Het sociaal overleg begint voor ons nu pas écht

Opinie van 06/02/2015 door Fa Quix

Op 30 januari bereikte de Groep van 10 (eigenlijk van acht want zonder het ABVV) een ontwerp van interprofessioneel akkoord, dat meteen positief onthaald werd door de federale regering. Het belangrijkste punt is uiteraard de loonkostenontwikkeling voor 2015-2016. In 2015 wordt een loonstop voorzien, maar vanaf 2016 een gesloten enveloppe van maximum 0,5 % van de loonmassa, bij voorkeur te besteden aan toekomstgerichte maatregelen. Daarbovenop komt nog een gesloten enveloppe van maximum 0,3 % van de loonmassa in netto, zonder bijkomende kosten voor de werkgever, eveneens toe te kennen in 2016.

Voor de vormingsinspanningen, werd gelet op het engagement van de sociale partners om een nieuwe methodologie uit te werken, een stand-still (d.w.z geen bijkomende inspanningen in 2015-2016) afgesproken. Tenslotte kon ook over de regeringsenveloppe voor de welvaartsvastheid een vergelijk gevonden worden, en worden in uitvoering van het akkoord van 17 december 2014 kader-cao’s gesloten m.b.t. SWT en de landingsbanen. Tenslotte zijn er de klassieke tweejaarlijkse verlengingen (cf. risicogroepen, sanctie outplacement, enz.). Verder in dit nummer worden de verschillende luiken van dit één en ondeelbaar ontwerp meer in detail toegelicht.

Met dit ontwerp is het akkoord evenwel nog niet van kracht. De achterban van elk van de sociale partners moet er zich nu natuurlijk nog over uitspreken, wat in de komende dagen zal gebeuren. En dan moet de regering nog definitief groen licht geven.

En zijn we dan rond? Helemaal niet, want dan begint het werk pas voor ons in de sectoren. Het zogenaamde loonluik in het ontwerpakkoord is slechts een kader, en dat kader moet nu concreet door de sectorale sociale partners worden ingevuld. Er is op dat vlak trouwens nog heel wat speling mogelijk. Het gaat om twee maximale enveloppes, die niet noodzakelijk moeten ingevuld worden.

M.a.w. de sectoren moeten eerst bepalen of er wel marge zal zijn, want er zijn weliswaar sectoren waar het goed gaat, maar ook andere waar de crisis nog steeds niet verteerd is en/of waar de loonkostenhandicap een meer prominente rol speelt dan in andere sectoren... Er zal dus niet overal evenveel marge zijn. Ook belangrijk om te noteren is dat die eventuele verhogingen pas vanaf 2016 zullen ingaan, omdat er voor 2015 geen loon(kost)verhogingen mogelijk zijn, zelfs geen loonindexering omdat er een indexsprong komt (moet wel nog wettelijk verankerd worden).

Kortom, de komende maanden zullen allicht maanden van druk sociaal sectoraal overleg worden. Wij zullen u geregeld op de hoogte houden, en wij luisteren uiteraard graag naar uw bekommernissen. De uiteindelijke beslissing m.b.t. de respectievelijke sectorale akkoorden voor textiel en hout&meubel wordt namens de ondernemingen genomen in de Raad van Bestuur van Fedustria, uitsplitsbaar volgens hout&meubel enerzijds, en textiel anderzijds, en dat na advies van het Sociaal College van Fedustria, eveneens uitsplitsbaar voor de zuiver sectorale aangelegenheden.

Zonder vooruit te lopen op het mandaat van de Raad van Bestuur kan nu al gesteld worden dat de sectorale gesprekken niet gemakkelijk zullen worden. Maar laat ons rekenen op de goede wil en het gezond verstand van eenieder. En moge vooral het sociale klimaat terug sereen worden. De sociale vrede maakt immers integraal deel uit van het akkoord. En dat is een basisvoorwaarde voor vooruitgang, economisch én sociaal.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal