Halfvol, halfleeg?

Opinie van 28/04/2017 door Fa Quix

Deze federale regering zit iets over de helft van haar bewindsperiode. Binnen twee jaar zijn er opnieuw verkiezingen. Dat is enerzijds nog lang, maar anderzijds ook kort dag. Eigenlijk is er nog voldoende tijd om ingrijpende maatregelen te nemen, maar toch rijdt deze regering nu al met de handrem op, in het vooruitzicht van die verkiezingen in 2018 en in 2019.

Verre

Heeft deze regering tot nu toe goed werk geleverd? Als we de media mogen geloven, dan is dat niet het geval. Met verwijzingen als ‘het kibbelkabinet’ wordt maar weinig lovend over deze regering gesproken. Toch is haar palmares verre van slecht. Dé belangrijkste belofte was: ‘Jobs, jobs, jobs’. Welnu, die zijn er ook massaal gekomen. Volgens de Nationale Bank werden in 2015 42.000 en 2016 zelfs 59.000 extra banen gecreëerd. 

Dat is in de eerste plaats de verdienste van de bedrijven die die jobs gecreëerd hebben, maar het gunstig flankerend beleid van deze regering heeft zeker geholpen.

Met vaak moeilijke, maar moedige maatregelen. Nemen we de broodnodige indexsprong om de loonkostencompetitiviteit te helpen herstellen, aangevuld met bv. de taxshift. Specifiek voor de industrie, die vaak in ploegen werkt, werden de lasten voor nacht- en ploegenarbeid nog extra verlaagd. In een internationaal aantrekkende conjunctuur heeft dat geholpen om méér mensen aan te werven, en ook om méér te investeren. Ook in onze textiel-, hout- en meubelindustrie hebben we die positieve resultaten kunnen noteren.

Maar natuurlijk is het werk nog niet af. De taxshift bijvoorbeeld wordt in fasen uitgevoerd, en dus moet er in deze legislatuur nog een volgende fase worden gerealiseerd. En ook de lastenverlagingen voor nacht- en ploegenarbeid moeten worden bijgestuurd opdat de betrokken bedrijven deze ook voor de volle 100 % kunnen toepassen. Ze zijn ervoor bedoeld. Fedustria heeft, samen met het VBO, een voorstel ingediend bij deze regering.

Ook het kader voor de sociale onderhandelingen werd door deze regering gemoderniseerd met de herziening van de wet van 1996 op het concurrentievermogen. Dit moet voorkomen dat de loonkostenontwikkeling in de toekomst ooit nog zou ontsporen ten opzichte van onze belangrijkste concurrenten.

En neen, de energienorm(en) zijn er nog niet. Maar in de federale (en de Vlaamse) regering wordt werk gemaakt van een afbouw van de oversubsidiëring van groene energie. Dat de mega-biomassacentrales van Gent en Langerlo er uiteindelijk niet komen, is een pluim die Fedustria mee op haar hoed mag steken. Ook de overdreven subsidiëring van de windmolenparken in de Noordzee (met totale voorziene subsidie van liefst 15 miljard euro over 20 jaar) wordt herzien.

En de vennootschapsbelasting? Zonder hier in detail te treden mag men niet vergeten dat het nooit de bedoeling was van deze regering om een effectieve verlaging door te voeren, zoals men al te gemakkelijk in de media stelt, maar wél een budgetneutrale hervorming en modernisering. Men kan betreuren dat het niet om een echte verlaging gaat, en dat het dossier niet vooruitgaat, maar er zijn wel duidelijke afspraken in deze regering.

Vergeten we tenslotte niet dat de taxshift niet alleen goed is voor de tewerkstelling, via lagere lasten op arbeid, maar ook voor de werknemers, via een hoger nettoloon. Van de taxshift gaat er ten andere méér budget naar de ondersteuning van de koopkracht van de werknemers, dan naar de lastenverlagingen voor de bedrijven.

Kortom, heeft deze regering half koers goed werk geleverd? Kies zelf maar of het glas halfvol is, dan wel halfleeg. Maar enig positivisme lijkt ons toch wel gewettigd.

Fa Quix, directeur-generaal