Een toekomst voor Europa

Opinie van 24/03/2017 door Fa Quix

Begin maart legde Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker vijf toekomstscenario’s op tafel voor de Europese Unie, van minder Europa over een status-quo tot meer Europa. Dat hij daarmee deze noodzakelijke discussie opent, is op zich een pluspunt, maar dat hij de scenario’s gewoon op tafel legt, getuigt dan weer van weinig leiderschap.

Flag Europe 1418353 1279X903

De eerste drie scenario’s zijn eigenlijk geen sterke opties: een status-quo, of enkel één grote markt, of een Europa met verschillende snelheden. Nietsdoen, het status-quo dus, zal de onvrede over het Europees project niet doen verdwijnen. En het enkel als een economisch project zien – hoe belangrijk ook, zeker voor de ondernemingen – zal aan het populisme een megafoon geven omwille van de ‘veel te economische en neoliberale unie die tégen de gewone man/vrouw is’. En laat ons eerlijk zijn, een Europa met verschillende snelheden klinkt misschien wel aantrekkelijk, zoiets als ‘the coalition of the willing’, maar voor we het weten zitten we niet alleen met meerdere snelheden, maar ook met losgeslagen wagons van een voortdenderende EU-trein. Het zou het begin van het einde kunnen zijn.

Tussen de vierde en de vijfde optie, de eurorealistische versus de federale sprong voorwaarts, ligt het verschil vooral in de ‘haalbaarheid’. In beide wordt de noodzaak van een sterk Europees project centraal gesteld, maar in de huidige tijdgeest is een eurorealistisch scenario allicht meer haalbaar. Het houdt in zeker opzicht ‘minder Europa’ in, maar dan met een effectiever beleid gericht op haar kerntaken, en waarbij het niet uitgesloten is dat bepaalde taken terug worden afgestoten naar de lidstaten. Al is dat laatste niet evident.

In die vierde en vijfde optie zal het hoe dan ook een Europa zijn op verschillende beleidslijnen. En niet alleen een eenheidsmarkt (die nog lang niet voltooid is). 

Zoals de voorstanders van een federale ‘sprong voorwaarts’ stellen, dient ook werk te worden gemaakt van een energie-unie, een bankenunie, een gemeenschappelijk veiligheids- en migratiebeleid, een gezamenlijke defensie-aanpak, enz. En ook de verdere uitwerking van een sociale pijler. 

Niet weinig van de onvrede van de Europese burger komt voort uit de ‘sociale dumping’ tussen de lidstaten, zeg maar het cliché van de goedkope Oost-Europese truckchauffeur. Met de handhavingsrichtlijn op de detacheringen wordt hier al stevig tegen opgetreden, maar er zal meer nodig zijn.

Het Europa van de toekomst waakt ook over de democratische en liberale waarden en normen, zoals de vrijwaring van de rechtsstaat, met de scheiding der machten, de scheiding van kerk en staat, gelijkheid en vrijheid, inclusief vrijemeningsuiting en persvrijheid. Lidstaten die daar willen tegenin gaan, moeten kordaat tot de orde worden geroepen.

Zestig jaar geleden werd in Rome de grondslag gelegd van wat we nu de Europese Unie noemen. En ook zestig jaar later blijkt er geen alternatief voor ‘Europa’ te bestaan. Tenzij we de verschrompeling willen, intern in de EU, en op het internationaal toneel. Maar dat betekent meteen ook: minder veiligheid, en onvermijdelijk ook minder welvaart. Het zou onverantwoord zijn om de vele voordelen van een sterk en verenigd Europa op te offeren omwille van de eerder beperkte onvolmaaktheden. Positief kiezen vóór Europa betekent niet het nastreven van een ‘standstill’. Integendeel, het denkwerk moet nu een versnelling hoger schakelen. En dan is alleen nog voldoende politieke moed nodig om het ook in de praktijk om te zetten.

Fa Quix, directeur-generaal