Kennisdiffusie, de sleutel tot innovatie voor kmo’s

Opinie van 07/10/2016 door Fa Quix

Er wordt veel verwacht van onze bedrijven. Dat ze zorgen voor tewerkstelling, méér zelfs, voor een groei van de tewerkstelling, dankzij een stabiele groei van de omzet en van de productie. Voor sommige politici en vakbondslui lijkt dit een fluitje van een cent. Maar die ‘stuurlui-aan-wal’ moeten het natuurlijk niet zelf doen.

Stabiele groei, dat lukt in de praktijk eigenlijk bijna nooit. Altijd zijn er de wisselvalligheden van de markt, van de conjunctuur, en van de context. Zoals de Brexit bijvoorbeeld, die voor vele bedrijven op korte termijn een niet-geringe extra uitdaging betekent.  

Echter, volgens de eerder vernoemde ‘stuurlui’ kunnen alle bedrijfs- en economische uitdagingen zomaar in één-twee-drie worden opgelost door nog méér innovatie. Alsof ook dàt een fluitje van een cent is.

Industriële bedrijfsleiders weten maar al te goed dat innovatie een moeilijk, duur, en risicovol proces is. Moeilijk, omdat het veel kennis vereist die niet zomaar voor handen is, duur, omdat bv. een nieuw product ontwikkelen veel mensentijd van hoogopgeleiden vereist, en onzeker, omdat het altijd afwachten is of een nieuw product in de markt wel zal aanslaan. En of bij een procesverbetering de verhoopte ‘return on investment’ wel bereikt zal worden. Hoe goed men ook de markt dus verkend heeft, of hoe nauwkeurig men het productieproces ook bestudeerd heeft, er blijft altijd een factor van onzekerheid.

Maar anderzijds hebben de bedrijven geen andere keuze. Innovatie is een noodzakelijke voorwaarde voor toekomstig succes. Ten andere, innovatie gaat veel verder dan louter producten en productieprocessen. Michèle Sioen, topvrouw van Sioen Industries en voorzitster van het VBO, op het VBO Innovatieforum van 20 september: “Nieuwe producten blijven uiteraard cruciaal, maar innovatie gaat ook om design, marketing en verkoop, klantenservice, werkorganisatie…”.

Toch blijft de technologische innovatie één van de belangrijkste elementen. Voor vele kmo’s zonder eigen uitgebreide O&O-infrastructuur (bv. eigen labo) blijft het sectoraal technologiecentrum fundamenteel om te kunnen innoveren. In de praktijk komt het erop neer dat dankzij deze centra - zoals Centexbel voor textiel, en Wood.be voor hout en meubel - nieuwe inzichten worden gedeeld via bijvoorbeeld collectief onderzoek. En die inzichten worden dan in de kmo’s toegepast. Kennisdiffusie noemt men dat. Voor vele kmo’s is deze kennisdiffusie (kennisverspreiding) de belangrijkste bron tot innovatie. Het is dan ook van groot belang dat de Vlaamse overheid dit type van onderzoek en kennisverspreiding naar onze kmo’s verder ondersteunt. Via dergelijke initiatieven worden immers heel veel bedrijven bereikt die anders doodsimpel in de kou blijven en hun problemen dan ook zelf maar moeten oplossen (of niet…). Dit laatste kan toch de doelstelling niet zijn van een slimme overheid.

Voor de bedrijven in onze industrie die wel met een heus O&O-team van hooggeschoolden werken, is het daarenboven van cruciaal belang dat de fiscale aftrek voor deze onderzoekers behouden blijft. En zelfs nog verder wordt uitgebreid naar andere technische profielen, bv. laboranten…

Innovatie is en blijft in de eerste plaats de taak en de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf. Maar als de samenleving en de beleidsmakers dit eveneens zo belangrijk vinden voor onze toekomstige welvaart en welzijn, moeten zij dit op gepaste wijze blijven aanmoedigen en ondersteunen. Zij beschikken daartoe over enkele doeltreffende instrumenten. Dat ze die dan ook effectief en efficiënt inzetten.

Fa Quix, directeur-generaal