Vennootschapsbelasting verstandig hervormen

Opinie van 09/09/2016 door Fa Quix

Naast de opmaak van de begroting 2017 – een helse klus – moet en wil deze federale regering de vennootschapsbelasting grondig hervormen. ‘Moet’, want het faciaal tarief van afgerond 34 % is internationaal niet meer concurrentieel, en ‘wil’, want het kluwen van uitzonderingen en aftrekposten zorgt voor ontransparantie en te grote verschillen tussen bedrijven inzake effectieve belastingvoet. Die hervorming moet er sowieso ook komen omdat een aantal Belgische gunstregimes internationaal onder druk komen te staan, zoals de excess profit rulings en de notionele interestaftrek.

Maar welke richting wil deze federale regering precies uit met de vennootschapsbelasting? De media, verwijzend naar de minister van Financiën, hebben het over 20 % (sommige over 24 of 25 %). Oké, dan spelen we internationaal weer mee en zijn we opnieuw aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders.

Evenwel, die 20 % kost geld. Daarom moet dit gecompenseerd worden, zegt de regering. Aftrekmechanismen en -posten zullen sneuvelen. Maar welke? Steevast komt de reeds genoemde notionele interestaftrek (NIA) in het vizier. Toch twee waarschuwingen hierbij: de NIA kost minder dan men meestal denkt. Of beter: het afschaffen ervan zal minder opbrengen dan gedacht. Multinationals verzamelen nu hier hun wereldwijde winsten in hun hoofdkwartier (of ‘interne banken’) precies omwille van de NIA. Zullen die winsten gecentraliseerd blijven in België als de NIA wordt afgeschaft? M.a.w. verdwijnt die belastbare winst niet als de NIA verdwijnt? En ten tweede: de notionele interestaftrek wordt ook door vele kmo’s gebruikt. Het versterkt de financiering met eigen vermogen en verlaagt de afhankelijkheid van externe (bank)financiering. De NIA zorgt dus voor een gezondere financiële structuur van de kmo’s, zeg maar.

Het is trouwens een fabeltje dat de bedrijven niet hun ‘fair share’ in de belastinginkomsten zouden bijdragen (zie grafiek hiernaast over de vennootschapsbelasting).

Bovendien kunnen de gevraagde compensaties ook bij andere (inkomsten)bronnen uit vermogens worden gezocht dan alleen maar via de vennootschapsbelasting.

Eén zaak staat vast: de hervorming van de vennootschapsbelasting mag dus niet lichtzinnig gebeuren. Aftrekmechanismen hebben vaak hun nut, zoals de NIA, of de aftrek voor R&D-uitgaven waardoor innovatie wordt gestimuleerd. Het afschrijvingsmechanisme bepaalt ook de investeringsijver. Dus opgelet met het eventueel schrappen van de degressieve afschrijvingen. En overgedragen verliezen moeten overgedragen verliezen blijven.

Ja, een faciaal tarief van 20 % in de vennootschapsbelasting is zeer wenselijk. Maar men mag het kind niet met het badwater weggooien door te drastisch en te ondoordacht te snoeien in zinvolle aftrekposten. Moge de regering dus de vennootschapsbelasting verstandig hervormen.

Fa Quix, directeur-generaal