Europa mag niet naïef zijn: derde landen bedreigen onze welvaart

Opinie van 15/03/2019 door Fa Quix

Het gaat niet zo goed met ‘Europa’. De economische groei, zeker in de EU, hinkt achterop tegenover andere grote economische blokken zoals de VS en China. En politiek wordt het Europese project van binnenuit steeds meer onderuit gehaald door populisten. In vele lidstaten kennen zij een sterke opgang, onder meer gestuwd door hun anti-Europese discours. Dit heeft ten andere ook al geleid tot de desastreuze Brexit-beslissing. En alsof deze uitdagingen nog niet genoeg zijn, zien we dat derde landen buiten de EU onze welvaart steeds meer bedreigen.

Onze welvaart is immers gebaseerd op onze economische slagkracht waaruit economische groei ontstaat. De industrie speelt daarin een sleutelrol.

Omdat zij via export die economische groei aanzwengelt. Vooralsnog hebben de dienstensectoren, die veelal op het binnenland gericht zijn, die exportrol niet of onvoldoende overgenomen. Bijgevolg moet Europa blijven inzetten op haar industrie.

Ze doet daartoe wel een aantal verdienstelijke pogingen. Maar die blijken helaas onvoldoende. Verdienstelijk is bv. de ambitie van de Europese Commissie om de industrie in de EU minstens 20 % van het BBP te laten (blijven) uitmaken. Zij steunt ook de industrie met acties zoals Industry4All. Maar waar het Europese beleid tekortschiet, is in een consequente houding ten voordele van onze industrie, bv. op vlak van het handelsbeleid.

Vooreerst wil de EU vrijhandelsakkoorden afsluiten met landen zonder voldoende wederkerigheid. Landen zoals Vietnam hebben zelf veel te winnen bij een toegang tot onze Europese markt, maar voor onze bedrijven vallen er weinig zaken te doen. Dat de EU vrijhandel afspreekt met gelijkwaardige partners zoals Canada, Zuid-Korea en Japan is oké, want die zijn min of meer van ons welvaartsniveau.

Maar met landen die veel minder ontwikkeld zijn, riskeren we onze indus-trie bloot te stellen aan concurrenten die niet aan dezelfde voorwaarden werken, en waar voor ons (nog) geen markt is. Een land zoals Turkije geniet van de Europese interne markt dankzij een douane-unie met de EU, maar speelt het economische spel met heel andere regels. Dat maakt bedrijven hier kapot. Fedustria vraagt dat die douane-unie wordt verstrengd. Ook de controle op de Chinese import moet strenger. Prijsdumping en namaak zijn schering en inslag en moeten harder worden aangepakt.

Ook door de invoer van producten van buiten de EU in het algemeen worden onze productiebedrijven op een oneerlijke wijze beconcurreerd. Onze bedrijven moeten bv. voldoen aan de strenge regels van de chemiewetgeving REACH, de biocide-richtlijn e.a., maar de invoer wordt daar niet of te weinig op gecontroleerd, of moet zelfs – in tegenstelling tot onze bedrijven – niet aan alle voorwaarden voldoen (en er noch de bijbehorende kosten voor maken).

‘Europa’ (en dan inzonderheid de Europese instellingen) mag niet naïef zijn. Wij zijn een aantrekkelijke prooi voor veroveringszuchtige derde landen die onze welvaart wensen af te romen, en bijgevolg bedreigen. De volgende Europese Commissie moet veel assertiever de belangen van haar eigen Europese industrie verdedigen. De toekomstige welvaart van Europa staat immers op het spel.

Fa Quix, directeur-generaal