Verantwoordelijkheid nemen of het aan de politiek overlaten?

Opinie van 05/04/2019 door Fa Quix

Het is spijtig dat er eerst weer eens twee prominente bedrijven collectieve ontslagen moeten aankondigen vooraleer het bij de publieke opinie begint door te dringen dat begrippen als ‘conjunctuur’ en ‘concurrentievermogen’ van kapitaal belang zijn in een markteconomie.

Staalkoordproducent Bekaert en merkengigant Unilever sluiten fabrieken in België en verhuizen een deel van hun productie naar Oost-Europa. De internationale economische conjunctuur is sinds de zomer 2018 duidelijk over zijn hoogtepunt heen. En een verzwakkende conjunctuur legt de pijnpunten van produceren in België extra bloot: de hogekostenomgeving en de overregulering. Het is een oud zeer: de hoge loon- en energiekosten wegen zwaar op onze concurrentiekracht.

In deze verslechterende omstandigheden is het des te meer onbegrijpelijk dat de socialistische vakbond ABVV het ontwerp van interprofessioneel akkoord heeft afgeschoten, terwijl alle andere sociale partners – werkgevers en vakbonden ACV en ACLVB – dit wel hebben goedgekeurd. Ten andere, ook de gemandateerde onderhandelaars van het ABVV zelf keurden het goed. Erg betrouwbaar en consequent blijkt het ABVV dus niet te zijn. Uiteindelijk is er toch ‘een soort oplossing’ voor het IPA gekomen, ‘gedoogd’ door het ABVV (zie apart artikel in deze Fedustria News).

Onderhandelen betekent oplossingen zoeken, compromissen betrachten tussen de wederzijdse belangen én verantwoordelijkheid nemen. Dat is vandaag meer dan ooit nodig.

Door om de twee IPA’s het onderhandelde akkoord af te keuren speelt de socialistische vakbond met vuur. Want steeds meer politici – in het Parlement – eisen het ‘primaat van de politiek’ op. De dissidentie van de socialistische vakbond is alleen maar koren op hun molen. Het is niet denkbeeldig dat in een volgende regering de sociale partners dit primaat van de politiek daadwerkelijk zullen moeten ondergaan: loonnorm, maar ook eindeloopbaanregelingen, mobiliteitsoplossingen en -vergoedingen, opleiding… allemaal opgelegd door ‘de politiek’. Ze zullen het zelf gezocht hebben, dat ze dan buitenspel staan, of erger, buiten het veld staan.

Maar daarnaast blijft het fundamentele probleem van de structureel te hoge loonkosten. De volgende federale regering zal een nieuwe taxshift moeten beslissen, om zo snel mogelijk de historische handicap van 10 % tegenover onze drie grote buurlanden weg te werken. Maar ook dan zijn we er nog niet: binnen de EU komt de concurrentie steeds meer van landen zoals Portugal, Slovakije, Roemenië, en… Tsjechië en Polen waar de beide hogergenoemde bedrijven deels naartoe trekken. Deze concurrenten liggen in de eenheidsmarkt op soms minder dan 1.000 km van bij ons en produceren aan een loonkost van een fractie van bij ons, tot zelfs 75 % minder. En kunnen bovendien ook nog ruime subsidies krijgen. Is dit ‘Europa’? Misschien kan het ABVV zich wat meer dáárop concentreren?

Fa Quix, directeur-generaal