Mogen we nog iets van deze regering verwachten?

Opinie van 19/01/2018 door Fa Quix

Vermoedelijk heeft de federale regering Michel I nog zo’n half jaar om daadkrachtig ‘beleid’ te voeren. Tijdens de komende zomermaanden zullen we de vakantie immers naadloos zien overgaan in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 en daarna in de kiescampagne voor de Europese, federale en regionale verkiezingen van vermoedelijk mei 2019. Veel tijd om beleid te voeren rest er dus niet meer.

Vooreerst zal er nog verder uitvoering moeten worden gegeven aan de vele maatregelen van het zogenaamde Zomerakkoord. In deze Fedustria News kan u de vele maatregelen op sociaal vlak lezen. Ook de hervorming van de vennootschapsbelasting moet geïmplementeerd worden. Al die wetswijzigingen betekenen vooral veel aanpassingen voor de bedrijven. De administratieve rompslomp zal er niet door verminderen en de rechtsonzekerheid zal toenemen.

Maar de hoofddoelstelling van de federale regering zal bereikt worden: ‘Jobs, jobs, jobs!’ en dat is positief! 

Keerzijde van de medaille is dat vandaag voor heel wat bedrijven de krapte op de arbeidsmarkt en de invulling van hun vacatures de grootste uitdaging vormt. De regionale regeringen zijn bevoegd voor het arbeidsmarktbeleid en pakken dit ook aan, maar de uitdaging blijft groot. Nieuwe pistes zullen moeten worden bewandeld, ook door de bedrijven zelf, om het tekort aan werkkrachten en talent in de ondernemingen op te vangen.

Ook positief is dat het begrotingstekort flink naar beneden duikt, en in de buurt van 1 % zou kunnen eindigen eind dit jaar. Ver weg dus van de gevarenzone van 3 %. Dat is niet alleen de verdienste van de regering zelf, want het overheidsbeslag blijft hoog, boven de 50 % (maar is wel dalend). Zo is er vooral de gunstige rugwind van de verbeterde internationale conjunctuur. De groei in de EU zou dit jaar rond de 2 % bedragen, hetgeen het VBO ook voor België voorspelt. In de mate dat een exportgerichte economie zoals de onze erg afhankelijk is van de economische ontwikkeling in onze buurlanden, is dit zonder meer goed nieuws. En door die hogere groei daalt procentueel ook het hogergenoemde overheidstekort.

Dat laatste betekent dat er tijdens de begrotingscontrole in de lente en de begrotingsopmaak 2019 in de zomer allicht geen drastische maatregelen, zoals nieuwe belastingen en/of besparingen, komen. Dat geeft tijd om de goedgekeurde maatregelen van het Zomerakkoord te verteren. Maar toch mag de regering niet op haar lauweren rusten, want de grote uitdagingen worden niet uitgewist door de verkiezingsagenda.

Zo blijft België een duur productieland. Inzake loon- en energiekosten staat België nog altijd aan de wereldtop. Om met het laatste te beginnen: het aangekondigde energiepact moet zorgen voor een bevoorradingszekere, betaalbare en klimaatvriendelijke stroomvoorziening voor burgers en bedrijven. En inzake loonkosten blijft er nog een loonkostenhandicap weg te werken tegenover onze drie buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland van (gemiddeld) meer dan 10 %, om nog maar te zwijgen van andere EU-lidstaten zoals Portugal en Spanje, en de verre concurrentie.

En ook al heeft de Belgische economie, en inzonderheid de industrie, een nieuw elan gevonden, toch blijft ondernemen hier niet alleen duur, maar ook complex. VOKA-voorzitter Paul Kumpen herhaalde op het VOKA-Nieuwjaarsevent op 8 januari dat de regelneverij hoge toppen blijft scheren en ‘ondernemen’ ontmoedigt. Nemen we nu alleen al die nieuwe privacyregels (GDPR) die vanaf eind mei van toepassing worden. En dan hebben we het nog niet gehad over de (nieuwe) sociale regeltjes…

Aan de vermindering van de administratieve romplomp en de regeldrift kan deze regering dit jaar zeker nog wat doen. En hopelijk haalt de daadkracht het op de verkiezingskoorts.

Fa Quix, directeur-generaal