Een ‘Sociaal Europa’ begint in eigen land

Opinie van 21/04/2017 door Fa Quix

De opkomst van het populisme wordt heel vaak gelinkt aan de onvrede van de burgers over de globalisering. Men stelt dan dat de ongelijke verdeling van de baten van de globalisering vele mensen in de kou laat staan. Die baten zouden immers voorbehouden blijven voor de succesvolle bedrijven alsmede voor de ‘happy few’-werknemers met topfuncties in de bedrijfswereld. Maar vele miljoenen mensen zouden er hier in Europa niet van genieten. Erger nog, ze vallen uit de boot, en komen in een precaire situatie terecht. 

Europ Map Nlo

Vooreerst moeten we toch nuanceren: er bestaat een (groot) verschil tussen het Angelsaksisch model en het Europese ‘Rijnlandmodel’. In de VS en het VK is de ongelijkheid veel groter dan in de meeste Europese landen, zeker dan in de andere 27 lidstaten van de EU (al neemt de ongelijkheid ook daar toe). In de VS heeft de gemiddelde Amerikaan, zeg maar Joe Sixpack, de jongste dertig jaar zijn reële inkomen niet zien toenemen. Hij (m/v) heeft dus gemiddeld niet genoten van de fors gestegen internationale handel. Nochtans gebeurde die welvaartsverdeling in de VS wel net na Wereldoorlog II tot het begin van de jaren 70 waarin ‘de golden sixties’ lagen. 

Wat is er dan veranderd sindsdien? Veel. 

De globalisering heeft een de-industrialisering in de westerse wereld veroorzaakt, gekoppeld aan een industrialisering van vele ontwikkelingslanden, met China op kop. Dat heeft een massale verschuiving van welvaart en jobs ‘van west naar oost’ tot gevolg gehad. 

In een moeizaam transformatieproces heeft een deel van de industrie in het westen zich weliswaar heruitgevonden, en is een meer gespecialiseerde industrie geworden. Maar vooral hoger- en hooggeschoolden komen er aan de bak. De zogenaamde traditionele ‘blue collar’-jobs daarentegen stonden – en staan – onder druk. Dat heeft bij hen niet alleen een gevoel van welvaartsverlies veroorzaakt maar ook een effectief welvaartsverlies voor wie zijn job verloor.

Ook de overheid heeft een rol gespeeld. De brede Sociale Zekerheid in onze contreien heeft aan de meest kwetsbare groepen, de slachtoffers van de globalisering, onvoldoende garanties gegeven. En aan zij die het niet echt nodig hadden daarentegen te veel sociale voordelen, de zogenaamde Matteus-effecten. Het is een delicaat evenwicht natuurlijk, omdat solidariteit nodig is, maar ook zijn grenzen heeft. Te weinig selectiviteit, en ook te weinig vooruitziendheid – er zou bv. geen twijfel mogen bestaan over de betaalbaarheid van de pensioenen – ondergraaft de legitimiteit van het systeem, en, afgeleid van de traditionele politieke klasse. Een Sociaal Europa begint vooreerst thuis, in eigen land, met een sociaal huis dat echt solidair is én betaalbaar blijft op lange termijn.

En Europa zelf? De bevoegdheid van ‘Europa’ op sociaal vlak is beperkt: dé beslissingsbevoegdheid blijft in essentie bij de lidstaten, dat vergeet men al te vaak te vermelden. Toch neemt Europa ook in dit domein zinvolle initiatieven, bv. om de zogenaamde ‘sociale dumping’ tegen te gaan. Die ‘dumping’ gebeurt binnen de EU zelf nota bene, bv. door ‘de Poolse bouwvakker’ op de Belgische werven. Er bestaat een detacheringsrichtlijn die nu op initiatief van Europees Commissaris Marianne Thyssen terecht zou worden aangepast (zie vorige Fedustria News). En er bestaat een handhavingsrichtlijn om die detacheringsregels ook effectief te doen naleven. 

Maar vooral de individuele lidstaten blijven aan zet. Hoe passen zij hun socialezekerheidsstelsel aan de nieuwe uitdagingen aan? Hoe organiseren zij het fiscaal stelsel zodat de slachtoffers van de globalisering niet in de kou blijven staan? En hoe moedigen zij de bedrijven aan om jobs te creëren, zelfs al zijn het tijdelijke, die vaak een opstap zijn naar meer duurzame jobs? Want het beste wapen tegen armoede (en ongelijkheid) – al zijn dat twee verschillende begrippen – is en blijft een job. Een Sociaal Europa begint immers in eigen land.

Fa Quix, directeur-generaal