Nu het stof is gaan liggen: wat betekent de tax shift écht voor de bedrijven?

Opinie van 04/09/2015 door Fa Quix

Op het politieke front was het verre van een rustige zomer. Net na de Nationale Feestdag trok de federale regering zich in conclaaf terug om verrassend snel, al op 23 juli, met een begroting 2016 én met een akkoord over de tax shift naar buiten te komen. De grote krachtlijnen van de tax shift liggen in de lijn van de verwachtingen: minder lasten op arbeid, gecompenseerd met extra inkomsten uit de drie v’s: verbruik, vervuiling en vermogenswinsten.

Ook de aangekondigde omvang van de tax shift verraste: ordegrootte 7,2 miljard euro (tegen 2018) en 9,3 miljard euro (tegen 2020), ruim meer dan de verwachte 2,5 à 3 miljard. Dat de regering tegelijk de absurde en loonkostenverhogende maatregel van de tweede maand gewaarborgd loon heeft geschrapt, is ook een goede zaak.

Maar al snel bleek dat achter de grote krachtlijnen van de tax shift soms verraderlijke maatregelen schuilgaan. Er was bv. plots sprake van tax shift 1 en van tax shift 2. Hoezo, twee tax shifts? Hadden wij er dan één gemist? Welnee, een aantal maatregelen van de vorige regering inzake lastenverlagingen werden gewoonweg herdoopt in tax shift 1 en in de 7,2 (2018) en 9,3 (2020) miljard geïntegreerd (lees gerecupereerd). De eigenlijke tax shift (2) is dus netto maar iets meer dan de helft van de genoemde bedragen waardoor we tegen 2018 toch maar in de buurt van het oorspronkelijk verwachte bedrag komen (van ca. 3 miljard euro). Een ‘Big Bang’ is het dus toch niet geworden zoals de regering met de aangedikte cijfers wil laten uitschijnen.

De tax shift steekt ook vol uitzonderingen, beperkingen, voorwaarden… Hoe gedetailleerder de maatregelen werden toegelicht, hoe groter de complexiteit en de verwarring werden. Zo moest de verlaging van de sociale werkgeversbijdragen van 33 % naar 25 % hét kernpunt van deze tax shift vormen. Maar deze lastenverlaging gebeurt niet onmiddellijk en wordt uitgesmeerd over een periode van 5 jaar (2016-2020). Het is duidelijk dat de loonkosten niet ‘plots’ met 8 % zullen dalen, zoals sommigen meteen na de aankondiging van de tax shift beweerden. In deze Fedustria News zal u een synthese van de belangrijkste maatregelen kunnen lezen. 

En meteen was er ook de vraag naar de bedrijven: “hoeveel jobs zullen jullie nu creëren?” Maar zo werkt het niet natuurlijk. De bedrijven krijgen door de tax shift inderdaad (geleidelijk) extra zuurstof, maar elkeen zal dat vertalen in functie van de individuele bedrijfssituatie. In sommige gevallen zal misschien een verliespositie worden omgezet in een break-even of lichte winst, goed voor de continuïteit van het bedrijf en het behoud van de bestaande jobs (die anders dreigden verloren te gaan), andere bedrijven zullen nieuwe investeringen aangaan, en dat zal nieuwe jobs met zich meebrengen, maar pas op termijn. Nog andere bedrijven zullen onmiddellijk enkele jobbehoeften invullen, nu ze daar de financiële ruimte toe krijgen. In elk geval zal, los van de verschillen op bedrijfsvlak, het globale netto-effect op de tewerkstelling positief zijn.

Maar dan mogen er geen addertjes onder het gras opduiken die roet in het eten gooien. De tijdelijke werkloosheid om economische redenen – hét instrument van flexibiliteit in de industrie – dreigt in het kader van diezelfde tax shift duurder en dus minder aantrekkelijk te worden. 

En de hogere btw en accijnzen moeten in de index worden geneutraliseerd, want anders krijgen we hierdoor alsnog een doorrekening in hogere loonkosten, hetgeen deze regering net wil vermijden. Maar zó consequent is de regering dus blijkbaar niet…

Hoe dan ook, er is met deze tax shift een aanzet tot verandering in het beleid gekomen, waardoor groei en jobcreatie eindelijk prioriteit op de politieke agenda krijgen wat onze samenleving dringend nodig had (bv. om toekomstige uitdagingen zoals de vergrijzing en de betaalbaarheid van de sociale zekerheid met succes te kunnen aangaan). En gun de bedrijven de tijd om het beetje zuurstof dat ze na jaren eindelijk krijgen zelf optimaal te benutten. Jobbehoud én jobcreatie zullen zeker volgen.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal