Gezocht: herstellers van het vertrouwen

Opinie van 13/02/2015 door Fa Quix

Het zijn nogal gewelddadige tijden, niet alleen wegens de terreurdreiging, maar ook door de ‘bazooka’ waarmee de Europese Centrale Bank (ECB) de kwakkelende economie van de eurozone haast wanhopig probeert aan te zwengelen. Maar of het veel zal uithalen?

Uiteindelijk wil de ECB dat er minder wordt gespaard en meer wordt geconsumeerd, en dat de bedrijven meer gaan investeren. Nobele doelstellingen, dat wel, maar werkt dat op die manier, haast ‘op commando’ van de ECB?

Gaan de consumenten nu minder sparen en meer uitgeven? Als het vertrouwen in de toekomst niet drastisch verbetert zal dat niet gebeuren. Mensen die ongerust zijn over hun toekomst, houden de vinger op de knip en zetten meer geld opzij via hun spaarboekje, als appeltje voor de dorst, zelfs al staat de rente bijna op nul.

Ook de bedrijven staan niet te springen om grote investeringen te doen. Reeds vóór de ECB zijn bazooka van 1.100 miljard euro lanceerde, waren de rentevoeten historisch laag, en toch geraakten de consumptie en de bedrijfsinvesteringen niet op dreef. Bij de banken was en is er nochtans genoeg geld voorhanden, zelfs vooraleer de ECB die grootschalige operatie lanceerde. Of zoals een financieel journalist van De Tijd reageerde op de kritiek dat er teveel slapend kapitaal bij de banken ligt: “Slapend kapitaal? Dat kapitaal slaapt helemaal niet, het verveelt zich gewoon, bij gebrek aan investeringsprojecten”. Bedrijven investeren inderdaad alleen als ze erop kunnen vertrouwen dat ze op lange termijn voldoende rendement uit die investeringen kunnen halen. Dat veronderstelt een vertrouwen in de (verre) toekomst, ook vertrouwen in de consument die de geproduceerde goederen moet kopen. Maar sinds het losbarsten van de bankencrisis in 2008 is dat vertrouwen fel aangetast. En zoals het spreekwoord het zegt: vertrouwen komt te voet maar vertrekt te paard. Het duurt heel lang vooraleer een geschonden vertrouwen hersteld geraakt.

Wat kan er aan gedaan worden? Overheden moeten een duidelijk pad blijven volgen zowel naar een begroting in evenwicht als de weg daar naartoe. Dus op een gepaste wijze de tering naar de nering zetten. Mensen hebben uiteindelijk meer vertrouwen in een regering(en) die eerlijk een moeilijke waarheid vertelt, dan in praatjesmakers die de hemel op aarde beloven die ze toch niet kunnen waarmaken. Maar er moet wel perspectief zijn: het einde van de tunnel mag niet oneindig ver van ons verwijderd blijven. Dat was en is bv. het probleem van Griekenland. Daar zijn we gelukkig nog niet in beland, maar waakzaamheid blijft geboden.

De EU en de lidstaten moeten daarom de investeringen opkrikken, vooral die investeringen die het economisch rendement van de privébedrijven mee helpen ondersteunen, bv. in mobiliteit, telecommunicatie, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling (O&O)… Europa moet dat onderscheid inzake kwaliteit van de overheidsuitgaven in haar begrotingsregels toelaten. En de regeringen moeten ze rigoureus toepassen: besparen op de courante uitgaven, gepaste afschrijvingsregels voor specifieke projecten.

In België moet het overheidsbeslag hoe dan ook naar beneden: meer waar-voor-ons-geld voor overheidsdiensten, minder belastingen (en niet alleen een ‘taxshift’), minder administratieve rompslomp, en een sterk vereenvoudigde fiscaliteit en wetgeving ten aanzien van de bedrijven. Dat zijn noodzakelijke, fundamentele hervormingen die de groei zullen bevorderen.

Alleen goed beleid kan zorgen voor het broodnodige vertrouwen. Pas dan zullen bedrijven opnieuw investeren, ook hier in ons land. En dan zullen de gewelddadige tijden van nu plaats ruimen voor geweldige tijden morgen, ten voordele van de burgers en de bedrijven.

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal