Taxshift: geen halve operatie!

Opinie van 29/04/2016 door Fa Quix

De federale regering zet zwaar in op de versterking van de concurrentiekracht van de bedrijven. Zij heeft daartoe al verschillende maatregelen genomen, zoals bijvoorbeeld de loonmatiging en de indexsprong. Bijkomend werd vorige zomer een zogenaamde ‘taxshift’ beslist, waarbij voor het competitiviteitsluik o.a. de patronale sociale lasten zouden dalen van ruwweg 33 % naar 25 %, dus met ca. 8 procentpunten. Dit zou gefaseerd gebeuren tussen 2016 en 2019. En ten slotte is ook afgesproken dat de competitiviteitswet van 1996 zal worden versterkt om o.a. te waken over de toekomstige concurrentiepositie van onze bedrijven.

Centraal staat dus de taxshift. Laat ons er vooreerst aan herinneren dat van het taxshiftbudget meer dan de helft naar de werknemers gaat ter ondersteuning van de koopkracht. Het is dus fout om te stellen dat de taxshift alleen naar de verbetering van de concurrentiekracht gaat.
 
In de taxshift voor de bedrijven gaat ondermeer bijzondere aandacht naar de versterking (vanaf 1 januari 2016) van de lastenverlaging voor ploegen- en nachtarbeid, annex volcontinu-arbeid. Maar zoals Fedus-tria heeft vastgesteld op basis van gegevens van enkele bedrijven kan deze lastenverlaging in een aantal gevallen niet volledig worden doorgerekend. Met andere woorden: de bedrijven missen een deel van de beoogde taxshift-lastenverlaging. Dit komt omdat de techniek van lastenverlaging speelt per individu en niet op bedrijfsniveau, waardoor in een bepaald geval zelfs werd vastgesteld dat de effectieve lastenverlaging amper voor iets meer dan de helft van de theoretische lastenverlaging kan worden toegepast. In dat laatste geval gaat het omgerekend om het missen van een lastenverlaging ter waarde van nagenoeg twee indexsprongen.
 
Fedustria heeft bijgevolg onmiddellijk na deze vaststellingen gereageerd naar de regering en naar de pers (zie De Tijd van 20 april 2016) door uitvoerig op dit toepassingsprobleem te wijzen. Voor dit probleem bestaat echter een eenvoudige oplossing, nl. het aanpassen van de toepassingsmodaliteiten, zonder aan de essentie te raken.
 
Maar daarmee is de competitiviteitsagenda van deze federale regering nog lang niet afgewerkt. Blijft nog over de versterking van de wet van 26 juli 1996 betreffende het concurrentievermogen van de ondernemingen. Om een dubbele reden is de versterking van deze wet noodzakelijk: enerzijds om te voorkomen dat we in de toekomst, ten gevolge van nieuwe loonkostenontsporingen, opnieuw zouden geconfronteerd worden met een stijgende loonkostenhandicap t.o.v. onze buurlanden, maar anderzijds ook om de historisch opgebouwde loonkostenhandicap weg te werken. Die historische loonkostenhandicap bedraagt ca. 12,5 %. Er is dus nog een hele weg te gaan. 
 
Deze aanpassing van de wet van 1996 laat jammer genoeg op zich wachten. Bovendien kent ons land een systeem van automatische loonindexeringen waardoor bij een versnellende inflatie – waarmee ons land vandaag als enige land in de eurozone geconfronteerd wordt – snel een deel van de herwonnen concurrentiekracht opnieuw dreigt verloren te gaan. Een versterkte competitiviteitswet van 1996 moet hieraan structureel verhelpen. Neen, de competitiviteitsagenda van deze federale regering is nog lang niet afgewerkt. En met halve operaties zijn de bedrijven niet gediend.
 
Fa Quix, directeur-generaal