging van de belasting. Hoe werkt dat? Er is de reeds genoemde hogere roerende voorheffing. En dan is er de stijgende opbrengst van de vennootschapsbelasting door velerlei maatregelen. Zoals de excess profit rulings, de uitbreiding van de belastingbasis door BEPS (base erosion and profit shifting) en zeker ook de drastische inkorting van de notionele intrestaftrek die vandaag nog amper iets voorstelt (wegens de historisch lage intrestvoeten).

Wat is daarvan het resultaat? Dat de effectief betaalde vennootschapsbelasting stijgt. In 2009 was de opbrengst uit de vennootschapsbelasting 8,1 miljard euro. In 2016 was dat opgelopen tot bijna het dubbele: 15,2 miljard euro; bedrag dat dit jaar zeker wordt overschreden. “Het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting komt daardoor steeds dichter bij het nominale tarief te liggen”, zoals De Standaard-journalist Ruben Mooijman terecht vaststelde (DS 27 april 2017).

Daarom wordt een budgetneutrale hervorming van de vennootschapsbelasting ook erg problematisch. Op welk ‘budgetniveau’ gaat men zich baseren? Het lage van 2009? Het hoge van 2016 of 2017? Of een niveau er tussenin, bijvoorbeeld van 2014 met 12,1 miljard euro aan opbrengsten, moment waarop deze regering van start is gegaan? Dat zou ook het meest logische referentiepunt zijn. Want als men 2017 als referentiepunt zou nemen dan zou een ‘budgetneutrale’ hervorming in feite neerkomen op een verhoging van de belasting.

De meest correcte hervorming van de vennootschapsbelasting vandaag zou dus een verlaging van de vennootschapsbelasting voor gevolg moeten hebben. Anders gebeurt die hervorming op kap van de bedrijven, en dan zetten we een stap achteruit i.p.v. vooruit.

Fa Quix, directeur-generaal