Veruit het belangrijkste vrijhandelsakkoord voor onze exporterende bedrijven is de eigen Europese Interne Markt

Opinie van 25/10/2019 door Fa Quix

In een sfeer waarin landen steeds meer op zichzelf terugplooien, met de Verenigde Staten onder aanvoering van President Trump op kop, dreigt de wereld steeds kleiner te worden. Het opkomende protectionisme vermindert de exportkansen voor onze productiebedrijven wereldwijd. En dan mag de Europese Unie nog aan een hoog tempo nieuwe bilaterale vrijhandelsakkoorden afsluiten, deze compenseren op korte termijn niet het verlies aan afzetkansen wanneer goed draaiende bestaande afzetmarkten plots afgesneden worden.

Bilaterale vrijhandelsakkoorden zoals met Canada enkele jaren geleden (CETA), en meer recent nog met Japan, zijn welkom. Maar het duurt toch een tijd vooraleer de nieuwe opportuniteiten in die landen effectief in exportresultaten worden omgezet: eerst marktanalyse en -prospectie, dan agenten en/of distributiepartners zoeken, en vervolgens de marktverovering stap voor stap organiseren: het neemt allemaal tijd in beslag. Als dat al lukt, want garantie op succes is er nooit, zelfs niet in zogezegd beloftevolle nieuwe markten.

Het toenemende protectionisme doeltreffend bestrijden vergt ook een slagvaardige internationale scheidsrechter. Echter, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die die rol moet spelen is verzwakt en dient dringend versterkt én hervormd te worden. De WTO moet effectief en efficiënt kunnen optreden, zowel bij handelsconflicten als om de wereldhandel op multilaterale wijze vrijer te maken en nieuwe regels op te stellen. Maar het zal allicht nog even duren vooraleer de tijdsgeest weer ten gunste van méér vrijhandel keert.

Intussen moet Europa zich bewust zijn van de vele voordelen die haar Interne Markt van 28 landen (nog even met het VK) biedt. 

Het vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal zorgt voor een bruisende intracommunautaire handel, waar alle lidstaten van profiteren, elk via hun specialiteiten.

Dit vrij verkeer leidt tot efficiëntiewinsten voor de bedrijven en ‘best choices’ voor de consumenten. Want ook de regelgeving is grotendeels geharmoniseerd, met productnormen die gelden voor de hele EU. Laat ons dus die Interne Markt koesteren, en verder verdiepen. Dat houdt ook in dat men intern in de EU stopt met concurrentieverstorende Europese subsidies voor productieve investeringen in lidstaten met een zogenaamde ‘achterstand’.

Maar dat betekent ook dat we die Interne Markt beter moeten afschermen. De rest van de wereld wil maar al te graag hier bij ons komen verkopen. Maar omgekeerd zijn wij niet altijd even welkom op hun markten, om bv. China niet te noemen. Bovendien werken zij vaak met andere minder veeleisende spelregels. Nemen we als voorbeeld de strenge Europese wetgeving voor de productie en het gebruik van chemische producten (REACH). Onze bedrijven in de EU moeten aan (zeer) strenge voorwaarden voldoen, maar de import – die bovendien vaak in veel minder milieuvriendelijke omstandigheden geproduceerd is – wordt aan de EU-buitengrenzen daarop onvoldoende gecontroleerd. Een ander voorbeeld is het Klimaatbeleid. De voortrekkersrol die Europa hierin opneemt kost onze bedrijven handenvol geld, terwijl andere regio’s minder verregaande engagementen vooropstellen.

Het belangrijkste vrijhandelsakkoord voor onze exporterende bedrijven is de eigen Europese Interne Markt. Het voordeel daarvan moet dan ook in eerste instantie voorbehouden blijven voor de in de EU gevestigde bedrijven. Of dat geen protectionisme is? Zeer zeker niet. Vooreerst blijft de EU de meest open markt ter wereld voor derde landen. En ten tweede hebben wij het recht, ja de plicht, om een gelijk speelveld te eisen op vlak van internationale handel. 

Fa Quix, directeur-generaal