Loonkosten: nog een lange weg te gaan

Opinie van 18/05/2018 door Fa Quix

De 1 mei-manifestaties komen altijd weer neer op een opbod van straffe sociale eisen. Meest opvallend dit jaar was ongetwijfeld de oproep van afscheidnemend ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw om de minimumlonen met liefst 50 % op te trekken. Hiermee voorbijgaand aan het feit dat België de op één na hoogste minimumlonen ter wereld heeft, en dat daarmee de laaggeschoolden, uitgerekend de groep die De Leeuw op het oog heeft, nog veel moeilijker aan de bak zal geraken. 

Maar ook de Rerum Novarum-toespraak van ACV-topman Marc Leemans getuigde van weinig realisme.

En ook de internationale vakbondskoepel ETUI (European Trade Union Institute) ziet op basis van productiviteitsanalyses ruimte voor reële loonsverhogingen. Het VBO reageerde daar gepast op door te stellen dat er vele facetten zijn aan ‘productiviteit’, en dat in meer dan één geval de productiviteit precies gestegen is door arbeidsbesparende machines… wegens de hoge loonkosten.

Los van de vakbondsretoriek kan men niet ontkennen dat België nog steeds bij de top-3 van de hoogste loonkosten in de wereld staat. 

En dat zelfs landen zoals Nederland, Duitsland en zeker ook Frankrijk substantieel lagere loonkosten hebben. Gemiddeld tegenover deze drie landen bedraagt de loonkostenhandicap nog steeds circa 11 %. En dit ondanks de inspanningen van de regering om de loonkostontwikkeling in bedwang te houden met maatregelen zoals de eenmalige indexsprong, de loonmatiging en de taxshift. Zoals u elders in deze Fedustria News kan lezen hebben die maatregelen de loonkosten helaas niet doen dalen zoals algemeen verwacht was, maar de stijging ervan alleen wat kunnen temperen. Met andere woorden, we hebben nog een lange weg te gaan.

Voor de bedrijven blijft dit een permanente handicap die ze moeten proberen compenseren door uiterst innovatief, productief en flexibel te zijn. Maar dan nog geraken onze bedrijven klanten kwijt aan buitenlandse concurrenten die hoe dan ook betere prijzen kunnen maken. En die concurrentie komt niet alleen van de buurlanden. Binnen de Unie ook vanuit Zuid- en Oost-Europa, waar de loonkosten 50 tot 80 % lager liggen. Om nog niet te spreken van landen uit het Middellandse zeegebied en het Verre Oosten. En ja, wij moeten die soms verre landen ook vermelden omdat die op het terrein vaak onze grootste concurrenten zijn.

De bekommernis van hogere koopkracht delen wij ook. Maar de weg van de loonkostenstijging is niet de juiste. Hét grote probleem in ons land is de grote kloof tussen de brutoloonkost voor de werkgever en het nettoloon dat de werknemer op zijn bankrekening gestort ziet. Nergens ter wereld, maar dan ook nergens, is die zgn. loonwig zo groot. Belastingen en sociale bijdragen verklaren die grote kloof. In onze buurlanden is de kloof een stuk kleiner, waarom kan dat dan niet bij ons?

We zitten met te veel overheidsuitgaven. We moeten de overheid tot haar kerntaken terugbrengen, en daar hoort zeker de sociale zekerheid bij. Maar ook die kan efficiënter en effectiever. Met eenzelfde overheidsbeslag als Nederland zouden de totale overheidsuitgaven in België liefst 24 miljard euro lager liggen, alle verhoudingen in acht genomen.

Maar ja, als men mensen wil subsidiëren die een natuurcoach willen inhuren, en men gascentrales wil subsidiëren om elektriciteit uit CO2-arme kerncentrales te vervangen – en zo zijn er nog tientallen andere voorbeelden – dan komt men snel aan een opeenstapeling van vermijdbare overheidsuitgaven. Zou het niet de eerste taak van de volgende regering(en) moeten zijn om prioritair de echte kerntaken van de overheid te bepalen vooraleer nog maar aan nieuwe uitgaven gedacht wordt?

Fa Quix, directeur-generaal