De vermogens dragen wel hun steentje bij

Opinie van 17/06/2016 door Fa Quix

Wat ligt precies aan de basis van die hardnekkige golf van sociale onrust die zich in hoofdzaak voordoet bij de overheid, in de publieke dienstverlening en de gesubsidieerde sectoren? Bij de reeks besparingen die op hen (ons) afkomt. Deze worden dan bovendien ook nog eens als ‘onrechtvaardig’ beschouwd, want het zou lang niet zo erg zijn mochten de ‘vermogens’ hun rechtmatige aandeel in de belastingen betalen. Laat ons die punten eens één voor één in het kort bekijken.

De vermogens betalen zogezegd hun rechtmatige aandeel niet. Eerst de feiten: er zijn in ons land al véél belastingen op vermogens(winsten). En die betalen we van laag tot hoog op de inkomensschaal. De opbrengsten van de belastingen uit vermogens(winsten) bedragen nu al 15 miljard euro per jaar. Een werknemer met een eigen huis betaalt bv. onroerende voorheffing op zijn kadastraal inkomen. Wie een huis koopt betaalt registratierechten. Wie dividenden ontvangt, draagt daarvan 27 % roerende voorheffing af aan de Staat (alhoewel een kleine spaarder op een veilig spaarboekje grotendeels van een vrijstelling van die roerende voorheffing geniet). En niet te vergeten: de successierechten. 

 
Maar het is juist dat wie meerwaarden realiseert op aandelen, daar (zo goed als) geen belastingen op betaalt, tenzij de speculatietaks. Maar hoe dan ook, er zijn dus al heel veel belastingen op vermogens(winsten) in ons land. We staan op dit vlak zeker niet onderaan de ladder in de EU-landen. Er is misschien nog iets mogelijk, maar we mogen niet de illusie wekken dat dát het budgettaire probleem van de overheid gaat oplossen. Dat is desinformatie vanwege de vakbonden.
 
Wat nodig is, is het kerntakendebat van de overheid. Omdat de overheid veel niet-essentiële taken uitvoert, schiet zij net tekort in haar essentiële taken. Onze hoge overheidsschuld is daar rechtstreeks het gevolg van. Peter De Keyzer, hoofdeconoom BNP Paribas Fortis, stelde het als volgt: “We willen tegelijk korte carrières, lage belastingen, hoge pensioenen, veel vakantie, een dak op de Antwerpse ring, een laag btw-tarief én een premie of subsidie voor alles wat we leuk vinden. Het collectief afwentelen van individuele verantwoordelijkheid heeft gezorgd voor een veel te grote overheid en een veel te grote overheidsschuld.” (zie De Tijd, 27 mei 2016).
 
Dat geldt zeker en vast ook voor de sociale zekerheid: die is er om ons te beschermen in geval van tegenslag: werkloosheid, ziekte… of voor onze ‘oude dag’. Maar we zien nog veel te veel Matteus-effecten (uitkeringen aan wie het niet echt nodig heeft), verspilling (bv. in de ziekteverzekering), te hoge pensioenen (ambtenarenpensioenen die niet meer van deze tijd zijn)… We moeten dus het debat voeren van wat de echte kerntaken van een overheid zijn. Trouwens, dat doen de bedrijven elke dag: hun kerntaken, ‘core business’, bepalen. Het kerntakendebat zal een minder logge maar effectievere én efficiëntere overheid, en dus een kleinere overheid opleveren, waardoor finaal ook de belastingdruk naar omlaag kan. En dat is óók in het voordeel van de koopkracht. Het kerntakendebat van de overheid zou dé leidraad moeten zijn in de belangrijke begrotingsbesprekingen die eraan komen.
 
Fa Quix, directeur-generaal