Inflatie bedreigt de concurrentiekracht

Opinie van 17/03/2017 door Fa Quix

Het gaat volledig de verkeerde kant uit met de inflatie in ons land. In januari 2017 was die al opgelopen tot 2,7 % (zelfs 3,1 % volgens de geharmoniseerde Europese methode), en ook al 3 % in februari. Dat is het hoogste peil sinds midden 2012. En het is ook meer dan een vol procentpunt boven het gemiddelde van de eurozone.

Die hoge inflatie heeft meer dan één negatief effect. Het betekent bv. een reële daling van het spaargeld, want bij drie procent inflatie en quasi nul procent opbrengst, is dat geen gering verlies. Het zou om een kapitaalverlies van 7,5 miljard euro gaan, zo berekende een krant. Sommigen spreken van een verdoken ‘vermogensbelasting’, maar dat is niet echt correct, want het is niet de Staat die met dit vermogen is gaan lopen...

Voor de burgers gaat het ook om een koopkrachtverlies. Maar niet door het duurdere winkelkarretje: dat is al jaren niét duurder geworden. Er zijn andere elementen die aan de oorzaak van deze inflatieopstoot liggen. De brandstof- en energieprijzen bijvoorbeeld. Wanneer u gaat tanken, zal u merken dat u zowat 20 % meer betaalt voor dezelfde tankbeurt als een jaar geleden. Om nog maar te zwijgen van de stijgende kosten voor elektriciteit en aardgas.  

Het zijn overheidsingrepen die de energiefactuur verhoogd hebben, van btw-verhoging over groenestroomcertificaten tot extra kosten voor het net- en distributiebeheer. 

Maar er is méér: de diensteninflatie ligt al zes jaar rond de 2 % in ons land, en dat is systematisch hoger dan bij de buurlanden. Werkt de concurrentie in de vele dienstensectoren zoals de telecom wel naar behoren in ons land? En ook de horeca-rekening is flink duurder geworden.

Vicepremier en minister van Economie en Werk Kris Peeters heeft bij het Prijzenobservatorium een onderzoek gevraagd naar de redenen van de hogere inflatie in België. Maar eigenlijk kennen we die, zoals daarnet aangehaald. Vraag is wat men er nu gaat aan doen?

Want voor de werknemers en de uitkeringstrekkers wordt dat koopkrachtverlies opgevangen door het mechanisme van de automatische loonindexering. Maar wie betaalt dat finaal? De bedrijven, ten koste van ofwel de marges ofwel de concurrentiepositie, of van beide. Door dat automatisme komt ook een zelfvoedende loon-prijs-spiraal op gang, zoals zonet gemeld i.v.m. de diensten-inflatie in de ‘beschermde’ sectoren die niet aan buitenlandse concurrentie zijn blootgesteld. De exporterende industrie betaalt deze zogenaamde ‘tweede-ronde-effecten’ mee maar kan die wegens de buitenlandse concurrentie niet (of toch niet zomaar) doorrekenen. Concurrentiepositie en privéjobs komen in gevaar. 

Het is duidelijk: er moet ingegrepen worden in het mechanisme van de automatische loonindexering. Het kan niet dat bij de minste inflatieopstoot de loon-prijsspiraal onze concurrentiepositie ondermijnt. Alle inspanningen om de concurrentiepositie van de bedrijven te verbeteren, zo moeizaam bevochten door deze en de vorige regering, dreigen nu volledig teniet te gaan. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Fa Quix, directeur-generaal