Zelfs bij een eventuele economische vertraging blijft er krapte op de arbeidsmarkt

Opinie van 19/12/2019 door Fa Quix

Het is en blijft een grote kopzorg voor vele van onze bedrijfsleiders: mensen vinden om bij hen te komen werken. Heel wat van onze bedrijven zijn gelegen in regio’s waar er volledige tewerkstelling heerst en alleen nog de zogenaamde ‘frictiewerkloosheid’ bestaat: de vijver is leeggevist. Ook uit de naburige regio’s is het aanbod klein.

Neem bv. de Noord-Fransen waarvan er zo’n 2.000 in onze textiel-, hout- en meubelindustrie werken: die steken minder dan vroeger de grens over naar ons land omdat er meer werk is in hun eigen streek.

Sommigen denken dat de vertragende economie in 2020 zal uitmonden in een recessie. En dat daardoor mensen, onvrijwillig weliswaar, toch op de arbeidsmarkt terecht zullen komen.

Dat zou wel eens kunnen tegenvallen. Vooreerst wordt geen zware recessie verwacht – als die er al komt. En ten tweede doen vele bedrijven er alles aan om hun mensen aan boord te houden, desgevallend met het instrument van de tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Omdat ze goed beseffen dat eens ze hun mensen kwijt zijn, het moeilijk zal worden om nieuwe medewerkers te vinden wanneer het economisch weer beter gaat.

Maar er zijn nog andere redenen. Een belangrijke trend is het massale vertrek van de zogenaamde ‘babyboomers’ uit de actieve bevolking. Zij zijn nu aan de beurt om met pensioen te gaan. En ze zijn met velen. Niet voor niets sprak men 60-65 jaar geleden van een babyboom… Als gevolg van de demografische evolutie staan er veel minder jongeren klaar om de arbeidsmarkt te betreden en hen te vervangen. Vanaf nu wordt dat saldo negatief – meer vertrekkers dan nieuwkomers – en dat nog voor vele jaren, zoals de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid voorspelt.

En alsof dat kwantitatieve tekort nog niet erg genoeg is, komt daar ook nog een kwalitatief tekort bij, vaak omschreven als de ‘mismatch op de arbeidsmarkt’. Wat het onderwijs aan afgestudeerden aflevert, past onvoldoende – ‘matcht’ niet – met wat de bedrijven veelal nodig hebben (STEM bv.). Bovendien haalt één op zes jongeren geen diploma en is weinig gemotiveerd. In werksituaties waar een diploma er niet toe doet, is er vaak een probleem van onaangepaste arbeidsattitude. Om de goed geschoolde en gemotiveerde jongeren dan wél aan te trekken, is het zaak om op jongerenevents en op sociale media aanwezig te zijn of via stages deze jongeren te bereiken, nog vooraleer ze afgestudeerd zijn.

De situatie in onze buurlanden is niet veel beter. Met dit verschil dat bij ons de werkgelegenheidsgraad veel lager is. In vergelijking met onze buurlanden biedt zo’n extra 10 % van de bevolking op actieve leeftijd zich in België niet aan om te werken, en zijn zij ook niet als werkzoekenden ingeschreven. Dat is een ‘reservoir’ dat potentieel inzetbaar is. Maar hoe gemotiveerd en hoe geschoold is deze groep? En vooral: waarom zijn deze mensen vandaag niet actief op de arbeidsmarkt?

Laatste redplank is de economische migratie. Die is nu al volop aan de gang.

Iedereen weet dat in de bouw (maar meer en meer ook in andere sectoren) vele Oost-Europese vaklui uit de EU aan de slag zijn: Polen, Roemenen, Bulgaren, Tsjechen… daar kunnen er zeker nog wat meer van naar hier komen. Omdat ze uit de EU komen, kunnen zij relatief gemakkelijk worden aangeworven. Maar de uitdaging is vaak de taalkennis, de waarde van hun diploma’s en vaardigheden. 

Opgelet, in de mate dat hun thuislanden ook vooruit gaan, zullen zij meer geneigd zijn om dáár hun toekomst uit te bouwen. In Scandinavië hebben ze het nu al moeilijk om de gewaardeerde Poolse werknemers te behouden.

Misschien is de Brexit in dat opzicht dan weer wel een kans: van de bijna 1 miljoen Polen in het VK zijn er heel wat van plan daar te vertrekken (of reeds vertrokken…). Misschien kunnen we ze onderweg strikken met een mooie jobaanbieding in ons land? 

Fa Quix, directeur-generaal