Hogere energiekosten, en toch nog risico op een black-out?

Opinie van 10/02/2017 door Fa Quix

Niet bepaald geruststellend, die studie die Febeliec, de federatie van de grote industriële energieverbruikers, eind januari presenteerde over de toekomstige energiebevoorrading in ons land en de eraan verbonden kosten. De resultaten spreken voor zich: de uitstap uit kernenergie doet de productiekost voor elektriciteit tegen 2030 verdubbelen. En het ergste van al: het zal geen noemenswaardige daling van de uitstoot van CO2 tot gevolg hebben.

Matches 1308878 1279X852

Febeliec vertrouwde de studie toe aan EnergyVille, een onafhankelijk studiebureau met wetenschappelijke kennis en knowhow en gespecialiseerd in energiekwesties. Fedustria is, samen met een vijftal andere federaties en een dertigtal grote bedrijven uit alle industriële sectoren lid van Febeliec, omdat wij van mening zijn dat de expertise én de lobbykracht inzake energiedossiers best gebundeld gebeurt. 

Febeliec heeft maar twee doelstellingen, maar wél twee uiterst belangrijke: de industrie voorzien van competitieve energieprijzen en zorgen voor bevoorradingszekerheid inzake energie. In dat kader past de opdracht aan EnergyVille. Want het is belangrijk dat bedrijven weten wat er op lange termijn met de energiekosten gaat gebeuren. De studie moest een geloofwaardige schatting maken van de productiekost van elektriciteit tegen 2030. En dit in verschillende scenario’s van de energietransitie tussen 2020 en 2030 en op basis van de beleidsopties van vandaag.

De energietransitie heeft een aanzienlijke méérprijs tot gevolg. Die kan tegen 2030 op circa 4,2 miljard euro worden geraamd.

Dat houdt ook in dat de geplande uitstap uit kernenergie ook effectief plaatsvindt. Nochtans is kernenergie vandaag goedkoop (wegens de afgeschreven installaties), klimaatvriendelijk (geen CO2-uitstoot) en veilig (alle onafhankelijke controles zeggen dit). Er is natuurlijk wel het probleem van het kernafval, maar ook dát is onder controle. Febeliec pleit er in één van haar scenario’s dan ook voor om geen volledige kernuitstap te doen, maar nog (minstens) twee centrales open te houden tot 2035. Dat zou de meerkost met zo’n 700 miljoen euro doen verminderen. Maar dat de geplande energietransitie geld gaat kosten, blijkt uit álle scenario’s. Terwijl de industriële verbruikers in ons land nu al geconfronteerd worden met niet-concurrentiële elektriciteitsprijzen.

En neen, dat is géén paniekzaaierij. Het is misschien wél An Inconvenient Truth voor sommige politici, in het bijzonder voor zij die verantwoordelijk zijn voor het energiebeleid in ons land. En dat zijn er nogal wat: vier ministers (een federale en drie regionale). Die moeten zo spoedig mogelijk een Energiepact afsluiten om de energiebevoorrading op lange termijn te verzekeren. En aan competitieve prijzen! Want als ze daar niet in slagen, dan dreigt de industrie opgezadeld te worden met fors hogere energiekosten terwijl zij toch nog steeds het risico loopt op een ‘black-out’. Want op een koude bewolkte dag zonder wind zal de hernieuwbare energie uit zon en wind ons niet kunnen redden.

Dat er dus een realistisch energiepact moge komen, zonder taboes (kernenergie), en dat de regering(en) ook hun andere beloftes nakomen: de invoering van een energienorm bijvoorbeeld. Die moet verhinderen dat onze bedrijven duurdere energiekosten zouden moeten betalen dan hun naaste concurrenten. Maar ook op dat vlak blijft het nog steeds oorverdovend stil.

Fa Quix, directeur-generaal