Snelle prijsstijgingen treffen onze bedrijven tweemaal. Zijn we vertrokken voor een langere periode van hoge(re) inflatie?

Opinie van 19/11/2021 door Fa Quix

Eind vorig jaar was er inzake prijzen nog geen vuiltje aan de lucht. De prijzen van grondstoffen, materialen en energie stonden zelfs op laagteniveaus. Daar was de Covid-crisis in belangrijke mate voor verantwoordelijk, en meer bepaald de lockdowns die tal van economieën voor kortere of langere periodes gesloten hielden. Maar gaandeweg openden de economieën opnieuw, vooral vanaf de lente dit jaar, en gingen de prijzen al snel steil omhoog. Want die heropeningen voegden zich bij de exploderende e-commerce die boomde als alternatief voor de tijdens de lockdowns gesloten winkels. Tegelijkertijd was het aanbod door de economieën-in-lockdown ingekrompen.

Het gevolg kennen we: een onevenwicht tussen een hoge vraag en een lager aanbod, een ontregelde zeecontainertrafiek, met haperende aanvoerketens en fors stijgende prijzen tot gevolg. Tot en met de zomer was er die aanhoudende prijshausse. Voor de bedrijven betekende dit een hogere factuur voor de inputs. Doorrekenen aan de klanten kon niet altijd meteen, noch volledig.

Maar het was voorspelbaar dat dit bovendien zou leiden, mits een tijdspanne van 3 tot 6 maanden, tot een hogere inflatie, eerst de industriële inflatie, en nu ook de inflatie van de consumentenprijzen. In België zitten we nu al boven de 4 % inflatie. Dat is opnieuw slecht nieuws voor onze bedrijven. De lonen in ons land zijn immers gekoppeld aan de gezondheidsindex, gebaseerd op de index van de consumptieprijzen. Dat automatisme bestaat niet in de buurlanden, tevens onze naaste concurrenten. Daar stellen de vakbonden nu ook wel hogere looneisen en willen zij de inflatie ook volledig gecompenseerd zien in hun lonen. Maar het is daar niet verworven of gegarandeerd zoals bij ons. Daar moet nog over onderhandeld worden.


Minstens tijdelijk zullen wij snellere stijgingen van onze lonen kennen dan onze buurlanden, hetgeen onze competitiviteit zal aantasten.

En wat kunnen we verwachten voor de nabije toekomst? Zijn we vertrokken voor een langere periode van hoge(re) inflatie? Onder eminente economisten zijn er twee kampen: zij die geloven van wel, en zij die daar niet van overtuigd zijn. Alleen de geschiedenis zal later kunnen aantonen wie er gelijk had. Maar ik neig toch eerder naar het tweede kamp van de niet-overtuigden. Vooreerst zijn de prijsstijgingen niet algemeen, maar geconcentreerd in de energieproducten, het transport en de voeding. Maar belangrijker: de economie is serieus aan het afkoelen, zowat overal, en niet in het minst in het groeiland bij uitstek, China.

De vraag naar energie en goederen zal daardoor wellicht dalen, en de prijzen neerwaarts beïnvloeden, maar dat kan wel nog enkele maanden op zich laten wachten. De conjunctuur die we nu beleven lijkt nog het meest op die van 2008, waar eerst een oververhitting met inflatie-opstoot plaats maakte voor een spectaculaire terugval van de economische activiteit en de prijzen. En vervolgens uitmondde in de financiële crisis… Maar dat doemscenario lijkt nu eerder onwaarschijnlijk.

Fa Quix, directeur-generaal