Een sociaal Europa, ja dankzij jobcreatie

Opinie van 09/06/2017 door Fa Quix

Men hoort het de vakbonden vaak orakelen:  “Europa zal sociaal zijn, of zal niet zijn.” Het lijkt mij dat zij niet veel buiten de EU reizen. Want er is geen continent dat socialer is dan Europa. Waarom is er anders zo’n geweldige migratiedruk om naar Europa te komen, vanuit het Oosten, het Midden-Oosten en het Zuiden? De migratiecrisis heeft als spiegelbeeld dat men weg wil waar men was, en naar Europa wil waar het leven zoveel beter zou zijn. Laat ons dit perspectief steeds in het achterhoofd houden.

Maar is alles hier perfect, in België, en in Europa? Is het hier een sociaal paradijs? Natuurlijk niet. Laaggeschoolden blijken moeilijk aan het werk te geraken. Sommige hooggeschoolden ook, door de mismatch tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt: hun diploma wordt weinig of niet gevraagd. En ook de jeugdwerkloosheid blijft hoog in sommige regio’s (bv. Brussel) en landen (bv. Griekenland en Spanje). En de kinderarmoede blijft hardnekkig groot, zelfs in welvarende regio’s zoals Vlaanderen.

En dan staat men al snel te roepen dat ‘Europa’ daar iets moet aan doen! Maar we hebben het al eerder gesteld: Europa kan daar rechtstreeks niet zoveel aan doen omdat het sociaal beleid vooral een bevoegdheid is van de lidstaten (en de regio’s). Ja, er zijn Europese richtlijnen rond een aantal sociale minimumnormen. Die hebben bv. betrekking op ouderschapsverlof, arbeids-uren, veiligheid en gezondheid… En ook op opleiding en vorming. Europees Commissaris Marianne Thyssen speelt daarin een centrale rol en levert goed werk. Zoals de aanpak van de schijnzelfstandigen en schijndetacheringen die van Oost-Europa naar West-Europa komen om te werken. Thyssen wil de misbruiken eruit krijgen, die ook ‘Het Sociale Europa’ ondermijnen omdat zij met deloyale concurrentie hier onze reguliere jobs ‘inpikken’ tegen goedkopere voorwaarden. Dat laatste begrijpen de mensen inderdaad niet.

Verder is het de bevoegdheid van de lidstaten zelf: het arbeidsrecht, het sociaal overleg, de sociale zekerheid... Hoogleraar Ive Marx van de Universiteit Antwerpen betoogde onlangs in een column in De Standaard dat “landen die het economisch en sociaal goed doen, een sterk middenveld en een sterk collectief overleg hebben”. Maar hij wijst tegelijk op een groot gevaar: “dat leidde soms ook tot te veel regels die vooral particularistische belangen nastreven”.

Wanneer de vakbonden klagen dat het voor sommige groepen werkzoekenden moeilijk is om op de arbeidsmarkt te geraken, ‘vergeten’ zij al te gemakkelijk dat zij daarin ook een verantwoordelijkheid dragen. Hun verzet tegen wat zij met enige minachting ‘precaire jobs’ noemen, zorgt ervoor dat die werkzoekenden moeilijk aan de bak geraken. Ive Marx gaf al herhaaldelijk die kritiek. In Nederland zijn er veel meer deeltijdse jobs, interims en andere zogezegde ‘hamburgerjobs’, maar de werkloosheid is er veel lager – zeker in die kwetsbare arbeidsgroepen – maar vooral: de armoede is er gemiddeld een stuk lager dan bij ons. Die zogezegd kleine, flexibele jobs zorgen er immers voor dat men ‘in’ de arbeidsmarkt geraakt, wat vaak een opstapje is naar een betere job. In België botst dit dus op weerstand… ten onrechte.

Een sociaal Europa en jobs gaan hand in hand. Want de beste sociale bescherming is dus nog altijd een job. 

Akkoord, het is niet de enige voorwaarde. Er is ook nog een efficiënt flankerend beleid nodig. Maar ‘werk’ is dus wel degelijk belangrijk. Deze legislatuur (2014-19) zullen er minstens 200.000 extra jobs gecreëerd worden. En voor een keer niet vooral in de publieke sector, maar in de privésector, in de bedrijven dus, het draagvlak van de sociale zekerheid en de motor van onze welvaartsstaat. De verbeterde conjunctuur helpt, maar ook het beleid van loonmatiging en taxshift. Is dat ‘sociaal’? Natuurlijk. Als alle EU-landen zo’n beleid voeren, dan zetten we een reuzestap naar een Sociaal Europa. ‘Sociaal Europa’. What’s in a name?

Fa Quix, directeur-generaal