Het klimaatbeleid is niet kostenneutraal

Opinie van 22/11/2019 door Fa Quix

De onvoorwaardelijke voorstanders van een streng klimaatbeleid betogen dat er veel economische opportuniteiten aan verbonden zijn. Deze voordelen zitten voornamelijk in de hernieuwbare energie (windmolenparken, zonnepanelen…) en in de productie van elektrische auto’s en fietsen e.d.m.

Dat klopt… maar slechts ten dele. De intellectuele eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat er ook economische nadelen aan verbonden zijn. Nemen we nu de e-auto’s die dieselauto’s moeten vervangen. Dat is geen netto-productietoename. Daarenboven zijn die elektrische auto’s in een eerste fase, en zeg gerust ook nog de komende vier à vijf jaar, duurder dan ‘klassieke’ wagens (tenzij er subsidies tegenaan gegooid worden, maar dan betaal je als belastingbetaler). Een goedkopere auto vervangen door een duurdere weegt op de koopkracht. Dat betekent ook minder budget voor andere aankopen. En dan denken wij onmiddellijk aan de inrichting van het interieur.

Hetzelfde fenomeen geldt voor de hernieuwbare energie: zonder groene subsidies is die nog steeds niet prijscompetitief. Dat verhoogt de factuur voor burgers en bedrijven. Samen met de andere geplande klimaatmaatregelen zoals een CO2-taks die in de lucht hangt, letterlijk (een vliegtaks) en figuurlijk (Europese plannen), kunnen we niet anders dan besluiten dat een klimaatbeleid niet kostenneutraal is.

En het heeft ook sociale consequenties. In Frankrijk zijn de gele hesjes ontstaan na protest van de plattelandsbevolking tegen een verhoging van de dieselprijzen om klimaatredenen. Terwijl die plattelanders zich alleen maar met hun (diesel-)wagens efficiënt kunnen verplaatsen op ‘la campagne’. En zij hebben op hun eenzaam lange wegen al een snelheidsverlaging van 90 naar 80 km per uur moeten slikken. Zelfde situatie in het ooit zo stabiele Nederland. Omwille van drastische klimaatmaatregelen (‘de stikstofcrisis’) rolt de ene tractorbetoging na de andere truckmanifestatie de stad Den Haag binnen. En met de verlaging van de maximumsnelheid (met een eerder beperkt milieueffect) neemt het tandengeknars bij onze Noorderburen alleen maar toe.

Ook al is de bekommernis voor het klimaat en het leefmilieu terecht, toch mag het beleid niet doorslaan in een onrealistisch groene richting. Dan brokkelt het draagvlak bij de bevolking af. Een evenwichtig stap-voor-stap-beleid valt veruit te verkiezen; een beleid dat de economie niet opoffert op het altaar van de klimaatdogmatici.

Want al is de toestand niet perfect, we mogen niet vergeten dat de lucht hier nog nooit zo ‘schoon’ is geweest als vandaag. En de uitstoot van ongewenste gassen voortdurend vermindert, ook de totale CO2-emissie van ons land.

En laat vooral ‘de grote drie’ (China, VS en India) de nodige inspanningen leveren voor de reductie van de CO2-emissies: deze drie grote landen staan in voor niet minder dan 51 % van de wereldwijde CO2-emissies, de andere 200 landen dus voor amper de helft. Hoe streng wij ons klimaatbeleid ook maken, wij zullen niet het minste verschil maken als ‘de grote drie’ niet meewerken (noot: Vlaanderen staat voor amper 0,2 % van de totale CO2-uitstoot).

Kortom, laten we kiezen voor een realistisch klimaatbeleid dat onze industrie niet wurgt, maar integendeel, stimuleert om klimaatvriendelijker te werken. In onze industrie hebben wij trouwens een geweldige troefkaart in handen: hout. In de strijd tegen de klimaatverandering is hout goud waard. Bomen slaan koolstof op en geven zuurstof af. Deze koolstof blijft gedurende de ganse levensduur van de houten producten opgeslagen. Dus, hoe meer houten producten we gebruiken en hoe meer houten woningen we bouwen, hoe groter het effect op het terugdringen van de klimaatverandering. Waar wacht de overheid nog op?

Fa Quix, directeur-generaal