Het relancebeleid na corona: van Parijs over Brussel tot Berlijn

Opinie van 29/09/2020 door Fa Quix

Na Duitsland komt nu ook Frankrijk met een relanceplan, France Relance. De bedoeling is uiteraard om de economische schade van de coronaviruscrisis te bestrijden. Het Franse relanceplan kost 100 miljard euro, daar waar Duitsland er 130 miljard tegenaan gooit. Per hoofd van de bevolking komt dat op hetzelfde neer.

Toch is er een groot verschil tussen beide. Terwijl Frankrijk vooral inzet op een versterking van de bedrijven, kiezen onze oosterburen vooral voor een vraaggedreven stimuleringsbeleid. Het Franse plan voorziet in een lastenverlaging voor de bedrijven van 20 miljard euro. Macron en zijn nieuwe premier Castex zien het bedrijfsleven als de motor voor het herstel. Merkel mikt eerder op een verhoging van de koopkracht van de consumenten, met lagere btw en consumptiecheques enz.

Het lijkt erop dat Macron en de Fransen de betere keuze maken. 

Immers, het grote probleem zijn de door de lockdown verzwakte bedrijven. Die terug op gang krijgen en competitiever maken is op korte en op langere termijn de juiste strategie.

De consument heeft globaal genomen minder geleden. In macro-economische termen wel te verstaan. Want zij die (al dan niet tijdelijk) werkloos zijn geworden, of zelfstandigen die zonder opdrachten zijn komen te vallen, hebben hun inkomen wél zien afnemen. Niettemin hebben de meeste consumenten net méér gespaard. Alleen al omdat ze gedurende weken, soms zelfs maanden, niet mochten gaan shoppen of op restaurant gaan. Ook grote en verre buitenlandse verplaatsingen werden uitgesteld of geschrapt. Er is dus extra besteedbaar inkomen bij de gezinnen. Het is nu vooral een kwestie om het vertrouwen van de consumenten terug te winnen.

Het Franse plan gaat ervan uit dat inzetten op een versterking van de bedrijven ook het consumentenvertrouwen zal bevorderen. En zo onrechtstreeks ook de economie met méér bestedingen zal helpen herstellen. Dit is ook goed nieuws voor onze bedrijven: meer consumptie in onze twee grootste handelsmarkten zal ook onze export een boost geven.

En wat doet België? Voorlopig weinig. Daarom hebben de sociale partners, verenigd in de Groep van 10, een gezamenlijke verklaring uitgegeven. Zij mikken op een tweesporenbeleid: enerzijds een versnelde digitalisering van de samenleving, en anderzijds een verhoging van de productieve investeringen. Samen moeten deze leiden tot een herneming van de economische groei en een hogere productiviteitsgroei. Cruciaal is een kwalitatief betere arbeidsmarkt die ook de mismatch tussen arbeidsaanbod en arbeidsvraag wegwerkt.

Wat de investeringen betreft, is er een inhaalbeweging nodig in de overheidsinvesteringen: investeringen in infrastructuur, digitalisering, energie… De ambitie moet zijn om de publieke investeringen voor de komende 10 jaar zowat te verdubbelen, van de huidige 2,2 % van het BBP tot 4 %. Dit zal niet alleen de productiviteit verhogen, maar met zijn ‘multiplicatoreffect’ ook de groei stimuleren. Het is nu aan de regeringen om daar werk van te maken.

De sociale partners vergeten daarbij de Europese fondsen niet. In de zomer werd door ‘Brussel’ een European Recovery Plan gelanceerd, waarvan de uitwerking nog moet beginnen. De Europese leiders zijn een pakket ten bedrage van 750 miljard euro overeengekomen. Zo’n 5 miljard ervan zou naar België vloeien. Wij zullen nagaan hoe onze bedrijven daar op een of andere manier kunnen op inspelen. Zodat dit geld niet blijft plakken in allerhande tussenstructuren of verdwijnt in weinig zinvolle projecten. Aan ons om er werk van te maken.

Fa Quix, directeur-generaal