Hervorming vennootschapsbelasting: een verlaging die er geen is, tenzij voor de kmo’s?

Opinie van 08/09/2017 door Fa Quix

De euforie over het zomerakkoord van 26 juli was snel voorbij… toen meer details doorsijpelden. Eén van de pijlers van dit zomerakkoord is de lang verwachte hervorming van de vennootschapsbelasting. Maar ook hier blijkt het resultaat minder fraai dan op het eerste gezicht leek.

Eerst het goede nieuws: de faciale tarieven in de vennootschapsbelasting dalen. Voor de grote(re) ondernemingen van 33 % (zonder crisisbijdrage) naar 29 % in 2018 en 2019, en zelfs naar 25 % vanaf 2020. Het beste nieuws blijkt voorbehouden voor de kmo’s (strikte definitie art. 15 wetboek van vennootschappen, 3 cumulatieve drempels: maximum 9 miljoen euro omzet, 4,5 miljoen euro balanstotaal en 50 werknemers). Die kmo’s zien hun belastingtarief zakken van 25 % naar 20 % op hun eerste winstschijf van 100.000 euro vanaf 2018 (vroeger: tot 25.000 euro). Voor onze vele kmo’s is dit op zich goed nieuws…

… Maar ze houden best toch nog een slag om de arm. Want een aantal aftrekposten wordt beperkt. Wat dat precies betekent, weet nog niemand exact. De bekendmaking van de hervorming eind juli was geen voorbeeld van transparantie. Op bevel van de Premier mocht de minister van Financiën geen precieze cijfers bekendmaken. Maar vermits de operatie een verschuiving van 5 miljard euro inhoudt, zowat een derde van de opbrengst van de vennootschapsbelasting in 2016, zal het toch om een ingrijpende operatie gaan. Let wel: de regering gaat uit van een budgettair neutrale hervorming. Die verschuiving van 5 miljard euro zal dus onvermijdelijk winnaars én verliezers met zich meebrengen. Dat is al een eerste minder goed nieuws.

Maar echt slecht nieuws is het volgende: het oorspronkelijke regime van de notionele intrestaftrek wordt de facto afgeschaft, en er komt een minimumbelasting voor grote winsten, een roerende voorheffing op kapitaalverminderingen, en een aantal aftrekposten wordt beperkt. Wat dit laatste betreft blijft het voorlopig koffiedik kijken. Bijvoorbeeld zouden vroegere verliezen minder soepel overgedragen kunnen worden. Vraag is wat er in de komende weken/maanden nog allemaal aan onaangenaam nieuws naar boven zal komen.

De feitelijke afschaffing van de notionele intrestaftrek is een miskenning van de waarde van dit instrument, nl. de gelijke behandeling van eigen vermogen versus vreemd vermogen. 

En het was/is een aanmoediging voor financiering met eigen middelen. Dit instrument heeft vele kmo’s trouwens geholpen om de financiële crisis door te komen. Vandaag staan de rentevoeten laag maar ooit klimmen die weer op… maar dan zal die aanmoediging van het eigen vermogen via de notionele intrestaftrek er niet meer zijn.

Positief in de hervorming is dan weer het begin van fiscale consolidatie voor bedrijfsgroepen binnen de EU… vanaf 2020.

Slotsom: het minste dat we kunnen zeggen is dat deze hervorming geen echte verlaging is, tenzij misschien voor de kmo’s. En het is geen toonbeeld van een stabiel investeringsvriendelijke fiscaliteit. Tenzij we nog aangenaam verrast zouden worden, lijkt deze hervorming van de vennootschapsbelasting vooral een gemiste kans.

Fa Quix, directeur-generaal