Laten we er (werkbaar) werk van maken

Opinie van 04/03/2016 door Fa Quix

Het is een prioriteit van de federale minister van Werk Kris Peeters: zorgen voor werkbaar werk. Over dit thema is intussen al veel inkt gevloeid. Bovendien geeft iedereen daar een eigen invulling aan, wat de sociale partners uit de textielsector dan ook recent als één van de eerste sectoren gedaan hebben. Zij hebben een kader afgesproken dat door de bedrijven kan worden ingevuld naargelang hun specifieke behoeften. Maatwerk, want de situatie verschilt zeer van bedrijf tot bedrijf.

Het idee ‘werkbaar werk’ komt natuurlijk niet uit de lucht gevallen. Het is een onderdeel van het grotere project ‘langer werken’. Dat is nodig om de gigantische uitdagingen van de vergrijzing aan te pakken. Vandaag is de gemiddelde levensverwachting van een man 78 jaar, van een vrouw zelfs gemiddeld 83 jaar. Daartegenover staat dat de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd is gedaald van 65 jaar tot 59 jaar (en enkele maanden). Daardoor zal de kost van de vergrijzing en bijgevolg de factuur van de pensioenen niet betaalbaar blijven. Willen we dat wél, dan dient de pensioenleeftijd te worden verhoogd. Deze regering en ook de vorige hebben hiertoe al belangrijke beslissingen genomen: het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd, het afbouwen van het brugpensioen en het afremmen van de toegang tot het vervroegd pensioen. Allemaal maatregelen om mensen langer te laten werken.

Echter, het is maar zeer de vraag of deze maatregelen zullen volstaan? Langer aan de slag blijven is voor een aantal werknemers niet evident. Sommigen hebben een lange carrière in ploegenarbeid of een zwaar beroep achter de rug. Dat is niet te onderschatten. ‘Werkbaar werk’ moet hen in de mogelijkheid stellen deze jobs langer aan te kunnen.

Aanpassingen van werkposten, wijzigingen in de arbeidsorganisatie, vermijden van stresserende taken, meer autonomie, een betere werksfeer… en nog veel meer kan worden onderzocht om dat langer werken ook haalbaar te maken in de praktijk. Hierin past de overeenkomst van de sociale partners uit de textielsector. Een ondersteunende taak is weggelegd voor het sectorale opleidingscentrum voor textiel. Maar ook het Opleidingscentrum Hout (OCH) kan ondersteuning bieden op vlak van werkbaar werk aan hout- en meubelbedrijven die rond dit thema willen werken.
 
Niet alleen aan het werkbaar werk langs de bovenzijde (de uittreders) moet gewerkt worden, er moet ook gefocust worden op de onderzijde, de nieuwe intreders. De vergrijzende beroepsbevolking in onze industriële sectoren leidt er op vandaag toe dat een groot aantal medewerkers (m/v) onze bedrijven zal verlaten. We hebben daardoor een grote nood aan nieuwkomers. Liefst met de juiste scholing en competenties. In eerste instantie rekenen we daarvoor op het onderwijs. Voor houttechnologie zal de instroom van geschoolde jongeren voldoende groot zijn. Voor textieltechnologie ligt dat moeilijker. Campagnes om het technisch gericht onderwijs (middelbaar en hoger) te promoten blijven noodzakelijk. Ook het JET-project (Jongeren En Textiel) wil jongeren aanzetten om de stap naar de industrie te wagen.
 
In het beter op elkaar afstemmen van onderwijs en industrie zijn ook nieuwe initiatieven wenselijk, zoals het duaal leren, dat nu in Vlaanderen gelanceerd wordt. Het is een uitgelezen kans om jongeren toe te leiden naar onze textiel-, hout- en meubelbedrijven. Inderdaad, laten we er (werkbaar) werk van maken!
 
Fa Quix, directeur-generaal