Het cliché ‘dat het eerst nog wat slechter moet gaan vooraleer het weer beter wordt’ blijkt helaas te kloppen

Opinie van 13/01/2023 door Fa Quix

Welk economisch jaar krijgen we in 2023? Het zal in mineur beginnen, dat zien we nu al. De gevolgen van de energiecrisis zullen de Europese economieën teisteren, ja vooral de Europese, omdat deze energiecrisis vooral een Europese is. De gevolgen situeren zich zowel aan de vraagzijde als aan de aanbodzijde.

Elke crisis draagt de kiemen van beterschap in zich.

Aan de vraagzijde staat de angstige consument. Die is bang voor de facturen die in 2023 op hem/haar zullen afkomen, in eerste instantie de energiefactuur. Die dreigt een veel grotere hap uit het gezinsbudget te nemen dan in het recente verleden. Dus blijft er (tijdelijk) minder besteedbaar inkomen over. Maar het gaat (veel) verder dan de energiefactuur alleen. De inflatie bedraagt inmiddels 10 % hetgeen erop wijst dat het prijzenpeil in het algemeen gestegen is, en dus is doorgesijpeld in zowat alle goederen en diensten. En dit in tegenstelling tot wat de Europese Centrale Bank en onze Nationale Bank een jaar geleden nog verkondigden. Die hoge inflatie en de onzekerheid manen de consumenten aan tot voorzichtigheid, zeker op het vlak van ‘grote aankopen’ zoals voor het woninginterieur, ook al is er budget voor binnen het gezin.

Dezelfde inflatieopstoot heeft ook negatieve effecten aan de aanbodzijde. Voor de bedrijven vertaalt zich dat immers in hogere kosten, niet alleen voor energie en materialen, maar ook voor de lonen. In België trouwens nog méér dan in de buurlanden wegens de automatische loonindexering die elders niet bestaat. In de Belgische textiel-, hout-, en meubelindustrie gaat het over een loonkostenstijging van niet minder dan circa 17 % op 2 jaar tijd, tussen oktober 2021 en oktober 2023, louter en alleen door indexeringen. Dat tast het concurrentievermogen van vele productiebedrijven aan. Die gaan nu door zwaar weer, met hier en daar herstructureringen, indien al niet erger.

Een tegenvallende vraag bij de consumenten en een forse kostenverhoging bij de productie, dat is het recept voor een recessie. Die is onvermijdelijk. Het is zoals een patiënt die ziek is. Die moet ook eerst uitzieken vooraleer er beterschap komt. Zo zal het ook zijn met onze economie, en zeker met onze industrie: het zal eerst nog wat slechter gaan vooraleer het weer beter wordt.

En zal het beter worden? Zeker. Dat is de realiteit van economische cycli, namelijk dat ze cyclisch zijn. Elke crisis draagt de kiemen van beterschap in zich. Economieën in recessie hebben immers een afkoelend effect op de vraag naar energie en grondstoffen, en bijgevolg ook op hun prijzen. Deze kunnen spectaculair beginnen te zakken – hetgeen al begonnen is – waardoor onrendabel geworden activiteiten toch opnieuw de moeite waard worden.

Ook de consument zal in de komende maanden merken dat de inflatie niet verder opklimt, hetgeen vertrouwen zal geven. Het valt te verwachten dat dit vertrouwen zich al in de lente zal omzetten in een verhoogde consumptie. Laat ons dat alleszins hopen. Maar de hamvraag is of die verwachte verhoogde consumptie zich zal kanaliseren naar onze producten, naar de producten die wij hier maken? Immers, de productiekosten zullen in België méér gestegen zijn dan in de meeste andere Europese landen en zeker ten opzichte van onze niet-Europese concurrenten. Zie de automatische loonindexering die alleen in België bestaat. De meerconsumptie in België zou dan wel eens kunnen verschuiven naar het buitenland dat dezelfde producten aanbiedt, maar dan een stuk goedkoper. We zullen ons nog méér op specialiteiten/niches, kwaliteit en maatwerk moeten toeleggen, maar kunnen de bedrijven daarmee het volumeverlies bij andere producten compenseren?

De recessie zal in de loop van 2023 allicht wegebben. Maar de economische groei in ons land zou wel eens pover kunnen uitvallen, zeker in vergelijking met onze buurlanden. Nochtans hebben wij die economische groei hard nodig om onze welvaartsstaat te kunnen blijven schragen. Want die dreigt onbetaalbaar te worden.

Dus niet alleen voor onze economie en voor de werkgelegenheid is een bloeiende industrie van zeer groot belang, maar ook voor het behoud van de sociale welvaartsstaat die we na de Tweede Wereldoorlog hebben uitgebouwd.

Fa Quix, directeur-generaal