De ondraaglijke lichtheid van het energiepact. Wil men in ons land nog wel industrie?

Opinie van 22/12/2017 door Fa Quix

Er was de voorbije weken veel te doen over het zogenaamde energiepact. Het is en blijft een moeilijk en belangrijk dossier. Grootste knelpunt is de volledige kernuitstap tegen 2025 zoals dit reeds lang geleden beslist werd. En zoals dit ook door deze federale regering bevestigd werd. Maar… de cruciale vraag is: hoe gaat men de CO2-arme stroomproductie van de zeven kerncentrales opvangen? Welke geloofwaardige en haalbare alternatieven zijn er?

Afhankelijk van de berekeningen zouden er zeven tot negen nieuwe gascentrales moeten worden gebouwd, tegen 2025. Omdat deze gascentrales in de huidige omstandigheden niet rendabel kunnen uitgebaat worden, staat er niemand te springen om deze te bouwen. Vandaar dat alweer aan een nieuw subsidiemechanisme wordt gedacht. En tevens wordt fors ingezet op hernieuwbare energie, die helaas ook niet volledig zonder subsidies kan.

Wat mogen we met het voorliggende energiepact als resultaat verwachten? Dat er meer CO2 wordt uitgestoten. Het klimaat wordt er dus zeker niet beter van. De kostprijs van stroomproductie zal stijgen; studies wijzen op een extra kostenstijging met ca. + 40 % tegen 2030. En bovendien: voor de industrie is de energiebevoorrading niet verzekerd. Een combinatie van de intermitterende (lees: wisselvallige) zonne- en windenergie met allicht onvoldoende gascapaciteit (gaan die gascentrales in 2025 allemaal operationeel zijn?) verhoogt het risico op stroomtekorten, en dus op ‘black-outs’.

De werkgeversorganisaties zoals essenscia, Agoria en Febeliec (industriële grootverbruikers, waarvan Fedustria lid is) pleiten voor het langer openhouden van twee kerncentrales voor minstens 10 jaar. Dus geen volledige, maar een gedeeltelijke kernuitstap. Dat is op zich ook al een hele uitdaging, want het betekent dat de sluiting van liefst vijf kerncentrales moet worden gecompenseerd met alternatieve energieproductie. Het langer openhouden van twee kerncentrales is dus pure realiteitszin. En het helpt ook om de CO2-emissies te beperken. De werkgeverskoepels VBO, VOKA, UWE (Wallonië) en BECI (Brussel) steunen dit voorstel ook.

Waarom blijven de vier energieministers zich dan zo hardnekkig vastklampen aan een energiepact dat de eigen industrie, bron van welvaart, in de problemen dreigt te brengen?

Een energiepact dat bovendien niet onderbouwd werd met facts and figures. Die vraag naar onderbouwing werd nu wel gesteld, waardoor de goedkeuring tijdelijk wordt uitgesteld. Het is te hopen dat er dan zwart-op-wit garanties komen voor een betaalbare en zekere stroombevoorrading die bovendien helpt om de klimaatdoelstellingen te realiseren.

Het is met grote ogen dat we de besluitvorming rond dit energiepact hebben gevolgd. De rechtmatige belangen van de industrie werden onvoldoende aanhoord en in rekening gebracht. Duurzaamheid gaat niet alleen om ecologie. Het gaat ook om welvaartscreatie die moet blijven duren. En de ondraaglijke lichtheid van dit energiepact staat daarmee in schril contrast. Of om het met de woorden van Wouter De Geest, topman van BASF België en tevens voorzitter van essenscia, in een interview met De Tijd van 16 december 2017 te zeggen: “Wil men nog wel industrie in dit land?”.

Fa Quix, directeur-generaal