Zonder herindustrialisering komen we er niet

Opinie van 23/01/2015 door Fa Quix

Het Duitse economische succes is onlosmakelijk verbonden met de sterke positie van zijn industrie. Het toont ook aan dat de industrie een belangrijke bijdrage levert voor de economie van een land. Laten we dit even op een rijtje zetten. Industrie brengt welvaart binnen dankzij de export van de hier geproduceerde goederen. Die toegevoegde waarde wordt in het land herverdeeld, niet in het minst onder de werknemers. Ook de overheid plukt er haar (stevig) graantje van mee.

Maar er is meer. Heel wat diensten draaien op de industrie. Denk aan transport en logistiek. Al die exportgoederen moeten immers worden vervoerd. En betaald en verzekerd. Daar draait dan een belangrijk deel van de financiële sector op, banken en verzekeringsbedrijven. En de samenleving verdraagt geen industrie die het leefmilieu niet respecteert. Vandaar de zovele milieudienstenbedrijven.

En last but not least is er de innovatie. De industrie is en blijft de belangrijkste motor van de innovatie: nieuwe producten, nieuwe processen, nieuwe business modellen… de stuwende kracht erachter is steeds weer de industrie. En bijgevolg ook de drijvende kracht van de productiviteitsverbeteringen die nodig zijn om concurrentieel te blijven, en ruimte te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Zowat 80 % van de innovatie komt voort uit de industrie! Er is trouwens een nauw verband tussen innovatie en productie. Ronnie Leten, de Vlaamse topman van Atlas Copco, stelde het onlangs ongemeen duidelijk: geen innovatie zonder productie! M.a.w. wanneer de productie hier verdwijnt moeten we niet denken dat we de kennis en de technologische vernieuwing hier kunnen houden. Die verdwijnt dan mee naar het buitenland.

Zowat overal in Europa doet zich een de-industrialisering voor. Het is geen nieuw fenomeen, noch een typisch Belgisch fenomeen, maar het is wel niet overal hetzelfde. Duitsland bijvoorbeeld heeft nog steeds een zeer belangrijke industriële basis, waarvan de ruggengraat gevormd wordt door de zogenaamde ‘stille kampioenen’. Dit zijn productiebedrijven die in hun niche uitblinken, minstens op Europees niveau en zelfs op wereldniveau. Wereldklassebedrijven met andere woorden. Ons land heeft ook zulke bedrijven (ook in onze sectoren), maar naar verhouding iets minder dan Duitsland. Terwijl landen zoals Frankrijk op dat vlak dramatisch achterop liggen.

Herindustrialisering is dus nodig én mogelijk. De industrie van morgen zal er wel anders uitzien als de industrie van gisteren. In opdracht van Voka maakte Roland Berger Strategy Consultants een management report met analyse én conclusie voor onze industrie. In dit peperdure productieland is pure ‘cost leadership’ slechts voor zeer weinigen weggelegd, namelijk enkel voor bijzonder geautomatiseerde bedrijven. Dat was onze grote troef 50 jaar geleden, in de jaren ‘60.

Nu moeten we inzetten op differentiatie om te kunnen herindustrialiseren. Een beleid van daling van de kosten van arbeid en energie moet dit ondersteunen want we moeten sowieso ook competitiever worden, ook in onze reeds innovatieve bedrijven. ‘Maar we kunnen er niet omheen dat in Vlaanderen en in België geen duidelijk industrieel beleid bestaat of toch niet wordt uitgevoerd’, zegt het rapport.

Willen we de welvaart in ons land behouden – en we moeten de ambitie hebben van ze te vergroten, van te groeien – dan kunnen we niet zonder herindustrialisering.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal