We blijven een duur land

Opinie van 23/03/2018 door Fa Quix

Het nieuws kwam voor een keer niet vanuit de maakindustrie, maar vanuit de overheid zelf: het leven is hier duurder dan in de buurlanden. In zijn jaarverslag berekende het Prijzenobservatorium van de FOD Economie dat winkelen gemiddeld zowat 10 % goedkoper is in onze buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Er zijn natuurlijk meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de hogere loon- en energiekosten, en de hogere BTW en accijnzen verklaren al veel. Ook de kleinere omvang van ons land dan bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland maakt de aankoopvoorwaarden mogelijk wat minder gunstig voor de in België opererende supermarkten. Immers, hoe groter de volumes, hoe groter de kortingen. Nochtans zijn er in ons land supermarkten te over. In Nederland wordt dan weer geregeld een prijzenoorlog uitgevochten, hetgeen we hier vrijwel niet of slechts in beperkte mate kennen.

Deze regering gaat er prat op dat ze de loonkostenhandicap heeft weggewerkt. Maar dat is optisch bedrog. Men vergelijkt met de loonkosten van 1996, en ja daartegenover is de toestand flink verbeterd dankzij regeringsmaatregelen zoals de loonmatiging, de indexsprong en de taxshift. Maar voor de bedrijven telt enkel de realiteit, en niet de perceptie. 

De realiteit is dat gemiddeld een Belgisch bedrijf nog steeds geconfronteerd wordt met een loonkostenhandicap van 11 % (cijfer Vbo). 

Sommige van onze bedrijven die ook filialen hebben in de buurlanden, melden dat die loonkloof met de drie buurlanden zelfs meer dan het dubbele bedraagt.

En dan mogen we niet vergeten dat tegenover zware concurrenten zoals Italië, Spanje en Portugal het verschil nog veel groter is. En wat met Polen, Turkije, het Verre Oosten? Dat zijn vaak ook te duchten concurrenten op het terrein. Wij hebben niets aan het cosmetisch gelijk speelveld dat de regering ons wil voorspiegelen. De lage werkzaamheidsgraad in ons land mag ons dan ook niet verwonderen. Ondanks alle gedane inspanningen blijven de hoge loonkosten in België een belangrijke drempel om mensen aan te werven. Dat geldt zeker voor lagergeschoolden.

Energiekosten? Zelfde verhaal. In opdracht van Febeliec, de federatie van de industriële grootverbruikers van energie waarvan Fedustria lid is, heeft consultant Deloitte in zijn jaarlijkse berekening vastgesteld dat de all-in stroomprijs voor een continu draaiend bedrijf hier tussen 10,5 en 34 % hoger ligt dan het gemiddelde van onze buurlanden. Vooral netwerkkosten, taksen en heffingen allerhande zoals voor de subsidiëring van groene stroom liggen aan de basis. En dan valt te vrezen dat met een volledige kernuitstap in 2025 het verschil nog verder zal oplopen.

Natuurlijk passen de bedrijven zich aan. Ze hebben geen andere keuze. Maar het verhoogt de druk, op zowel de werkgever als de werknemers. En is het toeval dat ons land minder dan de buurlanden profiteert van de conjunctuurheropleving, zie de relatief lagere groei?

Geen tijd voor deze regering(en) om op haar (hun) lauweren te rusten. Wij blijven een duur land, en wij zijn niet de enigen die dit zeggen. Er moet worden voortgewerkt aan een bedrijfsvriendelijker omgeving. Een nieuwe taxshift en een strikte energienorm zijn de volgende stappen. Dat is ook de weg die de nieuwe regering na de verkiezingen van 2019 moet bewandelen. En laat ons hopen dat in afwachting van die verkiezingen nog enig nuttig politiek werk wordt verricht naast het propaganda voeren.

Fa Quix, directeur-generaal