De sluiting van de niet-essentiële winkels was niet nodig om deze tweede golf van de epidemie in ons land met succes te bestrijden. Kijk naar Nederland.

Opinie van 20/11/2020 door Fa Quix

Paniek. Dat was er eind oktober toen het Overlegcomité (waarin alle regeringen vertegenwoordigd zijn) besliste om ons land voor de tweede keer dit jaar in (gedeeltelijke) lockdown te plaatsen. Nochtans was toen al duidelijk dat de vroeger genomen maatregelen, ingegaan op 19 oktober, met als meest drastische de sluiting van de horeca, de invoering van de avondklok en strengere mondmaskerplicht, hun vruchten begonnen af te werpen.

De infecties waren eind oktober over hun hoogtepunt heen, en de (fors) neerwaartse trend was ingezet. Dat er misschien hier en daar nog wat maatregelen aangeschroefd konden worden, oké, maar zéker niet de botte bijl van de tweede lockdown met de sluiting van de winkels.

De sluiting van de zogenaamd ‘niet-essentiële winkels’ was dus inderdaad ‘overshooting’. Winkelen is, zoals uit de eerste golf is gebleken, géén belangrijke bron van virusverspreiding, en al zeker niet na de invoering van al die extra veiligheidsmaatregelen via de generieke gids en de sectorprotocollen.

Met het sluiten van die winkels hebben de regeringen nodeloos veel extra economische schade veroorzaakt, zonder bewezen gezondheidsmeerwaarde.

Een schoolvoorbeeld van een niet-onderbouwd beleid.

Experten hebben er bovendien op gewezen dat deze lockdown slechts een minimale bijdrage zal leveren aan de reeds ingezette versnelde daling van het aantal besmettingen (wat later ook gevolgd wordt door een dalend aantal ziekenhuisopnames, intensive care-patiënten en fataliteiten).

Dan voert Nederland een meer gericht coronabeleid. De winkels werden er nooit gesloten, en na 14 dagen versoepelde premier Rutte er al een aantal maatregelen zoals het opnieuw toelaten van bioscoopbezoek, openen van theaters… want effectief, ook dát kan allemaal coronaproof. Natuurlijk, met een slag om de arm, dat er opnieuw verstrengd kan worden als de cijfers opnieuw de verkeerde kant zouden uitgaan. Maar men probeert er het leven toch zo normaal mogelijk te laten verlopen.

Om de Zweedse terughoudendheid tegenover een lockdown te omschrijven, zei de eminente Zweedse epidemiologe Emma Frans bij de eerste golf: “Je weet wanneer je in lockdown gaat, maar je weet niet hoe en wanneer je er weer uit geraakt. Daarom beter niet, en neem je dus andere, minder draconische maatregelen.” Niet dat we per se Zweden moesten volgen, maar we hadden toch beter naar het noorden gekeken, naar Nederland bijvoorbeeld.

Fa Quix, directeur-generaal