Van alle verkiezingen op 26 mei zijn de Europese allicht de belangrijkste

Opinie van 10/05/2019 door Fa Quix

In de media gaat het elke dag vooral over de gewestelijke en federale verkiezingen. De Europese komen weinig aan bod. En onbekend maakt onbemind. Ten onrechte. Waarom ten onrechte? Omdat meer dan de helft, zelfs tot 70 % van onze wetgeving in Europa ontstaat.

”Europa is dus onze belangrijkste wetgever”, zegt Rolf Falter, ex-journalist en nu directeur van het Bureau van het Europees Parlement in België. Maar dit laatste is weinig bekend. Bovendien hebben vele nationale politici de kwalijke neiging om ‘Europa’ telkens de schuld te geven als er iets misgaat, zelfs wanneer dat niet door Europa komt, of zelfs wanneer ze die Europese regelgeving zelf of via hun politieke partij mee hebben goedgekeurd.

Voorbeelden genoeg van de impact van ‘Europa’. Dat onze bedrijven al jaren zeer zorgvuldig moeten omgaan met chemische producten, komt door de Europese REACH-verordening.

De impact van deze wetgeving is heel verregaand en verplicht bedrijven om continu op zoek te gaan naar veiliger alternatieven voor chemische stoffen die in veel gevallen essentieel zijn voor hun productieproces, maar die door REACH als “zeer zorgwekkend” worden bestempeld. Ook al kunnen de bedrijven aantonen dat alle maatregelen werden getroffen om de gezondheid en de veiligheid van hun werknemers en van de omgeving te garanderen, en er geen enkel gevaar is voor de consument. En ook al is er soms geen alternatief product voorhanden.

Er is het Europees energie- en klimaatbeleid met strikte doelstellingen voor de landen op vlak van energiebesparing, CO2-reductie en hernieuwbare energie. Wie roept er daar elke donderdag voor een ‘écht klimaatbeleid’? En vergeten we niet de Algemene Verordening Gegevensbescherming, of GDPR (General Data Protection Regulation) die veel van onze bedrijven in de eerste helft van 2018 een bijkomende administratie rompslomp heeft bezorgd. 

Europa doet ook heel veel dingen waarmee de bedrijven hun voordeel doen: de eenheidsmarkt bv. en het steeds verder trachten weg te werken van de interne barrières, bv. via CE-markering. Helaas zijn vele landen steeds weer ingenieus genoeg om op subtiele wijze nieuwe hinderpalen op te werpen voor de buitenlandse concurrentie. Vooral de grote EU-landen met een grote binnenlandse markt zijn daar specialisten in. Ook positief: het gemeenschappelijk handelsbeleid met de vrijhandelsverdragen zoals CETA met Canada, een troef voor onze export.

En positief is ook bv. de afschaffing van de roamingkosten, de bescherming van de intellectuele eigendom en de auteursrechten (nu ook online), de betere bescherming van de EU-buitengrenzen, de veel beter gecoördineerde aanpak van het terrorisme. De grote vraagstukken op vlak van leefmilieu, energie, klimaat, veiligheid, migratie… kunnen alleen efficiënt worden aangepakt op Europees niveau.

Er is nog veel werk in Europa. We zullen zeer alert moeten zijn, en onze vertegenwoordigers in Europa blijven wijzen op de kansen én op de bedreigingen. Bijvoorbeeld waarom er binnen de EU nog steeds royale subsidies mogen worden gegeven aan productieve investeringen in bv. Oost-Europese lidstaten die onze productiebedrijven oneerlijk beconcurreren binnen de eenheidsmarkt. Precies dit Europees beleid met verschillende snelheden vormt de grootste bedreiging voor de Europese eenheidsmarkt. Het is dus niet overdreven om te stellen dat op 26 mei de Europese verkiezingen wellicht de belangrijkste van alle drie zijn.

Fa Quix, directeur-generaal