Ondernemen bij volatiele valuta’s

Opinie van 09/02/2018 door Fa Quix

Het lijkt erop dat de waarde van vele valuta’s losgekoppeld is van de reële economie, van de ‘fundamentals’. Nemen we bv. de Amerikaanse dollar. Op een goed jaar tijd is die met ruim 15 % in waarde gedaald tegenover de euro. Het Britse pond kende, na een zware terugval sinds het Brexit-referendum van 23 juni 2016, een merkwaardige, zij het bescheiden, waardestijging tegenover de euro begin dit jaar.

Nochtans, het gaat goed met de Amerikaanse economie, en minder goed met de Britse. Men zou dus de tegenovergestelde evoluties verwachten. Nog merkwaardiger is dat de greenback verder zakte op een moment dat Wall Street records brak en de Amerikaanse president een omvangrijke belastinghervorming goedgekeurd kreeg, lees een belastingverlaging, vooral voor de bedrijven. En waarvan een boost van de investeringen en de productie in de VS mag worden verwacht. Maar of dat indruk maakte op de dollar? Welnee.

En daartegenover staat de kwakkelende Britse economie. Akkoord, het Britse pond stond begin februari 2018 nog steeds ca. 15 % lager dan op de dag van het referendum. Maar sinds begin van dit jaar is er een lichte remonte merkbaar, terwijl de onheilsberichten over de Britse economie als gevolg van de nakende Brexit niet meer te tellen zijn.

Eén ding is (al langer) duidelijk: voorspellingen maken over wisselkoersen is een roulettespel, nu meer dan ooit. 

Maar als bedrijfsleider moet je er wel mee werken. Banken hebben allicht oplossingen om (op eerder korte termijn) deze valutarisico’s in te dekken. Maar dat is niet gratis. En bovendien: op lange(re) termijn hebben die nieuwe wisselkoersverhoudingen hoe dan ook een grote impact op de concurrentieverhoudingen.

Wat de dollar betreft, hebben we al vele jaren vastgesteld dat een goedkope dollar (en dus een dure euro) onze export negatief beïnvloedt. En, omgekeerd, een sterke dollar komt ons per saldo goed uit. Meest recentelijke referentieperiode is 2014: dat bleek een keerpunt vanaf het moment dat de dollar fors omhoog ging; onze export maakte toen een mooie sprong voorwaarts. Oké, dit is geen wetenschap, en dus geen causaliteit, maar slechts een correlatie. Maar louter toeval was het zeker ook niet.

Over het Britse pond kunnen we kort zijn: de Brexit zit al grotendeels in de wisselkoersen verrekend. Maar er is zeker nog neerwaarts potentieel. Zeker wanneer een ‘no deal’ het resultaat zou zijn.

Gelukkig is er de euro! Sommigen herinneren zich nog de tijd van vóór de euro, toen we op het Europese continent geconfronteerd werden met grote muntschommelingen, vaak van landen met ook een belangrijke textiel- en meubelindustrie zoals Italië, Spanje, Portugal… ‘Competitieve devaluaties’ noemden we dat toen. Dankzij de euro is dit niet meer mogelijk. De Belgische frank was toen trouwens aan de sterke Duitse mark gekoppeld, hetgeen ons extra duur maakte in Europa en in de rest van de wereld.

Gelukkig is er dus de euro, maar zelfs die euro zullen we in de toekomst hard moeten verdedigen. De euro-constructie is immers niet áf, volgens sommige vooraanstaande economen is het zelfs een wankele constructie. De euro-crisis van 2011 indachtig (remember Griekenland) dienen de fundamenten van de euro verder verstevigd te worden. En laat ons daarbij de voordelen van de euro nooit uit het oog verliezen.

Fa Quix, directeur-generaal