Wind in de zeilen, we moeten volop varen nu

Opinie van 29/09/2017 door Fa Quix

Het is lang geleden dat het sentiment van consumenten en producenten in de Europese Unie zo optimistisch is geweest. De Europese consument gelooft er niet alleen in (zie ook grafiek op p. 3), maar voegt ook effectief de daad bij het woord: hij/zij spendeert ook meer. Hetgeen resulteert in een hogere groei. In de eurozone was het tweede kwartaal van 2017 het zeventiende opeenvolgende kwartaal van economische groei, gestart in het tweede kwartaal van 2013, na de double dip van 2008-09 en 2011-12. In de meeste landen is het productieverlies van beide recessies nu volledig weggewerkt, met uitzondering van Italië en Griekenland.

Deze positieve conjunctuur is het ideale klimaat voor onze bedrijven: de kansen op een grotere afzet, zowel op de binnenlandse als op de exportmarkt, nemen toe. De Europese economie heeft de wind in de zeilen, we moeten volop varen nu.

De regeringen in ons land geven gelukkig extra rugwind. De taxshift van de federale regering heeft de loonkostenhandicap ten opzichte van 1996 weggewerkt (noot: er blijft wél nog een historische loonkostenhandicap bestaan van zo’n 10 % tegenover het gemiddelde van onze drie belangrijkste handelspartners Duitsland-Frankrijk-Nederland, met daarbij ruim 20 % tegenover Frankrijk). Maar hoe dan ook is de taxshift één van de beste, misschien wel dé beste economische maatregel van deze federale regering. Temeer daar voor ploegen- en nachtarbeid (annex volcontinu) er nog extra lastenverlagingen werden doorgevoerd. Het zomerakkoord heeft de verdere geplande lastenverlagingen in het kader van deze taxshift opnieuw bevestigd.

Het zomerakkoord zelf daarentegen laat wel eerder een gemengde indruk na. We hebben het al gehad over de hervorming van de vennootschapsbelasting (zie Fedustria News nr. 19 van 13 september 2017). Het blijft wachten op het definitieve resultaat. In elk geval zullen vele kmo’s (minder dan 50 werknemers) al vanaf 2018 een belastingverlaging ondervinden dankzij het lagere tarief van 20 %. Grotere bedrijven moeten nog minstens tot 2020 wachten wanneer de definitieve regeling met een tarief van 25 % van start gaat. Maar opgelet: hoe hard zullen de compensatiemaatregelen (vb. notionele intrestaftrek, andere aftrekposten…) het voordeel van het lagere tarief beïnvloeden?

En dan ook nog een kanttekening. Het is niet omdat het macro-economisch goed gaat dat iedereen ervan mee profiteert, álle consumenten en álle sectoren en bedrijven. Nemen we Nederland: dat heeft in het tweede kwartaal een recordgroei van liefst 6 % laten optekenen, zowaar een Chinees cijfer. Maar een grote groep Nederlanders zien daar niet veel van in hun portemonnee wegens weinig nieuwe vaste jobs en hogere kosten, o.m. voor de gezondheidszorg. Dit verschijnsel is een pijnpunt, en niet alleen in Nederland. Een breed verspreide groei van de koopkracht blijft de beste basis voor consumptie, en dat geldt niet in het minst voor de verkoop van onze textiel-, hout- en meubelproducten.

En dan is er nog de euro, die de jongste maanden fors in waarde gestegen is tegenover de Amerikaanse dollar, zowat 15 % in vergelijking met begin 2017. Ook al zijn daar positieve zaken aan verbonden, zoals bv. minder dure grondstoffen en halffabrikaten, toch is dit overwegend minder goed nieuws voor onze export. Vandaag is er echter geen reden tot dramatisering, maar veel duurder moet de euro toch niet worden vooraleer dit in vele bedrijven voor tegenwind zou kunnen zorgen.

Maar laat ons nu vooral onze wagon aanhangen aan de Europese conjunctuur die vooralsnog rijdt als een sneltrein.

Fa Quix, directeur-generaal