Muntschommelingen: een niet te onderschatten concurrentiefactor

Opinie van 15/09/2017 door Fa Quix

Tijdens mijn sollicitatiegesprek bij het toenmalige Febeltex, in 1981, dus lang vóór de fusie met Febelhout in 2007, vroeg men mij o.a. welke kosten de concurrentiekracht van de bedrijven bepalen? Ik somde kostenfactoren op zoals de loonkosten en de grondstoffenkosten. “En wat nog?”, vroeg men mij. Ik had toen de goede reflex om te antwoorden: de muntschommelingen! Met een beetje geluk, dat geef ik toe, maar ik had dan toch iets onthouden van mijn cursus internationale economie bij prof. Theo Peeters aan de KU Leuven.

Het was nog de periode lang vóór de euro, en zowat zes maanden voordat de dure Belgische frank in februari 1982 met 8,5 % devalueerde… om de concurrentiekracht van de Belgische economie te herstellen. Tal van begeleidende maatregelen werden toen genomen, zoals prijscontroles en indexsprongen. Mede daardoor, maar ook door de aantrekkende internationale conjunctuur, gestart in de VS onder impuls van de Reagonomics – en voor textiel ook mede dankzij de uitvoering van het Textielplan – kende de indus-trie na de desastreuze jaren ‘70 met de oliecrisissen, een decennium van economische heropleving.

Het muntbeleid speelde daarin dus zeker een essentiële rol. Om vandaag anno 2017 de Belgische concurrentiekracht te herstellen, kunnen we ‘onze frank’ niet meer devalueren. Sinds 1999 zitten we in de euro, waar we als industrie destijds – en nog steeds – voorstander van waren en zijn. Want herinner u die periode van de jaren 1980-1990, toen de Franse frank, de Spaanse peseta en de Italiaanse lira, om de haverklap devalueerden, en telkens weer de concurrentieverhoudingen in Europa door elkaar schudden, meestal ten nadele van ons. Want na die devaluatie van 1982 had de Belgische frank zich vastgeklonken aan de sterke Duitse mark.

De euro was dus een zegen, want onze rechtstreekse concurrenten, naast Duitsland, ook Frankrijk, Italië, Spanje… werden mee in de euroboot getrokken en konden daardoor hun spelletje van competitieve devaluaties niet langer spelen. 

Er kwam een grote muntzone in Europa waarbinnen absolute muntstabiliteit heerste: de eurozone.

Maar de verwachting dat die ook meer internationale muntstabiliteit zou brengen, zeker tussen de twee grote munten, de euro en de Amerikaanse dollar, is helaas niet uitgekomen. De volatiliteit is gebleven, en nauwelijks minder dan vóór de euro. Recentelijk is de euro tegenover de dollar met bijna 15 % gestegen sinds het begin van dit jaar. En wat gezegd van het Britse pond: dat is sinds de uitslag van het Brexit-referendum met circa 20 % in waarde gedaald. Niet goed voor onze concurrentiepositie. Maar onze sterke exportkracht – een combinatie van het juiste product, service en prijs – zorgt ervoor dat we ons als Belgische bedrijven toch kunnen blijven weren.

Echter, de Britse economie lukt dit blijkbaar niet want die blijft economisch aanmodderen. En het concurrentievoordeel van het goedkopere pond? Het VK heeft zelf een te kleine en over het algemeen niet zo’n performante industrie om volop van die ponddaling te profiteren. Het ondervindt de weerbots van de hogere ingevoerde inflatie die de koopkracht in Groot-Brittannië aantast.
Muntschommelingen zijn een niet te onderschatten concurrentiefactor. Maar gelukkig zijn zij niet de enige concurrentiefactor, en kunnen onze bedrijven nog vele andere troeven uitspelen. 

Fa Quix, directeur-generaal