Taxshift verhoogt ook de koopkracht

Opinie van 24/02/2017 door Fa Quix

Wanneer over de taxshift gesproken wordt, dan heeft men het vaak, zo niet uitsluitend, over de voordelen ervan voor de bedrijven. Men verwijst dan naar de – in stappen – verlaagde sociale werkgeversbijdragen, waarvan ten andere nog een deel de komende jaren moet worden uitgevoerd. En er zijn nog bijkomende loonkostenverlagingen voor werknemers in nacht- en ploegenarbeid annex volcontinu, waar sommige bedrijven trouwens – om louter technische redenen – niet ten volle van kunnen genieten, maar dat is een andere discussie.

Taxshift Fr

Al die maatregelen zijn bedoeld om de concurrentiekracht van de productiebedrijven te verbeteren en aldus jobs te behouden én te creëren. In de Fedustriasectoren werd die uitdaging met succes aangegaan. De dalende tewerkstelling in de textielindustrie is in 2015 en 2016, na decennialange daling, gestopt. Ook in hout en meubel kon in 2016 de tewerkstelling op peil gehouden worden. Natuurlijk is dat niet alleen het gevolg van het regeringsbeleid, want ook de internationale conjunctuur droeg zeker en vast haar steentje bij.

Maar de maatregelen van de taxshift hebben niet alleen betrekking op de bedrijven. Er is een belangrijk luik voor de werknemers. Er gaat zelfs een groter deel van het budget van de taxshift naar ondersteuning van de koopkracht van de werknemers dan naar de lastenverlaging van de bedrijven. En dit is weinig geweten, want hierover reppen de media met geen woord…

Nochtans verhoogt de taxshift het netto-inkomen, en dus de koopkracht van de werknemer. Dat gebeurt o.m. via een verhoging van de forfaitaire beroepskosten voor werknemers, wijzigingen aan het belastingstarief en een verhoging van de belastingvrije som. Bovendien gaan de laagste inkomens er het meest op vooruit, hetgeen de herverdeling verbetert. De grote kloof tussen de hoge loonkost en het veel lagere nettoloon wordt daarmee enigszins verkleind, al blijft die kloof nog zeer groot. 

De weg van de taxshift is dus de aangewezen weg, zowel voor werkgevers als voor de werknemers. 

Toch zijn de vakbonden geen verdedigers van de taxshift. Zij hebben het altijd over de voordelen voor de werkgevers. En zij wijzen erop dat ‘wat de regering met de ene hand geeft, ze met de andere hand terugneemt’. Daarmee wijzen de vakbonden op de kostenverhogingen via bv. btw op elektriciteit, tarieven van openbare diensten en andere diensten… waardoor de inflatie bij ons dubbel zo hoog ligt dan gemiddeld in de eurozone. Daar hebben zij een punt. Maar tegelijk was het ook de bedoeling om de taxshift te compenseren, zonder de staatsfinanciën uit de hand te laten lopen of de sociale zekerheid te ontmantelen.

Ook het hoge overheidsbeslag van 54 % moet aangepakt worden. In vergelijking met Nederland ligt dit beslag bij ons liefst 9 procentpunten van het BBP hoger. Omgerekend gaat het om 37 miljard euro die wij meer uitgeven. Wordt ons land dan zo goed geleid dat besparen niet meer mogelijk is? De bekendmakingen van de afgelopen dagen – zie de goedbetaalde extra mandaten in bv. de vele intercommunales – zouden doen vermoeden dat de politiek niet bezig is met besparen. Hoog tijd dat het beleid transparanter en efficiënter wordt, en zich met de essentie bezighoudt: de competitiviteit van de bedrijven en de koopkracht van de mensen!

Fa Quix, directeur-generaal