De zoektocht naar arbeidskrachten op een krappe arbeidsmarkt

Opinie van 14/07/2017 door Fa Quix

Met een beetje geluk stevent de economische groei in ons land dit jaar af op 2 %. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) tipt nu al op 1,8 %, maar sluit een hogere groei niet uit, zeker niet wanneer deze zomer nog een aantal bedrijfsvriendelijke maatregelen worden genomen (bv. m.b.t. de vennootschapsbelasting).

Op zich is dat goed nieuws, temeer daar deze verbeterde groeivooruitzichten zich in zowat alle EU-lidstaten voordoen (goed voor onze export!). 

Maar tegelijk is er een schaduwzijde. Vele bedrijven melden dat zij moeilijk nieuwe medewerkers (m/v) kunnen vinden. 

In enkele gevallen leidde dit zelfs al tot uitstel van investeringen omdat men niet zeker is dat deze zullen kunnen draaien… bij gebrek aan operatoren.

En natuurlijk stelt het probleem zich niet even acuut in alle bedrijven en ook niet in alle regio’s. Maar feit is dat de grootste groep van onze bedrijven uit de textiel-, hout- en meubelindustrie zich bevinden in de provincies Zuidwest-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen, waar de werkloosheid bijna (of reeds) op het niveau van de ‘frictionele’ werkloosheid is teruggevallen. Zeg maar: iedereen die wil werken, heeft er werk.

Hoe kan men daar nu aan verhelpen? Er zijn maatregelen die de bedrijven zelf kunnen nemen, en andere die de individuele bedrijven overstijgen. Op korte termijn kunnen bedrijven vooreerst proberen om de mensen die ze hebben niet te verliezen. Dat heet het zogenaamde ‘retentiebeleid’. Dat kan op velerlei manieren en is maatwerk. Door te investeren in opleidingen kunnen werknemers doorgroeien of vereiste competenties verwerven.Verder ook: aantrekken van nieuwe werknemers uit andere regio’s, Noord-Frankrijk, en desgevallend uit Oost-Europese landen. Allicht kunnen ook sommige vluchtelingen worden ingeschakeld. Met steun van Fedustria werken zowel Woodwize (hout en meubel) als Cobot (textiel) actief mee aan projecten om diversiteit in ondernemingen te bevorderen en is er nauwe samenwerking met experten van de VDAB en andere arbeidsmarktactoren. 

Een nauwe(re) samenwerking met het onderwijs is ook aan te bevelen. Bv. met de technische scholen in de omgeving van de onderneming. Extra contacten leggen, de leerlingen en hun leerkrachten uitnodigen voor een rondleiding, stages of vakantiejobs aanbieden, samen activiteiten opzetten… In onze sectoren zetten we ook in op duaal leren, bedrijven zijn daarbij een onmisbare partner. Dat zijn investeringen op (middel)lange termijn, maar dragen ertoe bij dat  uw bedrijf op een positieve manier ‘in beeld’ komt.

En samenwerken met de sectorale opleidingscentra Woodwize en Cobot is ook een optie. Zij organiseren bv. opleidingen voor werkzoekenden die zij naar de bedrijven toeleiden en opleidingen op de werkvloer voor nieuwkomers in het bedrijf of voor werknemers in het kader van multi-inzetbaarheid, jobrotatie. En vergeet niet deel te nemen aan initiatieven zoals JET (Jongeren En Textiel) waar jongeren ‘in company’ worden opgeleid en er een financiële tegemoetkoming voor krijgen, alsmede de werkgever een premie (nog tot eind 2017). Meer dan 300 jongeren hebben zo in het voorbije anderhalf jaar hun weg gevonden naar de textielbedrijven! 

In hout- en meubel is het onderwijs (zowel TSO, als BSO als het hoger onderwijs bv. Houttechnologie aan HoGent) gelukkig nog zeer succesvol met voldoende instroom (en uitstroom) van leerlingen/studenten. In het textielonderwijs is de toestand veel minder rooskleurig. Maar ook daar blijft men niet bij de pakken zitten. Recent heeft de HoGent samen met de VDAB en 
Fedustria, een overeenkomst getekend waardoor vanaf oktober werkzoekenden een opleiding textieltechnologie op bachelorniveau kunnen volgen. Vandaag zijn er maar liefst 176 vacatures in de textielsector.

En tot slot, een werk van lange adem: het positief imago. We moeten overal, en zeker ook in de lokale media, blijven herhalen dat onze bedrijven modern en toekomstgericht zijn. Dat wij de ‘fabrieken van de toekomst’ zijn. Communiceren over innovatie levert een gunstig effect op bij het breed publiek en de potentiële werknemers van morgen. En wie wil er nu niet in een innovatief bedrijf gaan werken? 

Fa Quix, directeur-generaal