Multinationals of kmo’s? We hebben beide heel hard nodig voor onze welvaart!

Opinie van 01/12/2017 door Fa Quix

Het was niet fraai hoe de Nederlandse Premier Mark Rutte zich verdedigde in zijn pleidooi voor de afschaffing van de dividendbelasting. Met “Ik wil niet eindigen zoals België, met nog slechts één multinational” (AB InBev). Daarmee liet hij meteen ook uitschijnen dat België met een te hoge dividendbelasting alle multinationals, op één na, heeft weggejaagd.

Het is niet de bedoeling om hier het proces van de dividendbelasting te maken. Die 15 % in Nederland lijkt ons zeker niet overdreven, tegenover de hoge 30 % in België. Mocht België die 30 % willen doen zakken, dan valt daar zeker iets voor te zeggen.

Maar het ging hem dus om de multinationals. Dat België er maar één meer zou overhouden. Juridisch-technisch bedoelde Rutte allicht ‘in Belgische handen’, met een meerderheid van het kapitaal bij Belgische aandeelhouders, of met de maatschappelijke zetel in ons land. Maar ook dat argument gaat inhoudelijk niet op. Als we ‘multinational’ definiëren als een onderneming met vestigingen in meerdere landen, dan heeft België nog heel veel multinationals. Ook in onze textiel-, hout- en meubelindustrie.

Daar waar vele van onze middelgrote en grote bedrijven in de vorige eeuw vooral het zakenmodel van ‘hier produceren en wereldwijd exporteren’ volgden, is dat nu een veel gemengder beeld geworden. Export van hieruit blijft de ruggengraat, maar vestigingen in het buitenland zijn vaak nodig om velerlei redenen. Niet het minst om dicht bij die buitenlandse, vaak verre klant te zijn. Of ook om de ‘supply chain’ optimaal te kunnen organiseren. Of omdat invoerbarrières op buitenlandse markten export van hieruit onmogelijk maken. Vergeten we het toenemend protectionisme in de wereld niet (zie grafiek p. 3). En nog om vele andere redenen.

Die multinationale aanpak van onze textiel-, hout- en meubelbedrijven maakt bedrijven sterker. Het zorgt meestal voor het behoud van de activiteit in eigen land. 

Al gaat dat soms gepaard met verschuivingen, meer kop-staart-activiteiten of hightech productie hier, maar verplaatsing van minder rendabele activiteiten naar het buitenland.

Omgekeerd zien we ook een beweging in de richting van ons land. Het aantal Amerikaanse, Duitse, Nederlandse, Britse, Franse, Japanse, e.a. bedrijven die in ons land gevestigd zijn, is enorm. Denk alleen al maar aan die gigantische chemiecluster in de haven van Antwerpen. Hoeveel jobs genereren die niet? Direct via hun investeringen maar ook indirect. Heel veel kmo’s zijn toeleveranciers aan die multinationals. Het is dus een én-én-verhaal. En ondanks de tekortkomingen in ons ondernemingsklimaat (bv. hoge kosten, administratieve rompslomp, mobiliteitsproblemen…) komen zij hier investeren. Ons land heeft immers ook nog vele troeven.

Misschien heeft Nederland wat meer ‘eigen Nederlandse multinationals’, maar de industrie vertegenwoordigt er wel een veel kleinere bron van welvaart dan in België. Overigens een heel leuk land Nederland, waar de overheid haar huishouding goed op orde heeft. Daar kan België dan weer jaloers op zijn.

Fa Quix, directeur-generaal