Energiekosten, een blok aan het been

Opinie van 06/03/2015 door Fa Quix

Voor sectoren zoals de textiel-, hout- en meubelindustrie die sterk onderhevig zijn aan internationale concurrentie is het uiterst belangrijk en noodzakelijk om de kosten sterk onder controle te kunnen houden. Naast de loonkosten, waarover na een akkoord tussen de sociale partners, – althans een deel ervan – de regering nu eindelijk concrete maatregelen heeft genomen, blijft ook de energiekost een zorgenkind voor onze (productie)bedrijven.

Daarbij gaat het in eerste instantie niet zozeer over de pure kost van bv. elektriciteit, alhoewel de groothandelsprijs in België toch al hoger ligt dan die in onze buurlanden, maar vooral over de vele toeslagen en heffingen die aan de (groot)gebruikers worden aangerekend. Veelal gaat het om doorrekening van kosten om te voldoen aan eisen inzake hernieuwbare energie. Dit geldt dan bv. voor de kosten voor zonne- en windenergie, maar ook voor de productie van groene elektriciteit uit biomassa…

Momenteel lopen zowel in Vlaanderen als in Wallonië discussies over de doorrekening van deze toeslagen. In Vlaanderen spreken we daarbij over kosten voor groenestroomcertificaten (GSC) ten bedrage van 1,7 miljard euro uit het verleden, met een verwachte toename de komende jaren. Bijkomende steun aan zonnepanelen werd intussen weliswaar geschrapt, maar indien de twee voorlopig goedgekeurde biomassacentrales (in Gent en Genk) binnen enkele jaren ook effectief groene elektriciteit zullen produceren, zal dat de kosten voor GSC’s enkel maar verder doen stijgen. Jaarlijks zou er zo maar eventjes minstens 330 miljoen euro bijkomen.

Hoe en op wie deze kosten zullen worden verhaald is nog steeds voer voor discussie. Voor Fedustria is het alvast onaanvaardbaar dat deze op de industriële bedrijven zouden worden afgewenteld zoals sommigen binnen de Vlaamse overheid blijken te suggereren.

Hogere kosten zijn in Wallonië overigens reeds realiteit. Zo steeg de zogenaamde Eliataks van 1,19 €/MWh op 1 oktober 2012 tot 13,81 €/MWh in januari 2013, wat voor enkele van onze lidbedrijven voor een bijkomende kost van jaarlijks liefst 1 miljoen euro zorgt. Van de door de Waalse overheid aangekondigde (en goedgekeurde!) oplossing, waardoor de kost voor de bedrijven grotendeels zou gecompenseerd worden, is in de praktijk nog niets in huis gekomen. Met als gevolg dat de bedrijven dus nog steeds deze hogere kosten betalen. Overigens is ook hier nog geen duidelijke oplossing gevonden voor het spanningsveld tussen het gebruik van hout voor productie dan wel voor energieopwekking. Gesprekken hierover binnen een door de Waalse overheid geïnitieerde werkgroep hebben (na bijna twee jaar!) nog steeds geen concreet resultaat opgeleverd.

Voor onze (hout)bedrijven, en dan in eerste instantie de fabrikanten van houten plaatmateriaal, zou dat overigens bijkomend voor een stijgende druk op de grondstofbevoorrading zorgen. Hout is en blijft nu eenmaal de makkelijkst beschikbare biomassafractie. En zo zouden onze productiebedrijven ook in een derde belangrijke kostenpost  getroffen worden: hun grondstofkost, naast de loon- en energiekost.

Fedustria blijft alvast op alle mogelijke niveaus aandringen op een oplossing die de impact op de bedrijven maximaal beperkt, en dit zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Energie mag geen blok aan het been van onze bedrijven zijn!

Fa Quix, directeur-generaal, en Filip De Jaeger, adjunct-directeur-generaal