Waarom overheidsinvesteringen ook voor de privésector van belang zijn

Opinie van 17/04/2015 door Fa Quix

Dat overheden moeten besparen, bij ons en in de meeste EU-lidstaten, is bekend, en ook noodzakelijk om de uitgaven in lijn te krijgen met de inkomsten. Want omgekeerd, de inkomsten nóg verhogen, is uit den boze, zeker in een land zoals België dat al een overheidsbeslag van circa 54 % kent. De torenhoge fiscale en sociale lasten op arbeid zijn er de getuige van.

Waardoor ook heel wat arbeid uit ons land verdwijnt, wegens te duur. Het voorbeeld van bussenbouwer Van Hool die niet meer in België investeert maar wel elders in Europa (in Macedonië waar de loonkosten 90 % lager liggen) en in de VS, is in dat verband veelzeggend.

Alle overheden samen geven elk jaar nog steeds meer uit dan het jaar voordien. Van besparingen die leiden tot ‘sociale horror’ is zeker nog geen sprake. Integendeel, er werden de voorbije weken ‘pijnloze’ begrotingscontroles doorgevoerd, zowel federaal als gewestelijk, want “de burger mag de besparingen eigenlijk niet voelen”. Zo gaan we er natuurlijk niet komen. En zeker niet door de besparingen dan maar te leggen bij de overheidsinvesteringen.

Wat dat laatste betreft, stelde economieprofessor Wim Moesen (KU Leuven) onlangs dat de overheid (alle entiteiten samen) zo’n 3 % van het BBP (de economie) zou moeten investeren. Vandaag zitten we slechts op 1,6 %, veel te weinig dus om de infrastructuur op peil te houden. Het gaat daarbij om investeringen zoals wegenbouw, havens, luchthavens, maar ook in telecommunicatienetwerken, sociale huisvesting, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen… “En dat die investeringen eigenlijk buiten de courante uitgaven moeten worden gehouden”, zegt de professor, “vermits de terugbetaling ervan over vele jaren kan worden gespreid”. Ook Europa zou dit onderscheid tussen courante uitgaven en investeringsuitgaven moeten erkennen.

De overheidsinvesteringen gaan ook naar producten voor de uitrusting van het leger, de politie, de douane… waarvoor onze fabrikanten o.a. de uniformen en de stoffen leveren. En de uitrusting van openbare speeltuinen. Of sportterreinen in kunstgras, waar het voor de vele jeugdploegen heel wat comfortabeler spelen is dan op modderpleinen te moeten ploeteren… En er is nog zoveel meer waar de overheid in kan investeren om de kwaliteit van het leven te verbeteren en de economie structureel sterker te maken. In dat opzicht zijn overheidsinvesteringen ook voor de privésector van groot belang.

Om die overheidsinvesteringen mogelijk te maken zal er meer selectiviteit in de lopende uitgaven moeten gebeuren. In de Sociale Zekerheid zijn er zeker nog mogelijkheden, waarbij de zwaksten worden gespaard, of zelfs nog worden gesterkt. Maar dan moet het zogenaamde mattheus-effect zoveel mogelijk worden geëlimineerd. Want nog al te vaak is de Sociale Zekerheid omgekeerd herverdelend: voor zij die het niet (echt) nodig hebben. Er moet worden gestreefd naar een evenwicht tussen ‘universaliteit’ en ‘solidariteit’.
Kortom, de overheid moet slim besparen, niet op overheidsinvesteringen die het groeipotentieel van de economie vergroten, maar wel op de lopende uitgaven, waar een grotere selectiviteit het systeem bovendien ook nog rechtvaardiger zal maken.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal