De regering met de meeste impact op de bedrijven moet nog gevormd worden

Opinie van 23/10/2019 door Fa Quix

De moeizame regeringsvormingen in ons land beginnen tot een resultaat te leiden, met de Waalse en de Vlaamse regeringen als de meest recente. Op zich een goede zaak. Al is het beleid dat ze van plan zijn te voeren nóg belangrijker natuurlijk. Na de verkiezingen van 26 mei is het nog altijd wachten op de vorming van de federale regering.

Men zou niet denken dat die federale regering er nog toe doet wanneer we de media van de jongste maanden erop naslaan.  Alle focus was gericht op de gewestregeringen die er ‘met bekwame spoed’ moesten komen. En aan hun vele bevoegdheden te zien, zijn die gewestregeringen inderdaad ook belangrijk. Maar vele van die bevoegdheden zijn slechts zijdelings, of zelfs niet, van toepassing op de bedrijven. Zoals welzijn, zorg, cultuur en het mediabeleid, allemaal niet direct van toepassing op de bedrijven.

Meer van toepassing zijn bv. het mobiliteitsbeleid (bestrijding van de files, kilometerheffing voor transportsector…), het onderwijs (onze toekomstige werknemers) en het woonbeleid (‘de woonbonus’).  Voorstellen van de werkgevers voor meer aandacht voor STEM (exacte wetenschappen) en voor duaal leren, moeten het onderwijs meer doen aansluiten op de noden van de ondernemingen. Maar het onderwijs werkt nog altijd vrij onafhankelijk van het bedrijfsleven.

Directer van belang is het leefmilieubeleid (omgeving) en het energiebeleid met daarin het klimaatbeleid. Evenwel, de beslissing over bv. de energiebevoorrading – het al dan niet voortzetten van kernenergie – is een federale aangelegenheid.  Alleen al dit voorbeeld legt bloot hoe ingewikkeld ons land is geworden, zeker na de zesde staatshervorming.  Voor een Belgisch klimaatplan moeten liefst vier regeringen overeenkomen. Dat bevordert niet meteen een snelle en coherente besluitvorming. Er zou een ‘reset’-knop moeten bestaan om de ingewikkelde Belgische staatsstructuur van nul opnieuw op te bouwen, maar dan veel eenvoudiger en rationeler dan ze vandaag is.

De Vlaamse regering is ook bevoegd voor economie, werk en innovatie. Een centrale rol hierin spelen het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en Flanders Investment and Trade (FIT). Dat zijn belangrijke partners voor onze bedrijven, waarmee we intensief moeten samenwerken.  Voor ‘werk’ is er o.a. een bescheiden loonkostvermindering via een doelgroepenbeleid en het levenslang leren (o.a. het nieuw Vlaams opleidingsverlof). De impact van de aangekondigde Vlaamse jobbonus is nog niet in te schatten.

Maar niettemin is de regering die voor de bedrijven de grootste impact heeft de federale regering… en daarover moeten de onderhandelingen nog beginnen. 

Belangrijk? Ja natuurlijk, want wat zijn de belastingen en de sociale zekerheid anders, met de eraan verbonden bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen, en de vennootschapsbelasting, douane, handelsakkoorden, justitie, productnormen, enz.

Allemaal nog federaal.  Vijf maanden na de verkiezingen is er echter nog geen uitzicht op de échte start van de nieuwe federale regering, terwijl de uittredende in lopende zaken letterlijk en figuurlijk leegloopt.

De gewestregeringen zijn belangrijk voor het flankerend beleid voor de bedrijven. Maar voor de harde bedrijfsmateries hebben we een daadkrachtige en ondernemingsvriendelijke federale regering nodig. De hoop dat die er zou zijn tegen 1 december, dag waarop huidig premier Charles Michel België ruilt voor Europa, is klein. Hoe moeilijk de kiezer de kaarten ook gelegd heeft, de verkozen politici, zeker die van de grootste partijen, hebben de plicht om die federale regering zonder dralen op de rails te zetten.

Fa Quix, directeur-generaal