Een robuste Europese economie als vaste waarde

Opinie van 03/06/2016 door Fa Quix

Terwijl de zogenaamde groeilanden het alsmaar moeilijker hebben om te… groeien, neemt in ‘het oude continent’ Europa de groei traag maar gestaag toe. Men moet op dit moment niet meer in Brazilië, Rusland of Zuid-Afrika zijn om groeimarkten te vinden, noch in China waar het vet van de soep is – ook al is dat relatief in het geval van het Rijk van het Midden – en evenmin in India dat op papier en cijfermatig interessant lijkt, maar in praktijk zeer bureaucratisch en gesloten is (niet evident voor kmo’s).

Neen, dan is Europa, en zeker de Europese Unie, een baken van economisch herstel. Een markt van circa 500 miljoen relatief koopkrachtige inwoners, de ene al wat meer dan de andere, zorgt voor een groeiperspectief en voor welvaartscreatie. Voor onze industriële sectoren, toch heel kmo-intensief, is Europa altijd veruit de eerste en belangrijkste afzetmarkt geweest. Het economisch herstel in Europa, eigenlijk al aan de gang sinds de herfst van 2014, is dus goed nieuws voor onze textiel-, hout- en meubelindustrie.
 
Een recente conjunctuuranalyse van het VBO bevestigt deze tendens: twee derde van de sectoren verwacht een activiteitsniveau dat minstens vergelijkbaar is met het recente verleden, en een kwart verwacht zelfs een verdere toename ervan. En er wordt weer meer, zij het lichtjes, geïnvesteerd. De focus komt daarbij meer te liggen op investeringen in innovatie en minder op arbeidsbesparende rationalisatie-investeringen.
 
De betere conjunctuur in Europa krijgt nog een duwtje in de rug vanwege het regeringsbeleid dat gericht is op een verder herstel van het concurrentievermogen, o.m. via de taxshift en andere maatregelen. Dit versterkt de rendabiliteit, waardoor het klimaat voor nieuwe investeringen verbetert, verder aangevuurd door het extreem goedkope geld. Met finaal als positieve resultante een tewerkstellingsgroei in 2015 van 29.000 extra banen, aldus het VBO (en zelfs +34.000 volgens de Nationale Bank).
 
We zijn dus op de goede weg, in België en in Europa. Maar we zijn er nog lang niet. Het economisch herstel moet zijn duurzaamheid nog bevestigen. En onze concurrentiepositie kampt nog steeds met een grote loonkostenhandicap van zo’n 12 %. De in het regeerakkoord aangekondigde versterking van de wet op het concurrentievermogen (‘de wet van 1996’) moet die handicap voor eens en voor goed wegwerken. Maar ook andere structurele hervormingen dringen zich op, zoals het oplossen van het mobiliteitsvraagstuk, het flexibeler maken van de arbeidsmarkt, het doorlichten van de sociale zekerheid, het stimuleren van ondernemerschap, het verder werken aan de administratieve vereenvoudiging, het debat over de kerntaken van de overheid (de staat doet teveel, waardoor het in zijn essentiële taken tekort schiet), enz.
 
Maar laat ons vooral niet vergeten dat alleen een robuuste Europese economie ons welvaart én welzijn kan en zal bezorgen. Dat is de enige vaste waarde.
 
Fa Quix, directeur-generaal