Koopkrachtverhoging: het beleid doet wat het moet doen

Opinie van 16/09/2016 door Fa Quix

Dat ‘koopkracht’ een economie doet draaien, staat buiten kijf. En dat een beleid dat de koopkracht verbetert een breed gedragen beleid is, is ook evident. Maar daar stopt helaas meestal de consensus.

Deze regering heeft gekozen voor de piste van de belastingverschuiving, de zogenaamde taxshift, om de koopkracht te verhogen. Ze volgt daarbij een dubbel spoor. Enerzijds “meer nettoloon voor hetzelfde brutoloon” ten bate van de werknemers. Anderzijds een lagere loonkost voor de werkgevers, om de loonkostenhandicap af te bouwen en de concurrentiepositie te herstellen. Dit laatste is trouwens erg belangrijk om jobs te kunnen behouden en er extra te kunnen creëren. Want jobs, dat is inkomen, dat is extra koopkracht. Dit alles gebeurt in stappen, tussen nu en 2019. 

Vanuit vakbondskringen wordt het eerste, met name méér nettoloon, geminimaliseerd en het tweede, de lagere loonkosten, uitvergroot. D.w.z. dat volgens de vakbonden de werknemers ”de kruimels” krijgen en de werkgevers ”de grote brokken”. Dit is nochtans pertinent fout. Zoals eerder al uitvoerig aangetoond, gaat meer dan de helft van het budget van de taxshift naar de koopkrachtverhoging van de werknemers, en maar een kleiner deel naar de werkgevers.
 
Dat de medaille twee kanten heeft, is juist. En de vakbonden hebben gedeeltelijk een punt: heel wat kosten werden door regeringsbeslissingen verhoogd. Een deel van het extra nettoloon vloeit daar naartoe. Maar dat was ook zo voorzien: de welvaartsstaat mocht immers niet afgebroken worden, althans niet volgens de vakbonden. En om dit te financieren moesten extra inkomsten worden gevonden. Dit resulteerde inderdaad in bepaalde prijsstijgingen die de werknemer in zijn portemonnee voelt. 
 
Maar naar onze mening is dit zeker de juiste strategie. De Premier benadrukt telkens opnieuw dat het totale effect positief is voor de koopkracht van het gemiddelde gezin. Bovendien zijn er toch belangrijke sociale correcties om de netto-inkomens bij de lage en midden-inkomens te verhogen. Tot slot zorgt het behoud van de automatische loonindexering voor het op peil houden van de koopkracht (al is dit wel negatief voor de concurrentiekracht).
 
Het beleid van deze federale regering om de koopkracht te verhogen, zowel micro-economisch (voor de werknemers) als macro-economisch (voor het geheel van onze samenleving, via een sterkere concurrentiekracht en jobcreatie in de bedrijven) is wel degelijk de juiste keuze. Dit beleid van koopkrachtverhoging doet wat het moet doen, en moet dan ook consequent worden uitgevoerd.
 
Fa Quix, directeur-generaal